Redactie FlexNieuws 30 oktober 2026 0 reacties Print Concept wetsvoorstel tijdelijkheid van inlenen: na 156 weken vast contract bij inlener of stoppenHet kabinet wil de inzet van flexkrachten bij dezelfde inlener wettelijk begrenzen: wie een tijdelijk contract heeft, mag maximaal 156 weken voor dezelfde inlener werken. Daarna moet een vast contract bij de inlener volgen of stopt de inzet. Wat betekent het wetsvoorstel, dat tot en met 24 november in consultatie ligt, voor uitzenders, payrollers en detacheerders?Het kabinet wil wettelijk vastleggen dat een flexkracht maar tijdelijk bij dezelfde inlener mag werken. Op donderdag 29 oktober is de internetconsultatie voor de Wet tijdelijkheid van inlenen begonnen. Het voorstel van minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) voegt een nieuw artikel 8d toe aan de Waadi, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Het geldt voor elke vorm van terbeschikkingstelling van arbeid, dus ook voor payrolling en detachering. Reageren kan tot en met 24 november. Het kabinet wil de wet op 1 januari 2028 laten ingaan. Maximaal 156 weken bij een tijdelijk contract Heeft de flexkracht een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bij de uitlener, dan mag hij maximaal 156 weken (36 maanden) aan dezelfde inlener ter beschikking worden gesteld. Elke week waarin hij voor die inlener werkt telt mee, ongeacht het aantal uren. Vakantie en ziekte tellen ook mee. Weken bij een andere inlener of zonder werk tellen niet mee, maar de teller begint daarna ook niet opnieuw. Een andere uitlener of een andere functie bij dezelfde inlener zet hem evenmin op nul. Weken blijven meetellen tot zeven jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de eerste inlening afliep. Uiterlijk vier weken voor het bereiken van de 156 weken moet de inlener schriftelijk een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbieden. Dat aanbod moet dezelfde arbeidsomvang hebben en ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden. Wil de inlener geen aanbod doen, dan moet hij de flexkracht schriftelijk laten weten dat de inzet stopt. De flexkracht heeft een maand om op een aanbod te reageren. Slaat hij het af, dan blijft hij in dienst bij de uitlener, maar kan hij niet langer bij die inlener werken. Open norm voor contracten voor onbepaalde tijd Voor flexkrachten met een contract voor onbepaalde tijd geldt geen vaste termijn, maar een open norm: de inlening moet tijdelijk blijven. Bij een geschil beslist de rechter op basis van de omstandigheden van het geval. De memorie van toelichting wijst erop dat het Europese Hof van Justitie een inleenperiode van 55 maanden in algemene zin niet meer tijdelijk vindt. Daar staat tegenover dat de Ontslagregeling wordt aangepast. Eindigt een opdracht, dan moet de uitzender zich ten minste twee maanden inspannen om de flexkracht te herplaatsen. Nu is dat vaak één maand. Via een algemene maatregel van bestuur kan het kabinet de 156-wekentermijn voor bepaalde sectoren ook op contracten voor onbepaalde tijd van toepassing verklaren. Na Daimler en Upfield De aanleiding zijn de arresten JH/KG (2020) en Daimler (2022) van het Hof van Justitie. Daaruit volgt dat lidstaten de tijdelijkheid van uitzendarbeid moeten waarborgen. Nederland heeft sinds 1999 geen maximumtermijn meer. Toenmalig minister Eddy van Hijum (CDA) kondigde in december 2024, na een advies van de Landsadvocaat, al een termijn van 36 maanden aan. Nieuw is de open norm voor contracten voor onbepaalde tijd. Het kabinet voelt zich bovendien gesteund door de Hoge Raad. In de zaak Upfield oordeelde die in november 2025 dat de behoefte aan een flexibele schil geen rechtvaardiging is om dezelfde uitzendkracht dertien jaar onafgebroken in te lenen. Lees ook: Minister Van Hijum: tijdelijkheid uitzenden met wet beperken tot 36 maanden Wat betekent dit voor flexbranche? Uitlener en inlener moeten samen bijhouden hoe lang een flexkracht bij dezelfde inlener werkt. Ook over de overnamevergoeding laat het kabinet zich uit. Na 36 maanden kan een uitlener volgens het kabinet ‘in redelijkheid’ eigenlijk geen vergoeding meer vragen als de inlener de flexkracht in dienst neemt, omdat de kosten dan zijn terugverdiend. Alleen bij uitzonderlijke kosten, zoals een dure meerjarige opleiding, kan dat anders zijn. Een boete komt er niet. Krijgt een flexkracht geen aanbod, dan kan hij een melding doen bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Met het onderzoeksverslag van de inspectie kan hij naar de rechter, die een dwangsom kan opleggen. In de markt zijn er al vragen. Het aanbod moet ten minste de arbeidsvoorwaarden bij de uitlener evenaren. Een inlener moet een voormalig uitzendkracht daardoor mogelijk op onderdelen beter belonen dan zijn eigen personeel, bijvoorbeeld als die via StiPP een gunstiger pensioen opbouwt. Jasper van der Vloet van Pelicaan Advocaten verwacht dat partijen gaan “rouleren of (net voor de 156 weken termijn) overstappen op contracten voor onbepaalde tijd”, om onder de open norm te vallen. “Maar dit laatste is dus niet zonder risico voor de inlener.” Lees ook: Hof van Justitie EU bepaalt dat tijdelijkheid essentieel element van uitzendarbeid is Voor lopende uitleningen komt er overgangsrecht. Zijn de 156 weken bij de invoering al verstreken, dan krijgt de inlener drie maanden om alsnog een aanbod te doen of de inzet te beëindigen. Na de consultatie gaat het voorstel naar de Raad van State en daarna naar de Tweede Kamer. De paragrafen over toezicht en over adviezen zijn nog niet uitgewerkt. Print Over de auteur Over Redactie FlexNieuws Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten. Bekijk alle berichten van Redactie FlexNieuws