Maandelijkse archieven: juli 2022

Vier kanttekeningen bij de flexvoorstellen van minister Van Gennip

‘Flex zal altijd nodig zijn, maar niet zoveel als nu, want voor de mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt maakt het echt uit,’ zegt de minister op 5 juli in het FD. Maar, wanneer ik naar de cijfers kijk, dan zijn er vier kanttekeningen te plaatsen bij de plannen die het kabinet heeft voor het flex-deel van de arbeidsmarkt.

1. De onderkant:  dat is volgens de data ongeveer 10% van de flexschil

  • De totale flexschil bereikte z’n piek in 2017-2018 (42,5% v alle werkenden tussen 15-75 jaar) – toen werd de krapte op de arbeidsmarkt weer goed voelbaar, en nam het aantal vaste contracten vervolgens relatief sterk toe; de flexschil zakte richting 39%.
  • Begin dit jaar was, vanwege alle turbulentie en onzekerheid, de flexschil weer ietsje gegroeid, van 39,3% naar 39,8% v d werkenden tussen 15-75 jaar.
  • Die totale flexschil (werknemers met flexibele arbeidsrelatie, w.o. uitzend- en detacheringskrachten +  zzp’ers) omvatte in 2021 3,658 miljoen mensen tussen 15-75 jaar, van alle opleidingsniveaus.
  • Daarvan waren er 375.000 ouder dan 25 jaar met een LO-diploma. Dat is 10,3% v d totale flexschil. Dat zullen relatief vaak mensen zijn die daar niet persé zelf voor hebben gekozen.

Waarom dan zo’n alomvattend (nieuw) beleid?

2. Uitzenden + detacheren vormen samen maar zo’n 11% v d totale flexschil

Dat is dus ongeveer 4,5% van alle werkenden tussen 15-75 jaar. De  rest zijn #oproepkrachten, allerlei tijdelijke contracten die alle werkgevers zelf uitgeven, en zzp’ers. Uitzenden en detacheren (U+D) is al relatief goed geregeld.

3. Flexwerk is feitelijk vooral een zaak van jongeren

  • Van alle werknemers met een flex-contract was 46% jonger dan 25 jaar en 54% ouder dan 25.
  • Anders gezegd: van alle jongere werknemers had liefst 78,2% een flex-contract, bij alle 25plussers was dat 18,0%.

4. Opleidingsniveau doet er nauwelijks toe

  • Bij die 25plussers doet het opleidingsniveau er nauwelijks toe: bij LO had 18,6% v d werknemers een flex-contract, bij MO 16,6% en bij HO 18,7%.
  • Van alle jongeren was maar 3,9% zzp’er, van alle 25plussers was dat 13,2%.
  • Hier doet het opleidingsniveau er wat meer toe: bij LO was 11,6% v d 25plussers zzp’er, bij MO was dat 13,0% en bij HO zzp’de 13,9% van de 25-plussers.

Dus:

De aanpak van flex vergt volgens mij dus meer focus. Bijvoorbeeld op de 10%-groep van laagopgeleide 25 plussers + nuancering naar leeftijd,

Bovendien zal er eerst een antwoord gegeven moeten worden op deze te weinig gestelde vragen:

  • wie wil er flexwerken (flex by choice) en wie liever niet (flex by force) ?
  • kun je die tweede groep niet beter helpen met scholing dan met “vaste” of duurdere flex-contracten?

Daarnaast zie ik met nieuwe voorstellen weer allerlei extra regel- en controle-druk aankomen, en daar moeten we juist veel minder van gaan hebben.

Dit artikel is gepubliceerd op ZiPconomy.

Geplaatst in In de wereld, Politiek | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Vier kanttekeningen bij de flexvoorstellen van minister Van Gennip

Randstad overname Finite Group in Australië en Nieuw Zeeland

Randstad NV neemt Finite Group over in Australië en Nieuw Zeeland, gespecialiseerd in recruitment van IT professionals en digital consultancy.

Finite Group hielp in 2021 ruim 3.000 kandidaten in dit werkgebied aan nieuwe banen en opdrachten in Australië en Nieuw Zeeland.

De overname wordt naar verwachting in de komende weken voltooid.

Bron: Randstad, persbericht 7 juli 2022

Lees ook
Randstad koopt digitaal uitzendplatform Side in Frankrijk

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Randstad overname Finite Group in Australië en Nieuw Zeeland

Voor 3 op de 10 Nederlanders huizenprijzen reden voor wisselen baan

De huidige hoge huizenprijzen zijn van invloed op de arbeidsmarkt. Zo’n drie op de tien Nederlanders geven namelijk aan dat de oververhitte woningmarkt een reden is om een andere baan te zoeken (27,7%).

Dit en meer blijkt uit onderzoek onder bijna 1.500 Nederlanders, uitgevoerd door Nationale Vacaturebank in samenwerking met Panel Inzicht.

Vooral onder jongeren leeft deze gedachte: voor 37,8% van de 18- tot 34-jarigen is de huidige gekte op de woningmarkt reden om een andere baan te zoeken. Ook geeft bijna de helft van de jonge Nederlanders aan dat zij een huis dat aan hun wensen voldoet niet kunnen betalen, terwijl dit bij andere leeftijdsgroepen gaat om een op de drie ondervraagden.

Hogere huizenprijzen, meer jobhoppers
Noord-Hollanders zoeken het vaakst een andere baan: 45% van de ondervraagden. In deze provincie zijn woningen – gemiddeld gezien – het duurst van heel Nederland. Ook in andere provincies met relatief hoge huizenprijzen is deze trend zichtbaar, bijvoorbeeld in Noord-Brabant (43%) en Utrecht (42%).

In Zeeland lijken werkenden het meest tevreden met hun huidige baan. Hier geeft slechts 32% van de ondervraagden aan van werkgever te willen wisselen.

Zelf kansen vergroten op de woningmarkt
Een hoger salaris kan helpen om meer kans te maken op de woningmarkt. Landelijk gezien zijn salarisonderhandelingen, veranderen van werkgever en een opleiding volgen de belangrijkste stappen die werkenden willen nemen voor een hogere inkomsten.
Sharita Boon, algemeen directeur van Nationale Vacaturebank: “Binnen de huidige woningmarkt liggen wensen en middelen voor velen nog te ver uit elkaar. Op ons platform zien we dat Nederlanders steeds meer bezig zijn met hun salaris, en hun carrièrekansen echt aan het verkennen zijn.”

Werkenden hebben echter niet overal in het land evenveel over voor een hoger salaris. Sommige werkenden willen zelfs helemaal geen actie ondernemen voor een hoger salaris. Dit geldt vooral in Friesland (36,4%) en Utrecht (35,6%).

Bron: Nationale Vacaturebank, 6 juli 2022

Lees ook
Banen in Randstad minder in trek dan banen buiten grote steden, vanwege woningmarkt

Geplaatst in Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Voor 3 op de 10 Nederlanders huizenprijzen reden voor wisselen baan

Nog nooit zoveel mensen benaderd en van baan gewisseld als in Q2-2022

1 op de 5 personen is van werkgever gewisseld in de afgelopen 12 maanden (1,8 miljoen mensen in totaliteit).

Nog nooit zijn zoveel mensen benaderd voor een nieuwe baan het afgelopen kwartaal (37,9%) en de verwachte gemiddelde zoekduur naar een nieuwe baan is nog nooit zo laag geweest (3,4 maanden). Ook de arbeidsmarktactiviteit is historisch laag en dat alles gecombineerd met een record aantal vacatures resulteert in een record aan schaarste. Dit blijkt uit de kwartaal 2-2022 update van de aanbodcijfers van Intelligence Group, waarin al 20 jaar elk kwartaal 4.000 personen uit de Nederlandse beroepsbevolking worden ondervraagd naar hun arbeidsmarktgedrag.

Ontwikkeling arbeidsaanbod
• 1,8 miljoen mensen vonden de afgelopen 12 maanden werk. In de Installatie, reparatie en onderhoud is het aantal baanwisselingen in Nederland het laagste (11,8%) wat mede de oorzaak is van het grote gevoel van schaarste in deze gebieden. In design, grafisch en ontwerp is de doorloop het grootste. Bijna 2 op de 5 personen is afgelopen jaar van werkgever veranderd (37,8%)

• 37,7% van de Nederlandse beroepsbevolking is in het tweede kwartaal van 2022 benaderd door een werkgever of (commerciële) recruiter om van baan te wisselen. Nog nooit zijn zoveel mensen gehunt. Deze wervingsmethodiek wordt steeds dominanter voor recruitment in Nederland. Dat is mede het gevolg van de zeer lage arbeidsmarktactiviteit van de Nederlandse beroepsbevolking. 11,6% was in het tweede kwartaal van 2022 ‘maar’ actief op zoek naar een baan. Dit is bijna het laagste percentage arbeidsmarktactiviteit ooit gemeten en vergelijkbaar met Q2-2020, bij de start van COVID. Toen was de arbeidsmarktactiviteit op het laagste punt ooit gemeten.

Bureaus en in steeds meerdere mate werkgevers benaderen kandidaten actief. De top 3 functiegebieden waar mensen het afgelopen kwartaal minimaal één keer zijn benaderd om van werkgever te veranderen, zijn:
1. Consultancy/advies 68,4%
2. Engineering 65,9%
3. ICT/Automatisering 63,6%

• De enorme vraag op de arbeidsmarkt maakt werknemers passiever en minder actief op zoek naar een baan. Het verlaagt de urgentie om te zoeken en om actief arbeidsmarktgedrag te vertonen. Werkzoekers verwachten nu in 3,4 maanden een nieuwe baan te hebben gevonden. Ook dit is een record. In 2013 lag dit nog op 8 maanden, ruim twee keer zo lang. Werknemers zijn minder actief op de arbeidsmarkt, en ook minder lang op zoek. Tevens hoeven ze ook minder te solliciteren alvorens aangenomen te worden. Al deze drie ontwikkelingen vergroten het gevoel van schaarste op de arbeidsmarkt, omdat daardoor het waargenomen aanbod voor werkgevers waarneembaar afneemt.

“Werknemers, de aanbodkant van de arbeidsmarkt, zitten in de driver seat. Zij bepalen de dynamiek, en de krapte op de arbeidsmarkt. Werkgevers en de overheid grijpen daarentegen naar oude en niet-werkende (wervings-)instrumenten om de krapte te lijf te gaan, zoals het sollicitatie- en recruitmentproces niet aanpassen aan de tijdsgeest van snel, online en mobiel. Of mensen actief benaderen voor een baan, zowel online als in de winkelstraat of op het schoolplein. Ook het stimuleren om meer te werken lijkt een beleidsidee dat voorbijgaat aan de behoefte van werknemers om minder en flexibeler te willen werken. Meer werken loont daarbij onvoldoende wat vervolgens met een bonusregeling moet worden opgelost. Een instrument dat slechts voor hele korte termijn effectief is en vaak op middellange termijn een negatief effect heeft”, vindt Geert-Jan Waasdorp, CEO van Intelligence Group. “Het personeelstekort is een direct effect van werkgeverschap, leiderschap en management skills. De vergrijzing heeft maar een beperkt effect in de huidige problematiek, maar is wel het makkelijkste excuus.”

Bron: IG, 6 juli 2022

Geplaatst in Nieuws | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Nog nooit zoveel mensen benaderd en van baan gewisseld als in Q2-2022

Kabinet zet stap naar verplicht certificeringsstelsel voor uitzendbureaus

Kabinet zet stap naar verplicht certificeringsstelsel voor uitzendbureaus

Malafide uitzendbureaus omzeilen regels, en maken misbruik van kwetsbare mensen waaronder veel arbeidsmigranten. Dat leidt tot schrijnende situaties, onderbetaling, slechte huisvesting, en slechte arbeidsomstandigheden. Het overtreden van de regels levert hen ook een financieel voordeel op: zij zijn goedkoper uit dan bedrijven die wel goed voor hun personeel zorgen. Om deze misstanden tegen te gaan, gaat het kabinet een verplicht certificeringsstelsel voor uitzendbureaus inrichten.

Dat schrijft minister Karien van Gennip in een brief aan de Tweede Kamer.

Download
Kamerbrief hoofdlijnen verplichte certificering bij ter beschikking stellen van arbeidskrachten

Deze zomer wordt het wetsvoorstel voor verplichte certificering ter internetconsultatie gedeeld (www.internetconsultatie.nl) en vinden uitvoerings- en handhavingstoetsen plaats.

Minister Karien van Gennip: ‘Te vaak nog worden arbeidsmigranten behandeld als tweederangsburger. Te veel uitzendbureaus zorgen niet goed voor hun personeel en laten ze slapen en werken in slechte omstandigheden. Dat is onacceptabel. Mensen die hier komen werken, hebben recht op fatsoenlijke woon- en werkomstandigheden, net als u en ik. Daarom ben ik blij dat we de stap zetten naar een certificeringsstelsel voor uitzendbureaus. Dat verbetert de positie van arbeidsmigranten én zorgt voor een gelijk speelveld voor de uitzendsector.’

Doel certificeringsstelsel
Het verplichte certificeringsstelsel heeft meerdere doelen. Allereerst wil het kabinet de positie van arbeidskrachten beter beschermen. Het staat voorop dat een groep werkgevers goed omgaat met de arbeidskrachten in uitzendsituaties (onder wie arbeidsmigranten). Maar de kwalijke situaties, waarin te veel arbeidskrachten in uitzendsituaties verkeren, moeten zo snel mogelijk gestopt worden. Daarnaast wil het kabinet een gelijk speelveld voor uitzendbureaus waarborgen. Onder andere door ervoor te zorgen dat partijen die zich niet aan de regels houden van de markt worden geweerd.

Eisen: waarborgsom, VOG, gecertificeerde huisvesting
Om in aanmerking te komen voor een certificaat moet een uitzendbureau laten zien dat het zich aan de regels houdt. Uitzendbureaus worden periodiek gecontroleerd, op onder andere betaling van het juiste loon en het juist doen van belastingaangifte. Ook moeten uitzendbureaus een verklaring omtrent het gedrag (VOG) hebben, een waarborgsom van € 100.000 betalen en gecertificeerde huisvesting aanbieden. Als een uitzendbureau zijn certificaat verliest, mag het niet meer op de markt opereren.

Samenwerking tussen overheid en sociale partners
Het kabinet heeft bij de uitwerking van het certificeringsstelsel nauw samengewerkt met sociale partners uit de Stichting van de Arbeid en de uitzendbranche. De betrokken organisaties zijn FNV, CNV, VCP, VNO-NCW, MKB Nederland, LTO Nederland, ABU, en NBBU.

Het stelsel wordt publiek-privaat, waarbij sociale partners een rol krijgen in de uitvoering van het stelsel. De Nederlandse Arbeidsinspectie zal toezien op de naleving van de certificeringsplicht en daarvoor wordt structureel €10,5 miljoen voor uitgetrokken. Op dit moment zijn er zo’n 15.000 uitzendbureaus in Nederland en naar verwachting zal de certificeringsplicht vanaf 2025 gaan gelden.

Bron: Rijksoverheid, 5 juli 2022

Lees ook
Plannen voor arbeidsmarkt, waaronder certificering uitzenders

Onderdelen uit de hoofdlijnenbrief m.b.t. de uitvoering:

Voldoende inspecteurs en private inspectie-instellingen nodig
Een belangrijke randvoorwaarde voor de uitvoerbaarheid van het stelsel is dat er voldoende private inspectie-instellingen zijn met voldoende inspecteurs. Het kabinet gebruikt de komende tijd om samen met sociale partners de uitvoering van het stelsel
verder uit te werken en voor te bereiden. Het is wenselijk om de ervaringen die partijen in de sector zelf al hebben opgedaan, via publiek-private samenwerking en het vrijwillige private SNA-keurmerk, zoveel mogelijk te benutten. Het private SNA-keurmerk en de
zelfregulering in de branche zijn door het vrijwillige karakter op zichzelf helaas onvoldoende toereikend gebleken om malafide ondernemingen van de markt te weren en om daarmee de (kwetsbare) arbeidskrachten te beschermen en een gelijk speelveld te waarborgen. Werknemersorganisaties kunnen zich ook niet (meer) vinden in het keurmerk. De bestaande inhoudelijke normering van het SNA-keurmerk biedt dus een startpunt, maar behoeft duidelijk aanvulling, versterking, en breder gebruik.

Nieuwe stichting voor certificerende instelling
Het private deel van het stelsel zal bestaan uit een stichting die fungeert als certificerende instelling (CI) en uit private inspectie-instellingen. De CI zal de certificaten uitgeven, schorsen en intrekken. Ook zal de CI de inhoud van het normenkader opstellen en
onderhouden, dat het toetsingskader vormt voor de certificering. De minister van SZW moet het normenkader goedkeuren. De private inspectie-instellingen zullen periodieke controles uitvoeren bij uitleners om te bepalen of zij aan het normenkader voldoen. De CI zal deze inspectie-instellingen aanwijzen en daar toezicht op houden.

Openbaar register, NLA houdt toezicht op naleving
De Nederlandse Arbeidsinspectie zal toezicht houden op de naleving van de certificeringsplicht door uitleners en inleners. De Arbeidsinspectie kan handhavend optreden als uitleners in strijd met de wet niet gecertificeerd zijn, of als inleners arbeidskrachten inlenen van dergelijke niet-gecertificeerde uitleners. Inleners kunnen overigens zelf in een openbaar register controleren – ook middels een beoogd notificatiesysteem – of de uitlener met wie zij willen samenwerken, in het bezit is van een certificaat. Tot slot blijft de minister van SZW verantwoordelijk voor het stelsel als geheel.

Reikwijdte om ontduiking te voorkomen
Het kabinet stelt voor om de certificeringsplicht te laten gelden voor alle ondernemingen, die in Nederland aan terbeschikkingstelling van arbeid doen als bedoeld in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Hieronder vallen ook uitleners die niet uitzenden, maar uitlenen anders dan in het kader van beroep of bedrijf. VNO-NCW, MKB Nederland en LTO Nederland hebben hun zorgen geuit over de voorgestelde reikwijdte, omdat daarmee ook ondernemingen die in beperkte mate aan terbeschikkingstelling van arbeid doen, onder de certificeringsplicht zullen vallen. Het kabinet is zich hiervan bewust en zal daarvoor oog blijven houden. Desondanks kiest het voor deze reikwijdte.

Het kabinet acht het essentieel voor de effectiviteit van het stelsel dat de certificeringsplicht voor een grotere groep geldt dan enkel uitzendbureaus, die arbeidskrachten uitlenen in het kader van beroep of bedrijf.

Ten eerste om evidente ontwijkings- en ontduikingsmogelijkheden naar andere uitleenconstructies te voorkomen. Ten tweede sluit de voorgestelde reikwijdte het beste aan bij wat het uit- en inlenen van arbeidskrachten onderscheidt van reguliere werkgever- en werknemerrelaties, namelijk dat de arbeidskracht formeel in dienst is van de ene partij, maar werkt onder leiding en toezicht van een andere partij. Of de uitlener dat bedrijfsmatig doet (als uitzendbureau) of niet, is daarbij van secundaire relevantie: niet-bedrijfsmatig uitgeleende arbeidskrachten lopen immers niet wezenlijk andere risico’s dan hun bedrijfsmatig uitgeleende evenknieën.

Tot slot maakt deze reikwijdte het eenvoudiger om de certificeringsplicht vast te stellen dan wanneer enkel voor de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten op basis van een uitzendovereenkomst zou zijn gekozen. Dit komt het toezicht op de naleving van de certificeringsplicht ten goede.

Met de voorgestelde reikwijdte neemt het kabinet het advies over van het Aanjaagteam en het middellangetermijnadvies (MLT) van de Sociaal-Economische Raad van juni 2021 om de certificeringsplicht niet te beperken tot alleen uitzendbureaus en arbeidsmigranten.

Bovendien neemt het kabinet het advies van het Aanjaagteam over om de certificeringsplicht van toepassing te verklaren op alle situaties waarin in Nederland arbeidskrachten ter beschikking worden gesteld, dus ook als dit door buitenlandse uitleners gebeurt.

Lees ook
Principeakkoord over hervorming arbeidsmarkt
Kabinet steunt aanbevelingen aanjaagteam Roemer
Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten tegen te gaan
Tweede Kamer bespreekt uitkomsten uitzendonderzoeken, w.o. driehoeksrelaties bij arbeid

Geplaatst in Politiek | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Kabinet zet stap naar verplicht certificeringsstelsel voor uitzendbureaus