SLUIT MENU

Minister Paul (SZW): selectiever arbeidsmigratiebeleid nodig, keuzes aan volgend kabinet

Demissionair minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Mariëlle Paul (VVD) heeft in een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer de stand van zaken rond het arbeidsmigratiebeleid geschetst en gereageerd op recente adviezen van onder meer het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO), de SER en de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV).

In de brief benadrukt het kabinet dat fundamentele keuzes over de inrichting van de economie en arbeidsmarkt uiteindelijk aan een volgend kabinet zijn dat eind deze maand naar verwachting het stokje zal overnemen.

Balans tussen economie en druk

Volgens Paul moet het debat over arbeidsmigratie beginnen bij de vraag hoe de Nederlandse economie en samenleving moeten worden ingericht. Nederland wil een hoogwaardige en innovatieve economie zijn, maar kampt tegelijkertijd met stagnerende productiviteitsgroei en een relatief grote afhankelijkheid van goedkope arbeid. De afgelopen decennia is vooral het aantal laagbetaalde arbeidsmigranten sterk toegenomen.

De staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 waarschuwde eerder dat een groeiend migratiesaldo de brede welvaart onder druk kan zetten, onder meer door schaarste aan ruimte en druk op de sociale cohesie in wijken. Tegelijkertijd kunnen arbeidsmigranten bijdragen aan maatschappelijke transities, bijvoorbeeld in sectoren met personeelstekorten. Dat vraagt volgens het kabinet om een ‘selectief en gericht’ beleid.

Adviezen vragen om grote beleidskeuzes

De recente rapporten van het IBO en de SER pleiten voor integrale beleidskeuzes die verder gaan dan alleen het aanpakken van misstanden. Zo adviseren zij ook de vraag naar laagbetaalde arbeid te verminderen, meer te investeren in arbeidsbesparende technologie en het binnenlandse arbeidspotentieel beter te benutten.

Paul schrijft hierover in continu gesprek te zijn met sociale partners, maar stelt dat richtinggevende beslissingen over onder meer industriebeleid, arbeidsmarktregels en migratiebeleid aan een volgend kabinet zijn. Dat nieuwe kabinet kan wat Paul betreft voortbouwen op de huidige acties en de voorgestelde maatregelenpakketten. 

Misstanden en veiligheid blijven aandachtspunt

Uit het OVV-rapport blijkt dat de werkgerelateerde veiligheid van arbeidsmigranten onder druk staat. Het kabinet zegt daarom door te gaan met het uitvoeren van aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten en benadrukt dat misstanden stevig moeten worden aangepakt.

Onderdeel daarvan is onder meer het verhogen van boetes voor bedrijven die arbeidswetten overtreden en het versterken van toezicht en handhaving. Ook wordt gewerkt aan wetgeving die uitzendbureaus verplicht ernstige arbeidsongevallen te melden en te controleren of werkplekken veilig zijn voordat werknemers opnieuw worden ingezet.

Gerichter beleid voor arbeidsmigratie

Voor werknemers van buiten de EU blijft een vergunningplicht gelden. Werkgevers moeten eerst binnen Nederland en de EU naar personeel zoeken voordat zij arbeidskrachten van daarbuiten kunnen aantrekken. Het kabinet wil daarnaast werkgevers beter informeren over bestaande regels, al is de reminder dat extra maatregelen afhankelijk zijn van beschikbare middelen.

Ten aanzien van kennismigranten onderschrijft het kabinet het belang van deze groep voor innovatie en concurrentiekracht. Wel vindt Paul dat het misbruik van de regeling tegengaan moet worden. Door bestaande eisen waar nodig aan te scherpen, bijvoorbeeld rond looncriteria en te kijken naar effecten van subsidies en fiscale regelingen op de vraag naar arbeid, zodat beter kan worden afgewogen welke sectoren steun krijgen in een toekomstbestendige economie.

Hervormingen op de arbeidsmarkt

Paul wijst erop dat flexibilisering van de arbeidsmarkt de vraag naar arbeidsmigranten kan versterken. Om die afhankelijkheid te beperken, ligt een wetsvoorstel voor meer zekerheid voor flexwerkers in de Tweede Kamer. Ook wordt gewerkt aan een maximale inleentermijn van 36 maanden voor uitzendkrachten. Het nieuwe kabinet wel door met dat wetsvoorstel.

Met de recent aangenomen Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) heeft onder meer tot doel malafide uitzendbureaus weren. Met Wtta zijn uitleners verplicht hun certificering per ….. op orde te hebben.  

Daarnaast heeft dit kabinet gewerkt aan een mogelijk uit- en inleenverbod voorbereid voor sectoren waar structureel misstanden voorkomen. Ook dit punt neemt het nieuwe kabinet over, zo blijkt uit het regeerakkoord. 

Investeren in technologie en arbeidspotentieel

De SER en het IBO adviseren sterker in te zetten op arbeidsbesparende innovatie, omdat een ruime toegang tot goedkope arbeid investeringen kan afremmen. Het kabinet verwijst naar de productiviteitsagenda en de geplande oprichting van een Productiviteitsraad in 2026.

Ook wordt gekeken naar robotisering in de land- en tuinbouw en automatisering van distributiecentra om de afhankelijkheid van arbeid te verminderen.

Tegelijkertijd wil het kabinet het binnenlandse arbeidsaanbod vergroten. Er wordt gewerkt aan betere toegang tot werk voor statushouders en asielzoekers en aan verbeterd taalonderwijs voor arbeidsmigranten die langer in Nederland verblijven. Voor sommige plannen geldt dat financiering nog moet worden gevonden.

Versterking van de positie van arbeidsmigranten

Tot slot zegt Paul dat stappen gezet zij om de positie van vooral laagbetaalde arbeidsmigranten zowel op de werkvloer als in de samenleving te verbeteren. Zo wordt verkend of de bewijslast bij onderbetaling kan worden omgekeerd, waardoor werkgevers moeten aantonen dat zij het minimumloon betalen.

Verder ligt een wetsvoorstel in de Eerste Kamer om de strafbaarstelling van mensenhandel te moderniseren, en kijkt het kabinet met belangstelling uit naar een gedragscode voor goed werkgeverschap die de SER voorbereidt.

Ook worden maatregelen genomen tegen onrechtmatige detachering van werknemers van buiten de EU, onder meer via samenwerking met andere lidstaten en de Europese Arbeidsautoriteit.

Nieuw kabinet

In de conclusie stelt Paul dat het huidige kabinet de adviezen van de SER, het IBO en de OVV ter harte te nemen. Tegelijkertijd erkent ze dat een selectiever arbeidsmigratiebeleid  bredere keuzes over de economische structuur en arbeidsmarkt raakt — beslissingen die bij een volgend kabinet liggen. 

Ondertussen ligt er ook een coalitieakkoord voor het binnenkort aan te treden kabinet onder leiden van Rob Jetten. Daarin wordt duidelijk dat ook het nieuwe kabinet zoekt naar de balans tussen regulering om misstanden tegen te gaan en het openstaan voor internationaal talent, wat hard nodig is gezien de alle ambities. 

Het nieuwe kabinet maakt duidelijk het huidige beleid grotendeels door te zetten en onder meer het genoemde SER-advies over arbeidsmigratie te omarmen. 

Daarbij moet vooral bij huisvesting van arbeidsmigranten de verantwoordelijkheid weer nadrukkelijker bij werkgevers en uitzendbureaus gelegd worden. Voor zzp’ers met een laag tarief, wat ook onder arbeidsmigranten regelmatig lijkt voor te komen, komt een rechtsvermoeden van werknemerschap. 

Vluchtelingen en statushouders moeten wat betreft het kabinet Jetten sneller aan het werk kunnen. Het akkoord stelt dat internationaal talent nodig blijft voor de Nederlandse arbeidsmarkt en dat dit talent waar nodig moet worden aangetrokken.

Pilot circulaire arbeidsmigratie

Het nieuwe kabinet staat wat positiever tegenover arbeidsmigranten. Zo staat in het regeerakkoord dat internationaal talent nodig blijft voor de Nederlandse arbeidsmarkt en dat dit talent waar nodig moet worden aangetrokken. Er komt een driejarige pilot om onder strikte voorwaarden gericht goed geschoolde arbeidskrachten naar Nederland te halen voor specifieke sectoren. Voorwaarden zijn onder meer een salariseis, huisvesting en een maximale verblijfsduur van drie jaar. Kandidaat-EU-lidstaten komen in ieder geval in aanmerking.

Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *