ABU: ‘Discussie vast versus flex is ongezond’ Geplaatst 24 augustus 2016 door Hinke Wever Over de hoofden van de kleine drie miljoen flexwerkers en zpp’ers lijkt zich een strijd te voltrekken over hoe er moet worden omgegaan met vaste versus flexibele banen, schrijft het NRC. Vakbonden en SP, PvdA, CDA en nu ook D66 roepen om meer vaste banen, om de tweedeling op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Werkgevers zien de oplossing juist in betere regulering en bescherming van de positie van flexwerkers. “Je kunt ‘vast’ ook zo flexibel maken dat het geen vast meer is”, zegt Agnes Akkerman, hoogleraar arbeidsmarktinstituties en arbeidsrelaties in Nijmegen. “Een arbeidsmarkt zonder flexwerk bestaat niet.” Streven naar hoogwaardiger flex Ruud Muffels, hoogleraar arbeidsmarkt en sociale zekerheid in Tilburg, zegt: “Nederland heeft nu veel laagwaardige flex. Ongeveer tweederde van de flexbanen is voor laagopgeleiden en wordt slecht betaald. Volgens economische wetten zou je onzeker werk juist beter moeten belonen. Hoogwaardige flex bereik je als alle banen iets flexibeler worden, maar wel met behoud van goede werknemersrechten.” ABU pleit voor basisstelsel in plaats ‘vast versus flex’ “De discussie ‘vast versus flex’ is ongezond”, vindt Jurriën Koops, directeur van uitzendbrancheorganisatie ABU. “De discussie zou moeten gaan over: hoe houden we zo veel mogelijk mensen aan het werk en hoe zorgen we ervoor dat we het voor alle werkenden arbeidsrechtelijk goed regelen?” De ABU pleitte onlangs voor een basisstelsel voor alle werkenden, zowel vaste werknemers als flexwerkers en zzp’ers. Iedereen heeft daarin basisrechten op scholing, arbeidsongeschiktheid en pensioen, los van de contractvorm. Marjolein ten Hoonte, directeur arbeidsmarkt bij Randstad Nederland, zegt: “Arbeidsvoorwaarden die ‘met je meereizen’ kunnen leiden tot een veilige en flexibele arbeidsmarkt voor iedere werkende, niet alleen voor mensen met een vast contract.” Bron: NRC, 23 augustus 2016 Geplaatst in Nieuws | Tags ABU, arbeidsmarkt, Jurriën Koops, Marjolein ten Hoonte, randstad, Ruud Muffels, vast en flex | Reacties uitgeschakeld voor ABU: ‘Discussie vast versus flex is ongezond’
Steeds meer oproepkrachten, ondanks afspraken sociale partners Geplaatst 24 augustus 2016 door Hinke Wever Het aantal oproepkrachten, vaak met een nulurencontract, is het afgelopen jaar verder gestegen, ondanks afspraken van de sociale partners om deze vorm van flexibele arbeid terug te dringen. In 2015 nam het aantal mensen dat werkt op basis van een oproepcontract met 20.000 toe tot 551.000. In 2010 waren dat er nog 400.000. Trouw meldt dit op basis van cijfers van het CBS. Onzekerheid over aantal uren Vooral in de thuiszorg zijn flexibele contracten schering en inslag. “Wat we ook veel zien zijn de min-max-contracten. Daarin staat dat iemand bijvoorbeeld minimaal vier uur per week werkt en maximaal twintig uur. Die bandbreedte willen we kleiner krijgen. Mensen weten nooit hoeveel uren ze moeten werken en dus ook niet hoeveel geld er aan het einde van de maand op hun rekening staat”, aldus Maureen van der Pligt, FNV bestuurder, in gesprek met Trouw. Na een half jaar heeft een oproepkracht meer rechten De Wet Werk en Zekerheid geeft oproepkrachten na een half jaar meer rechten. Als iemand met een éénuurcontract toch telkens 20 per week werkt, dan kan deze werknemer na zes maanden eisen dat hij of zij voor 20 uur per week betaald krijgt. Bijna niemand weet dit, volgens FNV. Afname nulurencontracten in 2016 De vakbonden denken dat het aantal oproepkrachten in 2016 afneemt. In ziekenhuizen mogen nu geen nulurencontracten meer worden gebruikt. Eind 2015 zijn er ook afspraken gemaakt in de cao’s van Gehandicaptenzorg en Jeugdzorg om dit terug te dringen. Bron: Trouw, 24 augustus 2016 Geplaatst in Nieuws | Tags CBS, flexibele arbeid, FNV, Gehandicaptenzorg, Horeca, Jeugdzorg, nulurencontract, oproepkrachten, Wet Werk en Zekerheid, WWZ, ziekenhuizen | Reacties uitgeschakeld voor Steeds meer oproepkrachten, ondanks afspraken sociale partners
Carerix breidt platform uit met referentietool REFQ Geplaatst 23 augustus 2016 door Hinke Wever Carerix heeft een koppeling gerealiseerd met de online referentietool van REFQ. Kandidaten kunnen vanaf nu binnen het Carerix-platform eenvoudig een link toevoegen naar een showcase met professionele referenties. Referenties zijn hot Ervaringen en meningen van anderen worden steeds meer bepalend als selectiemechanisme. Volgens Edwin Stuart, algemeen directeur van REFQ, is de sector rijp om deze vorm van beoordelen ook op de arbeidsmarkt te introduceren en hoogwaardige referenties een essentieel onderdeel te maken van de selectie voor werkgevers en opdrachtgevers. “Referenties geven ervaring een gezicht en elke extra referentie maakt het profiel van de kandidaat scherper. Het vergroot de vindbaarheid van de kandidaat en de kans op een succesvolle match. De meeste mismatchen ontstaan namelijk op gedrag, stijl en context en niet zozeer op opleiding of capaciteit van een kandidaat.” Hoe werkt het? Online referenties zijn de moderne manier om het cv te verrijken en versterken het professionele profiel. REFQ biedt kandidaten één centrale plek voor het inwinnen, beheren en delen van referenties. Nadat een account is aangemaakt door de kandidaat, helpt REFQ om referenten uit te nodigen. Deze vullen een korte, digitale vragenlijst in met relevante en prikkelende vragen over het gedrag, de stijl en de omgeving waarbinnen de kandidaat heeft gewerkt. De kandidaat ontvangt vervolgens een uitgebreid en professioneel referentierapport in zijn portfolio. Geen cijfers of sterren, maar een profiel van het echte gedrag. Hij of zij houdt hierbij de volledige controle over het eigen portfolio en kan er voor kiezen om alleen de individuele referenties te delen of het hele portfolio, bijvoorbeeld via social media zoals LinkedIn, Facebook, Twitter en nu dus ook via Carerix. Bron: Carerix, 23 augustus 2016 Geplaatst in Nieuws | Tags ATS, Carerix, CRM, Facebook, kandidaten, LinkedIn, referentie-onderzoeken, REFQ, Twitter | Reacties uitgeschakeld voor Carerix breidt platform uit met referentietool REFQ
Hoe gaan zzp’ers om met leaseauto? Geplaatst 23 augustus 2016 door Hinke Wever Een leaserijder betaalt minder boetes, schade en onderhoud ondanks langere reistijd, meldt ZZP Barometer. Leaserijders zijn gemiddeld langer onderweg en zijn daarbij op basis van gereden minuten 33,6% minder kosten aan boetes kwijt en 38% minder kosten aan onderhoud en schade dan zzp’ers met een eigen auto. Dat blijkt uit onderzoek van ZZP Barometer onder 1.035 zzp’ers. Een zzp’er die in een leaseauto reist zit per dag gemiddeld 84,7 minuten in de auto. Dat is 48 procent meer dan de zzp’er met een eigen auto. Ondanks de langere reistijd ontvangen ze nagenoeg hetzelfde bedrag aan boetes. Bron: ZZP Barometer, 23 augustus 2016 Geplaatst in Branchenieuws | Tags lease-autoregeling, zzp, ZZP Barometer | Reacties uitgeschakeld voor Hoe gaan zzp’ers om met leaseauto?
Kennismigranten – kleine bedrijven betalen lagere leges Geplaatst 23 augustus 2016 door Hinke Wever | Regeling Hoogopgeleiden » | Kennismigranten » | Om meer kennismigranten naar Nederland te laten komen, wordt de leges verlaagd voor kleine bedrijven om erkend referent te worden. De status als erkend referent voor bedrijven is noodzakelijk om gebruik te kunnen maken van de kennismigrantenregeling. Het kabinet wil met ingang van 1 januari 2017 een gedifferentieerd legestarief te introduceren. Op dit moment zijn de leges hiervoor €5.183. Kleine bedrijven en start-ups komen in aanmerking voor een lager legestarief van €2.592. Daarvoor moeten zij kunnen aantonen dat zij 50 of minder medewerkers in dienst hebben. Ook bedrijven die wijzigen van rechtsvorm en een nieuwe status als erkend referent moeten aanvragen, betalen die lagere tarief. Dat schrijft Staatssecretaris Dijkhoff van Veiligheid en Justitie in een brief aan de Tweede Kamer. Bron: Rijksoverheid.nl, 30 juni 2016 Geplaatst in Rechtspraak | Tags erkend referent, Kennismigrantenregeling, Startups | Reacties uitgeschakeld voor Kennismigranten – kleine bedrijven betalen lagere leges