"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

‘Groei uitzenders en detacheerders zit niet in omzet, maar in waardecreatie voor inleners’

Reinder Koelewijn (sector manager zakelijke dienstverlening bij Rabobank) verwacht een lichte terugval in het eerste kwartaal van 2026 door stijgende kosten, daarna zal de uitzendmarkt zich deels herstellen. Of uitzendorganisaties in de toekomst kunnen blijven groeien, hangt echter vooral af van de flexondernemers zelf.

“De krapte op de arbeidsmarkt blijft, maar de periode van weelde is voorbij. De uitzendbranche staat namelijk voor grote uitdagingen. In de wirwar van de snel veranderende wereld moet de flexondernemer opnieuw zijn weg zien te vinden. Daarbij maakt wet- en regelgeving uitzenden terecht professioneler, maar ook complexer. En de nieuwe cao voor uitzendkrachten, die sinds 1 januari gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten voorschrijft, maakt uitzenden duurder en het toepassen daarvan voor uitzenders lastig. Daar komt de verdubbeling van de pensioenpremie nog eens bij. Gevolg: door stijgende kosten zal uitzenden zich meer beperken tot ziek en piek. 

Uitzenders kunnen daarop inspelen met een plug & play-propositie; zorgen dat hun flexkrachten ‘panklaar’ zijn – compliant én qua opleiding – om direct te worden ingezet. Wat dat betreft zijn er vooral kansen voor detacheerders. Zij hebben hun mensen in dienst, wat het gemakkelijker maakt hen aan zich te binden. Bovendien zijn zij in staat hun mensen op niveau op te leiden, waardoor zij snel inzetbaar zijn. Voor uitzenders geldt vooral dat zij gespecialiseerd moeten zijn om flexkrachten aan zich te binden. Zij moeten zichzelf de vraag stellen: waarom zou iemand als uitzendkracht via ons aan het werk gaan als hij ook bij een (inlenend) bedrijf in dienst kan gaan? Oftewel, hoe kun je die flexkracht aan jouw uitzendorganisatie binden?

Van uitzenduren naar waardecreatie

En dat is nog niet genoeg. De succesvolle uitzender maakt de slag van platte uitzendfabriek naar bredere HR-dienstverlening. Of zijn bedrijf kan blijven groeien, hangt van de flexondernemer zelf af. Het komt aan op echt ondernemen waarbij uitzenders meer waarde moeten creëren voor de inlener om toekomstbestendig te blijven. 

Want de krapte zal blijven bestaan omdat de arbeidsmarkt stagneert. Economische groei door meer arbeid zit er niet meer in, zo blijkt uit het eind 2025 verschenen rapport Wennink en de visie 2040 op de zakelijke dienstverlening van Rabobank. De arbeidsinzet in Nederland kan dit jaar nog stijgen, maar daarna zal dit afnemen. Dat betekent dat we meer moeten doen met minder mensen (denk aan de vraag naar mensen in de zorg en Defensie). Dat maakt de noodzaak tot innovatie nog veel groter. En dat dwingt ook uitzenders tot het maken van andere keuzes. 

Zij moeten zich niet langer alleen maar richten op het realiseren van meer uitzenduren, maar hun dienstverlening verbreden. Meedenken met de inlener, die ook zoekend is door de hogere kosten voor het inhuren van flexkrachten. Dat geldt zeker in de arbeidsintensieve sectoren. Denk aan de tuinbouw, waar robotisering hierdoor een boost zal krijgen. Kun je als uitzender die inlener helpen door je uitzendkrachten de juiste opleiding te bieden om die nieuwe machines te bedienen? Of denk aan robotisering in distributiecentra; kun je als uitzender jouw heftruckchauffeurs om- of bijscholen tot operators?

Mensgericht ondernemen

In het verlengde daarvan is er een verschuiving van omzetgedreven naar mensgedreven ondernemen. Juist uitzenders moeten investeren in human well-being van hun flexkrachten. Je belangrijkste asset zijn je mensen, dus moet je daarin investeren. Dat klinkt misschien soft, maar werkt door in harde cijfers. Het verzuim onder blue collar uitzendkrachten is bijvoorbeeld van oudsher hoog. 

Er zijn uitzendorganisaties die door goed om te gaan met hun menselijk kapitaal en goed verzuimbeleid het verzuimpercentage van 10 naar 5 procent weten terug te brengen. Dat verschil kan bepalen of je cijfers onderaan de streep positief of negatief zijn. Investeren in menselijk kapitaal loont. Uiteindelijk gaat het om de vraag ‘wat is de toegevoegde waarde van jouw flexbedrijf, zowel voor de inlener als de flexkracht?’ Dat vergt sturen op klant- en flexkrachttevredenheid.

Investeren in digitalisering en welzijn

In mijn vorige blog voorspelde ik een consolidatieslag in de uitzendmarkt. De complexiteit en prijsdruk dwingen tot efficiëntie in uitzenden. Daarvoor is schaalvergroting nodig, vandaar dat er meer strategische overnames zullen komen. Die shake-out in de uitzendmarkt kent winnaars en verliezers. De flexbedrijven die investeren in human well-being en innovatie (digitalisering) zullen bij de winnaars horen. Dat kan van alles zijn, variërend van de inzet van AI voor werving en selectie (zonder bias) of een AI-psycholoog die flexkrachten ondersteunt en hun welzijn vergroot. 

Als Rabobank willen wij investeren in een beter Nederland. Dat betekent ook bijdragen aan het toekomstbestendig maken van de uitzendsector. De uitzendbranche staat voor grote uitdagingen en het belang van een goed functionerende flexbranche is groot. Daarom bieden wij start-ups en scale-ups de mogelijkheid van de Rabo Innovatielening. Bedrijven in de energiemarkt en zorg maken daar al veelvuldig gebruik van. En hiermee kunnen we ook flexbedrijven helpen. 

Nieuw is dat we, vooruitlopend op de Wtta, als voorwaarde voor financiering stellen dat flexbedrijven over het SNA-keurmerk moeten beschikken. Want ja, wet- en regelgeving maakt uitzenden complexer, maar er is ook een positieve kant. Hierdoor wordt het voor malafide uitzenders dermate moeilijk gemaakt dat het kaf van het koren wordt gescheiden. En dan komt er ruimte om in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt en uitgebreidere dienstverlening ook betere tarieven te hanteren. Een eerlijke prijs voor de extra toegevoegde waarde maakt uitzenders toekomstbestendiger.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *