De nieuwe cao is een zegen Geplaatst 10 maart 2026 door Steven Gudde We zijn bijna twee maanden onderweg in 2026. Tijd om de eerste balans op te maken. De nieuwe cao is een feit. De eerste ervaringen dus ook. Op veel plekken zal de opluchting groot zijn geweest toen bleek dat de eerste verloningen goed gingen. En minstens zo groot het chagrijn waar dat niet zo was. Allebei logisch. Want hoe vanzelfsprekend het voor buitenstaanders in de markt misschien leek om ‘even’ een nieuwe cao in te voeren, zo vanzelfsprekend was dat allerminst. Op veel plekken zal tot het laatste moment zijn gewerkt, tot in de late uurtjes (of vroege uurtjes zo je wilt). Arbeidspakketten moesten worden vertaald, contracten correct verwerkt, administraties op orde gebracht. Dit was geen kleine aanpassing. Dit was een meloen die we met elkaar moesten doorslikken. Wie zegt dat het bij hen niet zo was, ben ik geneigd niet direct te geloven. Of ze missen mogelijk iets. En dan hoop ik voor hun uitzendkrachten en klanten dat alles écht goed is gegaan. Prijseffect van de cao Er ging veel aandacht naar de praktische verwerking. Nog meer aandacht ging naar het prijseffect van de nieuwe cao. Door gelijkwaardig belonen en het nieuwe pensioen stijgen uurtarieven op sommige plekken met soms 10 tot zelfs 15 procent. Door deze stappen vooruit voor de uitzendkracht, lijkt de uitzendbranche zich letterlijk uit de markt te prijzen. Waar is het voordeel van uitzendarbeid gebleven? Is uitzenden onderweg naar de uitgang? Waarom zou je nog uitzenden als het in kosten toch niets uitmaakt? Ik herken deze gedachte. Maar ik zie het anders. Lees ook: ‘De nieuwe cao is hét moment om waarde van uitzenden aan te tonen’ Gelijkwaardige beloning De nieuwe cao is een zegen voor de sector. Die uitzendkrachten en uitzenders precies plaatst waar ze horen. Uitzendkrachten doen waardevol werk. Net zo waardevol als dat van de medewerkers in dienst bij de inlener. Misschien zelfs waardevoller, omdat ze ook nog eens risico’s dragen. Dan is het logisch dat je hen minimaal gelijk beloont. Punt. En er gebeurt nog iets anders. Hiermee vervalt het debat over de hoogte van loonkosten. Daar wordt niet meer op geconcurreerd. Die kosten zijn nu overal immers hetzelfde. Het gesprek verschuift dus naar de echte vraag: welke waarde lever je als uitzendbureau? Bied je zekerheid, verzuimmanagement, toegang tot de markt, advies, een sterke employer brand, risicobeheersing, resourcebeheer, compliance en flexibiliteit? Of ontzorg je op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie, opleiding, werving en selectie, begeleiding? Om maar een paar waarden van uitzenders voor opdrachtgevers te noemen. Het moment van de waarheid De cao dwingt de sector om het gesprek te voeren waar we al jaren om vragen. Al jaren roept onze sector dat we van waarde zijn. Dit is hét moment om dat waar te maken. Wie zegt dat de cao een bedreiging is, ben ik geneigd niet direct te geloven. Of ze missen mogelijk iets. Of ik mis iets, dat kan natuurlijk ook. Maar ik hoop, en denk, het niet. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags CAO voor Uitzendkrachten, gelijkwaardige beloning | 1 Reactie
AWVN-onderzoek: verschuiving van zzp naar uitzending en detachering zet door, maar werkgevers vrezen kosteneffect Flexwet Geplaatst 9 maart 2026 door Redactie FlexNieuws De verschuiving van zzp-inhuur naar uitzending en detachering heeft zich het afgelopen jaar versneld. Waar begin 2025 nog 29 procent van de werkgevers aangaf over te stappen op andere flexvormen, is dat inmiddels gestegen naar 43 procent. Tegelijkertijd groeit bij werkgevers de zorg over de kosten van deze transitie en de verwachte impact van de Wet meer zekerheid flexwerkers. Dat blijkt uit nieuw ledenonderzoek van werkgeversvereniging AWVN onder 162 werkgevers. Meer volume richting uitzending, maar tegen hogere kosten De actieve handhaving op schijnzelfstandigheid, die begin 2025 van start ging, dwingt werkgevers om hun inhuurstrategie te herzien. Een groeiend deel schakelt daarbij over op uitzending en detachering. Die verschuiving gaat gepaard met aanzienlijk hogere kosten: 46 procent van de werkgevers meldt hogere loonkosten door de overstap naar andere flexvormen, tegenover 27 procent een jaar eerder. Die kostenstijging hangt volgens AWVN mede samen met de gelijkwaardige beloning voor uitzendkrachten, die vooruitlopend op wetgeving al per 1 januari 2026 geldt voor ABU- en NBBU-leden via de cao voor uitzendkrachten. Driekwart verwacht verdere kostenstijging door Flexwet Het onderzoek laat zien dat werkgevers forse impact verwachten van het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers, dat op behandeling wacht in de Tweede Kamer. Driekwart (75%) voorziet hogere kosten, 68 procent verwacht meer administratieve regeldruk en 58 procent zegt minder flexkrachten te zullen inzetten. Twee derde van de werkgevers verwacht dat de wet specifiek veel impact heeft op uitzendwerk en tijdelijke contracten. Het gaat dan met name om de gelijkwaardige beloning van uitzendkrachten, de aanpassing van de ketenbepaling (waarbij de tussenpoos van zes maanden wordt vervangen door een administratieve vervaltermijn van vijf jaar) en de beperking van afwijkingsmogelijkheden per cao. Opvallend: 16 procent van de werkgevers geeft aan helemaal te stoppen met de inzet van flexkrachten als de Flexwet van kracht wordt. Daarnaast verwacht 19 procent werkzaamheden uit te besteden en 6 procent overweegt bepaalde activiteiten geheel stop te zetten. Minder flex leidt niet tot meer vast Ondanks dat bijna driekwart van de werkgevers aangeeft minder of geen flexwerkers in te zullen zetten, verwacht slechts 32 procent dat dit resulteert in meer vaste dienstverbanden. De terughoudendheid van zzp’ers om in loondienst te treden speelt daarbij een rol: hoewel 47 procent van de werkgevers een vast contract heeft aangeboden, geeft slechts 6 procent aan dat zzp’ers hier ook daadwerkelijk toe bereid zijn. Dat percentage is zelfs lager dan vorig jaar. Werkgevers geven aan dat de verschuiving naar andere contractvormen leidt tot hogere werkdruk onder vast personeel (56%), druk op de kwaliteit van de dienstverlening (36%) en in sommige gevallen het niet meer kunnen leveren van producten of diensten (21%). Contracten herformuleren blijft populairste maatregel De meest genomen maatregel blijft het herformuleren van opdrachten en contracten om binnen de kaders van de wet met zzp’ers te kunnen blijven werken: 62 procent van de werkgevers doet dit, een stijging ten opzichte van 47 procent begin 2025. Daarnaast huurt 46 procent minder zzp’ers in (was 40%) en is het aandeel werkgevers dat het zzp-beleid niet heeft gewijzigd gedaald van 27 procent naar 18 procent. Balans tussen flex en vast gewenst AWVN constateert dat de huidige hervormingen vooralsnog vooral leiden tot minder flex, terwijl het oorspronkelijke doel van het arbeidsmarktpakket ook was om het vaste contract minder vast en star te maken. De werkgeversvereniging roept het kabinet op om werk te maken van het volledige pakket aan arbeidsmarkthervormingen. Aan het AWVN-ledenonderzoek over de gevolgen van het opheffen van het handhavingsmoratorium en de impact van het wetgeving namen 162 werkgevers deel. Intenties versus gedrag Dat intenties zich niet altijd vertalen in daadwerkelijk gedrag blijkt uit de data van onder andere het CBS. Die laten zien dat de flexbranche stabiel blijft (-0,1% in 2025). Er werden minder zzp’ers ingehuurd, maar dat leidde niet tot een toename van uitzenden en detacheren. Ook hier was namelijk een daling te zien. Wat wel toeneemt is interne flex. Lees ook: Kleine omzetgroei totale flexbranche in het vierde kwartaal Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Tags AWVN, detachering, Flexwet, Uitzenden, zzp | Reacties uitgeschakeld voor AWVN-onderzoek: verschuiving van zzp naar uitzending en detachering zet door, maar werkgevers vrezen kosteneffect Flexwet
Loontransparantie wordt verplicht: werkgevers bereiden zich voor Geplaatst 9 maart 2026 door Redactie FlexNieuws In een groot deel van Europa zal de wet loontransparantie binnenkort veranderen van optioneel beleid naar wettelijke verplichting. Veel bedrijven hebben nog geen voorbereidende stappen gezet, terwijl de behoefte aan looninzichten vanuit werknemers groot is. Bijna negentig procent van de werknemers zegt dat transparantie over loon, secundaire arbeidsvoorwaarden en loonsverhogingen belangrijk is, en de helft noemt het essentieel. Met de wet in aantocht zullen bedrijven maatregelen moeten nemen. Tijdige voorbereiding De EU-richtlijn verplicht bedrijven om loongegevens en loonverschillen tussen mannen en vrouwen openbaar te maken en loonbeslissingen toe te lichten. De richtlijn heeft gevolgen voor alle bedrijven in Europa en verplicht hen bijvoorbeeld om loonschalen in vacatures te vermelden. Bedrijven met meer dan honderd werknemers zijn op grond van de richtlijn verplicht om elke drie jaar gegevens over loonverschillen tussen mannen en vrouwen openbaar te maken. Voor grotere bedrijven geldt een frequentie van één keer per jaar. Hoewel nog onduidelijk is wanneer de wet in Nederland precies ingaat, moeten bedrijven zich al wel gaan voorbereiden. Het betekent een fundamentele verandering in de manier waarop bedrijven hun loonadministratie moeten behandelen. Veel bedrijven beschouwden dit voorheen als een vrijwillige vereiste die alleen van toepassing was op grotere bedrijven, terwijl andere bedrijven hun DEI-beleid zelfs stilletjes terugdraaiden. Lees ook: Wet Loontransparantie maakt komaf met salarisgeheimen in flexmarkt Bezorgdheid over loonverschillen Het nieuwe Payroll Report van HR-specialist Remote laat zien dat het overgrote deel van de werknemers meer loontransparantie wil, maar ook dat er nog steeds structurele loonverschillen zijn waar bedrijven iets aan moeten doen. Veel bedrijven missen echter de infrastructuur die hen in staat stelt de aanpassingen door te voeren. Ook het beleid is nog niet afgestemd op de bestaande wensen en de aankomende wetgeving. De bezorgdheid over loonverschillen tussen mannen en vrouwen blijft daardoor stilzwijgend bestaan. Bovendien stellen degenen die hierdoor worden getroffen het nauwelijks aan de orde. Het bespreekbaar maken van salaris blijft voor velen een drempel. Baan opzeggen vanwege salaris Uit het rapport blijkt dat 61 procent van de mannen zou overwegen om hun baan op te zeggen vanwege bezorgdheid over het salaris, terwijl slechts 51 procent van de vrouwen dat zou doen, wat aangeeft dat zij minder geneigd zijn om actie te ondernemen vanwege bezorgdheid over het salaris. Vrouwen vragen minder snel om loonsverhoging De tevredenheid over het salaris is echter hoog: 78 procent van de mannen zegt tevreden te zijn met hun salaris, tegenover 69 procent van de vrouwen. Vrouwen aarzelen meer om hun bezorgdheid over het salaris te uiten: slechts 49 procent van de vrouwen voelt zich op hun gemak om een loonsverhoging te vragen, tegenover 66 procent van de mannen. Hoewel verplichte rapportage uiteindelijk de loonverschillen tussen mannen en vrouwen aan het licht zal brengen, zal dit langzaam en op geaggregeerd niveau gebeuren, in plaats van bedrijven in staat te stellen proactief de onderliggende structurele problemen te identificeren die hiervoor verantwoordelijk zijn. Lees ook: Loonkloof verschilt per sector, uitzendbranche is een uitzondering Barbara Matthews, Chief People Officer bij Remote: “Loontransparantie gaat niet alleen over het beleid van een bedrijf, maar ook over het creëren van een cultuur waarin werknemers, met name vrouwen en minderheidsgroepen, zonder angst hun zorgen over hun loon kunnen uiten in een mentaal veilige werkomgeving. Proactieve, zichtbare salarisadministratieprocessen moeten de basis vormen van dit proces, zodat ongelijke beloning vroegtijdig kan worden gesignaleerd en werknemers het vertrouwen krijgen om hier openlijk over te praten. Dit creëert een cultuur van verantwoordelijkheid aan beide kanten.” Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags loonkloof, salaris | Reacties uitgeschakeld voor Loontransparantie wordt verplicht: werkgevers bereiden zich voor
Minister Aartsen wil in 2027 al het rechtsvermoeden werknemerschap bij tarief onder de 38 euro ingevoerd hebben Geplaatst 6 maart 2026 door Redactie FlexNieuws Zelfstandigen met een uurtarief van minder dan 38 à 39 euro kunnen straks eenvoudig bij de rechter claimen dat zij werknemer zijn. Zij hebben dan dezelfde rechten als werknemers in loondienst. Is de opdrachtgever het er niet mee eens? Dan moet hij bewijzen dat het toch gaat om zelfstandig ondernemerschap. De ministerraad ging vrijdag akkoord met dit voorstel van Thierry Aartsen, de nieuwe minister van Werk en Participatie. Aartsen laat hiermee zien dat hij zijn belofte wil waarmaken: snel aan de slag met nieuwe zzp-wetgeving. “Het is een eerste stap van een nieuwe koers”, zegt Aartsen. “Het is belangrijk om zelfstandigen en opdrachtgevers duidelijkheid te geven. En daarmee te zorgen voor rust onder zzp’ers en opdrachtgevers, zodat we voorkomen dat opdrachten onnodig wegvallen.” Wet VBAR opgeknipt Het rechtsvermoeden van werknemerschap was oorspronkelijk onderdeel van de wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR). In het regeerakkoord stond al dat het kabinet niet doorgaat met de VBAR, maar wel met het rechtsvermoeden. Aartsen ‘knipt’ dit R-onderdeel los van de rest, om het snel in te voeren. Volgende fase : de Zelfstandigenwet Over het VBA-deel was namelijk veel discussie. Dit gedeelte moet verduidelijken wanneer een opdrachtgever een zzp’er mag inhuren. Als Tweede Kamerlid ontwikkelde Aartsen (VVD) samen met D66, CDA en SGP een alternatief voor het VBA-deel: de Zelfstandigenwet. In het coalitieakkoord staat dat hij dit verder mag uitwerken en invoeren. Dit wordt zijn volgende stap, na de invoering van het rechtsvermoeden. “Voor een deel van het wetsvoorstel VBAR ontbrak het aan draagvlak”, zegt Aartsen. “Daarom haal ik dat deel van het wetsvoorstel van tafel. Hiermee is de weg vrij voor de Zelfstandigenwet.” Rechtsvermoeden: zo werkt het Het rechtsvermoeden van werknemerschap is bedoeld om kwetsbare werkenden te beschermen tegen schijnzelfstandigheid. Het is een ‘facultatief instrument’: dat betekent dat de werkende er gebruik van mag maken, maar het hoeft niet. Als hij tevreden is met zijn werk als zzp’er voor een lager tarief, dan hoeft hij niks te doen. Maar als hij vindt dat hij eigenlijk recht heeft op werknemersbescherming (ontslagrecht, loondoorbetaling bij ziekte, pensioenopbouw), dan kan hij een beroep doen op het rechtsvermoeden. Als hij inderdaad een lager uurtarief krijgt dan het drempelbedrag, kan hij bij de rechter eenvoudig werknemersrechten opeisen. Daartoe wordt het artikel 610 van Boek 7 BW aangepast (zie hier) Bewijstlast wordt omgekeerd Dit is heel anders dan dat het nu werkt. Op dit moment moet een schijnzelfstandige bewijs leveren dat hij eigenlijk werknemer is. Als straks het rechtsvermoeden is ingevoerd, hoeft dat niet meer. De rechter gaat uit van werknemerschap zodra het uurtarief minder is dan het drempelbedrag. Als een opdrachtgever toch vindt dat er sprake is van zzp-schap, dan moet hij dat bewijzen. Hoe hoog is het drempelbedrag? De tariefgrens is afgeleid van het minimumloon en wordt 38 à 39 euro per uur. Het tarief staat niet vast: als het minimumloon stijgt, groeit het drempelbedrag automatisch mee. Het bedrag wordt altijd naar boven afgerond. In de tabel hieronder zie je hoe dat werkt. Het voorstel is al een paar jaar oud. Je ziet nu dus al hoe het meestijgt met het minimumloon: van 33 euro in 2023 naar waarschijnlijk 39 euro in 2027. Wat is het niet? Het rechtsvermoeden van werknemerschap is nadrukkelijk geen verbod om onder het drempeltarief te werken. Daarnaast kunnen alleen werkenden zelf of hun vertegenwoordigers er een beroep op doen. Instanties zoals de Belastingdienst of de Nederlandse Arbeidsinspectie kunnen er niets mee. Tot slot kunnen alleen mensen die werken voor zakelijke opdrachtgevers (bedrijven of organisaties) het rechtsvermoeden inroepen. Zzp’ers die producten verkopen (de bakker, de webshophouder) of die werken voor particulieren (de thuiskapper, de bijlesleraar), kunnen er niks mee. Welk effect heeft dit? Opdrachtgevers die werken met zelfstandigen tegen tarieven lager dan het grensbedrag, lopen risico. De zzp’ers kunnen later namelijk eenvoudig naar de rechter gaan en werknemersrechten opeisen. Dit kan de werkgever – voorheen opdrachtgever van de zzp’er – flink geld kosten. Als hij het er niet mee eens is, moet hij voldoende bewijs hebben dat er sprake was van zzp-schap. Vanzelfsprekend geldt dit ook voor bureaus en platformen die zzp’ers bemiddelen, althans indien ze werken als tussenkomstbureau. Het effect van het rechtsvermoeden kan zijn dat opdrachtgevers tarieven structureel verhogen. Het is officieel geen ‘minimumtarief’, maar kan in de praktijk dus wel zo uitpakken. Verder hoopt het kabinet dat het zorgt dat werkgevers bewuster nadenken over de contractvorm. Kiezen voor zzp-inhuur alleen omdat het goedkoper is, moet afgelopen zijn. Onder meer vanuit de uitzendsector is stevig druk uitgeoefend voor deze maatregel. Dit vanuit het idee dat de combinatie van lage tarieven en vaak meer uitvoerend werk oneigenlijke concurrentie vormt voor uitzendwerk. Politieke discussie De ministerraad is akkoord, nu de Tweede Kamer nog. Aarsten hoopt dit snel voor elkaar te krijgen, zodat het rechtsvermoeden vanaf begin 2027 kan gelden. In principe steunen veel partijen het rechtsvermoeden, maar er zijn nog wel wat discussiepunten en twijfels. 1. Geen handhaving, dus een papieren tijger? Het rechtsvermoeden is momenteel een ‘privaatrechtelijk’ instrument. Dat betekent dat Belastingdienst en Arbeidsinspectie het niet kunnen handhaven. Kamerlid Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA) noemde dit eerder een ‘gemiste kans’ en vreest dat het weinig effect zal hebben zonder publiekrechtelijke handhaving. Dat vinden ook vakbond FNV en de BBB. “Zodra je zegt dat mensen zelf naar de rechter moeten stappen om hun recht te halen, geef je eigenlijk al aan dat de wetgeving aan de basis niet goed in elkaar zit”, zei BBB-Kamerlid Henk Vermeer. 2. Beperking van ondernemerschap? Partijen op rechts worstelen juist met de inbreuk op de markt. Hoewel het geen minimumtarief is, kan het in de praktijk wel zo uitwerken. Uit peilingen van brancheorganisaties zoals ABU, Bovib en RIM blijkt dat er brede steun is voor de plannen, maar dat wil niet zeggen dat alle zelfstandigen voorstander zijn. Geplaatst in In de wet, Wetten & CAO’s | Tags Minister Aartsen, rechtsvermoeden bij laag tarief | Reacties uitgeschakeld voor Minister Aartsen wil in 2027 al het rechtsvermoeden werknemerschap bij tarief onder de 38 euro ingevoerd hebben
Indeed verstevigt koppositie, niche- en regionale jobboards winnen terrein Geplaatst 6 maart 2026 door Redactie FlexNieuws Indeed blijft onbetwist de populairste vacaturesite onder Nederlandse baanzoekers. Van de bijna 1.500 actieve baanzoekers die Intelligence Group in 2025 bevroeg, noemt 45% het platform als favoriet — een stijging van 7 procentpunt ten opzichte van 2024. LinkedIn volgt stabiel op plek 2 met 36%, maar het gat met Indeed wordt daarmee merkbaar groter. Plek 3 en 4 zijn voor NationaleVacaturebank en werk.nl, ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Bij werk.nl is een nuance op zijn plaats: de populariteit is grotendeels te verklaren door de verplichting voor uitkeringsgerechtigden om zich er in te schrijven, niet door vrijwillige voorkeur. Recruiters beoordelen werk.nl al bijna tien jaar op rij als het minst effectieve wervingskanaal. Winnaars en verliezers Werkzoeken.nl klimt opnieuw, van plek 6 naar 5, en profileert zich steeds nadrukkelijker als uitdager van Indeed. De groei is te danken aan sterke SEO-zichtbaarheid en een marktgerichte aanpak. Ook Glassdoor — onderdeel van hetzelfde concern als Indeed — wint terrein. Dat is relevant voor de flexbranche: AI-gestuurde zoektools putten steeds meer uit Glassdoor-data, waardoor een sterk werkgeversprofiel op dat platform strategisch waardevoller wordt. De grootste verliezer is Intermediair.nl, ooit een vaste waarde op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het platform zakt van plek 9 naar 12 en staat daarmee voor het eerst buiten de top 10. Ook Jobbird (van 5 naar 7), Stepstone en Uitzendbureau.nl laten terrein liggen. Niche en regio winnen De grootste groeiers van 2025 zijn dan ook niet de grote platforms, maar juist de niche- en regionale jobboards. Zoals ZeeuwseVacaturebank, dat springt van plek 42 naar 15, terwijl ZorgpleinNoord klimt van 20 naar 14 en Culturele-vacatures.nl stijgt van 13 naar 8. En starterssite Magnet.me wint ook 3 posities, van 16 naar 13. Gebruik verschilt per leeftijd en geslacht Ervaren professionals en 50-plussers maken significant vaker gebruik van jobboards dan jongere werkzoekenden. Vrouwen kiezen vaker voor Indeed (52% versus 38% bij mannen), terwijl mannen relatief vaker uitkomen op NationaleVacaturebank en Jobbird. In het kort: drie conclusies De conclusie voor recruiters en bureaus is drieledig: Indeed en LinkedIn blijven de basis voor het bereiken van actieve baanzoekers. Wie specifieke doelgroepen wil bereiken, doet er verstandig aan niche- en regionale platforms serieus te nemen. En met de opkomst van AI-zoekhulpmiddelen wordt de databron achter een platform — zoals Glassdoor — minstens zo belangrijk als het directe bezoekersverkeer. Bron: Intelligence Group Geplaatst in Arbeidsmarktdata, In de wereld | Reacties uitgeschakeld voor Indeed verstevigt koppositie, niche- en regionale jobboards winnen terrein