Redactie FlexNieuws 30 januari 2026 0 reacties Print Rekenkamer: arbeidspotentieel statushouders blijft onbenutOndanks grote personeelstekorten lukt het Nederland nog nauwelijks om statushouders duurzaam aan het werk te krijgen. Onderzoek van de Algemene Rekenkamer toont dat de inburgeringswet wel begeleiding verbetert, maar nog te weinig leidt tot werk op niveau.Nederland benut het arbeidspotentieel van statushouders onvoldoende. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in het rapport Onbenut potentieel, over de werking van de inburgeringswet. Ondanks verbeteringen in begeleiding en taalonderwijs lukt het nog nauwelijks om erkende vluchtelingen duurzaam aan het werk te krijgen in sectoren met grote personeelstekorten zoals zorg, bouw en techniek. Volgens de Rekenkamer zijn de resultaten van de inburgeringswet onvoldoende: inburgering duurt langer dan beoogd, het bereikte taalniveau blijft achter en de stap naar werk op niveau wordt zelden gezet. Zonder urgentie en duidelijke beleidskeuzes dreigt het inburgeringsbeleid volgens de Rekenkamer ‘wensdenken’ te blijven. Meer begeleiding, maar onvoldoende effect Sinds 2022 geldt de nieuwe inburgeringswet. Vluchtelingen met een verblijfsstatus krijgen daarin meer begeleiding vanuit gemeenten. Ook wordt vaker taalonderwijs op niveau B1 aangeboden. Het onderzoek, dat bijna 65.000 statushouders over de periode 2022-2024 volgt, laat zien dat deze verbeteringen daadwerkelijk zijn doorgevoerd. Lees ook: Eén op de vijf migranten benut arbeidspotentieel niet Toch wijzen de resultaten tot medio 2025 uit dat de centrale doelstelling van de wet (snel en volwaardig meedoen aan de samenleving) nog onvoldoende wordt behaald. Statushouders vinden moeilijk hun weg naar betaald werk, het aanbod van taalcursussen kan beter en verplichte taallessen blijken lastig te combineren met werkverplichtingen. Daarnaast spelen trage asielprocedures, huisvestingsproblemen, tekort aan taaldocenten en gebrek aan kinderopvang een remmende rol. Werk vaak onder niveau en met flexcontract Van de statushouders die drie jaar geleden met hun inburgering startten, heeft 28 procent inmiddels een vorm van betaald werk gehad. Dat betreft echter vaak laagbetaalde banen met flexibele contracten. Werk dat aansluit bij opleiding en werkervaring uit het land van herkomst blijft zeldzaam. De Rekenkamer schetst herkenbare voorbeelden: een verpleegkundige die in de horeca werkt, of een universitair docent informatica die als bezorger aan de slag is. Voor duurzame inzet op niveau is doorgaans hoogwaardig taalonderwijs en bijscholing nodig. Dat botst met de Participatiewet, die inzet op snelle uitstroom uit de bijstand. Tekortsectoren blijven buiten bereik Opvallend is dat sectoren met grote personeelstekorten nauwelijks worden bereikt. In vergelijking met sommige andere landen in Europa duurt het in Nederland lang voordat inburgeraars op niveau kunnen werken. De Rekenkamer wijst naar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, waar bijscholingstrajecten voor vluchtelingen met medische achtergrond korter en gerichter zijn ingericht. In Duitsland werkten in 2024 zo’n 5.800 gevluchte Syriërs als arts. Een deel van hen vertrok vanuit Nederland naar Duitsland vanwege betere mogelijkheden om hun beroep uit te oefenen. Als vluchteling-zorgverleners ook in Nederland korter worden bijgeschoold om bevoegd te zijn, zou de overheid besparen op uitkerings- en opleidingskosten. Lees ook: Statushouders duurzaam aan het werk: kansen voor zorg en bedrijfsleven Minister kan effect beleid niet goed meten Een ander knelpunt is dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onvoldoende inzicht heeft in de effectiviteit van het beleid. Werkervaring en opleidingsniveau van statushouders worden bij aanvang van het inburgeringstraject niet structureel geregistreerd. Ook ontbreken duidelijke streefwaarden om te meten of het rijksbeleid de doelen behaalt. Daardoor kunnen minister en staatssecretaris volgens de Rekenkamer momenteel niet vaststellen of het beleid daadwerkelijk ‘volwaardig meedoen’ stimuleert. Reactie kabinet: streefwaarden en betere registratie In hun reactie geven de bewindspersonen van SZW aan dat ook zij inzetten op duurzame uitstroom uit de bijstand. Zij kondigen aan streefwaarden en betere registratie van achtergrondgegevens te willen opzetten. De Rekenkamer benadrukt in haar nawoord dat de knelpunten al langer bekend zijn en noemt het wensdenken als bewindspersonen verwachten dat statushouders snel, volwaardig en betaald werken en tegelijkertijd hun verplichte inburgeringsdiploma op zo hoog mogelijk taalniveau halen. Nu zijn volgens haar duidelijke keuzes nodig. Als het doel werkelijk ‘participeren naar vermogen’ is, dan moet het beleid uitgaan van het potentieel van statushouders. Zonder die koerswijziging blijft duurzame uitstroom uit de bijstand onrealistisch en arbeidspotentieel onbenut. Het rapport is op 28 januari 2026 toegelicht aan de vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. President Duisenberg gaf daarna een persconferentie over de belangrijkste bevindingen. De Tweede Kamer gebruikt het onderzoek als input voor een commissiedebat over integratie en inburgering, dat staat gepland op 9 februari. Lees ook: Meer dan twee keer zoveel arbeidsmigranten in Nederland als gedacht Algemene Rekenkamer, onbenut arbeidspotentieel, statushouders Print Over de auteur Over Redactie FlexNieuws Redactie van Flexnieuws - interviews, artikelen, aankondigingen en persberichten. Bekijk alle berichten van Redactie FlexNieuws