"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

Q4 2025: flexbranche krimpt ondanks groei economie

De Nederlandse economie groeide ook in het vierde kwartaal verrassend sterk. Het aantal mensen met werk groeide ook weer wat, maar het totale aantal uren dat zij werkten nam wat af. Die krimp kwam volledig voor rekening van de zelfstandigen en de flexbranche.

De economie heeft het in 2025 verrassend goed gedaan: de totale jaargroei kwam uit op 1,9%, na een niet minder verrassende 1,8% in het laatste kwartaal van vorig jaar. De werkgelegenheid gemeten in personen tussen 15 en 75 jaar die in Nederland werken en wonen (de zogenoemde werkzame beroepsbevolking) groeide net als in het derde kwartaal met 0,6%, dus harder dan de 0,1% van het eerste halfjaar. Hoewel er dus iets meer mensen werkten, werkten zij in totaal iets minder uren: min 0,6% ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt uit de cijfers die het CBS op 30 januari en 2 februari publiceerde.

Flexbranche verliest herstel weer uit het oog

Nadat de urenkrimp van de flexbranche in de eerste twee kwartalen van 2025 langzaam kleiner werd en in het derde kwartaal zelfs verbeterde naar een kleine groei (+0,5%), was er toch weer krimp in het vierde kwartaal: 1,9% ten opzichte van een jaar eerder. Lichtpuntje: die urenkrimp was kleiner dan die de ABU marktmonitor onlangs liet zien (-4,1% in Q4). De totale jaarkrimp is daarmee uitgekomen op 1,0% (ABU: -4,7%).

Het aantal flexbranche-uren kwam in het laatste kwartaal van vorig jaar uit op 203 miljoen, het laagste aantal sinds begin 2016. Het totale aantal uren in 2025 kwam daarmee op 828 miljoen, na 836 miljoen in 2024. De absolute kwartaal-piek lag ooit in Q3 2018, dus ruim 7 jaar geleden, op 251 miljoen uren.

Het aandeel van de flexbranche-uren in de totaal gewerkte uren kwam in Q4 uit op 5,5%, het laagste aandeel sinds Q3 2014. Het is duidelijk dat er geen sprake is van flex-herstel, niet tijdelijk, en al helemaal niet structureel. Dat lijkt, met de blijvend onzekere geopolitieke en economische omstandigheden, en de dus hoogstwaarschijnlijk voortdurende pauze op de arbeidsmarkt, in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt, voorlopig ook niet aan de orde. Vermoedelijk zullen de op 1 januari van dit jaar in werking getreden cao’s voor uitzendkrachten en voor detachering het urenvolume in 2026 ook nog niet direct opstuwen.

Niet geprofiteerd van minder zzp’ers

Het aantal door zelfstandigen gewerkte uren is in Q4 zelfs met 5,4% gekrompen, de sterkste krimp in vijf jaar, toen de corona-lockdowns grote delen van  onze economie plat legden. Om te zien wie dan wél heeft geprofiteerd van de enorme krimp van de zelfstandigen-uren, moeten we afstappen van de gewerkte uren en gaan kijken naar het aantal personen. Dan zien we grofweg dezelfde veranderingen als in het vorige kwartaal, maar dan nog wat sterker.

  • Het aantal werknemers met een vast contract groeide met 2,1% veel harder dan de 0,6% van de totale werkzame beroepsbevolking. Hun aandeel in die groep groeide dan ook van 56,2% een jaar geleden naar 57,1% nu, het op één hoogste aandeel in meer dan 12 jaar (Q3 had met 57,3% het hoogste aandeel).
  • Het aantal werknemers in de interne flexschil (vooral tijdelijke werknemers en oproepkrachten) groeide met 3,2% nog harder (dat was nog +1,8% in Q3), naar een aandeel van 24,1%; dat was een jaar eerder nog 23,5%.
  • Het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden werd maar liefst 5,8% kleiner, dat is weer wat sterker dan het gemiddelde van de afgelopen vier jaar (-5,0%), en omvat nu nog 3,4% van alle werkenden, dat is één van de laagste percentages van deze eeuw (de piek lag in Q4 2016 op 5,4%).
  • Het aantal zzp’ers (eigen arbeid) kromp met een heel stevige 8,0%, en ook dat is het sterkste jaar-op-jaar zzp-krimppercentage van deze eeuw. Hun aandeel in de werkzame beroepsbevolking beslaat nu nog 10,2% (dat aandeel piekte in Q4 2024 nog op 11,1%).
  • De externe flexschil omvatte daarmee in Q4 13,6% van de werkzame beroepsbevolking, een behoorlijk tuimeling sinds de 14,8% van Q4 2024, die bijna volledig voor rekening van de zzp’ers komt. (Piek: 14,9% in Q4 2022.)
  • Al met al omvatte de totale flexschil in Q4 nog 37,7% van de werkzame beroepsbevolking, wat minder dan de 38,3% van een jaar eerder. (Piek: 40,4% in Q2 2017.)

Veranderingen per kwartaal en beroepsgroep

Als de veranderingen van de aantallen personen per arbeidscontractvorm per kwartaal ten opzichte van een jaar eerder in een grafiek worden samengevat, wordt nog eens duidelijk wat de impact van de handhaving van de Wet DBA op het aantal zzp’ers eigen arbeid is geweest. En dat die zich niet heeft vertaald naar groei van het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden, en zelfs niet echt in een sterke stijging van het aantal vaste contracten, maar vooral in groei van de interne flexschil.

Als we dan nog even inzoomen op het laatste kwartaal van 2025, en niet alleen naar het totaal kijken, maar ook naar de twaalf beroepsgroepen op de arbeidsmarkt, dan valt op dat daartussen enorme verschillen bestaan. De bedrijfseconomische en administratieve beroepen (waaronder ook HR) zijn in Q4 nog flink gegroeid ten opzichte van een jaar eerder, en vooral met vaste contracten (+73.000 werkenden) en wat interne flex (+4.000 personen). Er waren daarentegen 8.000 zzp’ers eigen arbeid minder, en 2.000 uitzendkrachten en gedetacheerden. 

In ICT beroepen zijn er nog 3.000 uitzendkrachten en (waarschijnlijk vooral) gedetacheerden bij gekomen, naast vooral meer vaste contracten en interne flex. Vooral in de technische beroepen zijn er veel zzp’ers (-30.000) en uitzendkrachten en gedetacheerden (-16.000) verdwenen. Ook in de meeste andere beroepsgroepen is het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden en zzp’ers eigen arbeid afgenomen.

Profiteren van flex

Het aantal zzp’ers eigen arbeid is sinds de piek van eind 2024 gezakt van toen 1,091 miljoen naar 1,004 miljoen in Q4, een krimp van 87.000 zzp’ers eigen arbeid (-8,0%). Het aantal door zelfstandigen gewerkte uren piekte al in het tweede kwartaal van 2024, op 827 miljoen. Daar waren er nog 768 miljoen van over in Q4 van 2025, ofwel een krimp van 7,1%. Toch lijken werkgevers sterk te hechten aan de flexibiliteit en wendbaarheid van hun personeelsbestanden, en hebben die in Q4 nog meer dan in de voorgaande kwartalen in hun interne flexschil gezocht, met de nadruk op meer oproepkrachten. Met alle voortdurende turbulentie en onzekerheid in de externe omgeving, is dat goed te begrijpen.

Het is aan de flexbranche om te ontdekken hoe meer van die blijvende flexbehoefte kan worden geprofiteerd.

 

Wim Davidse is director Trends & Insights bij ZiPmedia, hoofdredacteur van FlexNieuws en toekomstverteller en strategisch prestatie-adviseur.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *