Gehandicaptenzorg zet steeds vaker flexkrachten in Geplaatst 13 augustus 2015 door Hinke Wever Organisaties in sector Gehandicaptenzorg zetten steeds vaker flexibele krachten in ten opzichte van vast personeel. Dat constateert Intrakoop op basis van de jaarverslagen over 2014. De sector staat er financieel beter voor. In 2014 boekte de sector een gezamenlijk positief resultaat van € 171 miljoen, een forse stijging ten opzichte van 2013 toen het resultaat met € 111 miljoen ook al positief was, meldt Intrakoop. Organisaties in de gehandicaptenzorg doen het daarmee gemiddeld een stuk beter dan organisaties in andere sectoren van de zorg. Naast de overwegend positieve resultaten valt de groei op van de uitgaven aan flexibel personeel (+ 6,8 procent). Dit is vooral het gevolg van de inzet van extra deskundigheid om een soepele transitie mogelijk te maken met het oog op de invoering van de WMO eerder dit jaar. Net als in 2013 (-2,3 procent) is het aantal medewerkers in de sector in 2014 opnieuw flink gedaald: vorig jaar met bijna 4 procent. Dit blijkt uit een analyse van jaarverslagen over 2014, de jaarlijkse thermometer van de zorg door Intrakoop, de inkoopcoöperatie van de zorg, en Verstegen accountants en adviseurs. De cijfers zijn gebaseerd op de jaarcijfers van 152 organisaties, die samen ruim 90 procent vormen van de organisaties actief in de Nederlandse gehandicaptenzorg. Daling arbeidsplaatsen Het aantal arbeidsplaatsen in de sector daalt voor het tweede jaar op rij. Dat de salariskosten nagenoeg toch gelijk blijven, duidt mogelijk op een vergrijzing van het personeelsbestand. Dit werd al eerder gesignaleerd door de koepelorganisatie Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). Tegenover minder vaste krachten staat een sterke groei van de uitgaven voor personeel dat niet in loondienst is met bijna 7 procent. Organisaties zetten steeds vaker flexibele krachten in ten opzichte van vast personeel. Bron: Intrakoop, 13 augustus 2015 Geplaatst in Nieuws | Tags flexkrachten, Gehandicaptenzorg, inhuur flexibele arbeid, Intrakoop, vast en flex | Reacties uitgeschakeld voor Gehandicaptenzorg zet steeds vaker flexkrachten in
AVV CAO LEO 2015 Geplaatst 13 augustus 2015 door Redactie FlexNieuws | Download CAO Landbouwwerktuigen exploiterende ondernemingen (LEO) » | 13 augustus 2015 AVV CAO LEO (Loonwerk) 2015 Download: > AVV CAO LEO 2015 Besluit: algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor Landbouwwerktuigen exploiterende ondernemingen. Bron: Het besluit is gepubliceerd in de Staatscourant d.d. 13 augustus 2015, nr. 20574, onder UAW nr. 11670. Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, LEO, Wet AVV | Reacties uitgeschakeld voor AVV CAO LEO 2015
Bert van Drongelen richt de MBUB op Geplaatst 12 augustus 2015 door Hinke Wever De uitzendbranche heeft er een nieuwe brancheorganisatie bij. Sinds 1 augustus is de MBUB actief, de Middenstandsbond Uitzendbedrijven, die in het leven is geroepen door een oude bekende in de uitzendbranche. De organisatie is een initiatief van de heer Bert van Drongelen, die al zo’n 40 jaar actief is in de uitzendsector. Hij was oprichter en eigenaar van drie bureaus; De Vakaturebank, De Werkbank en De Baanbank. Hij heeft 30 jaar geleden de NBBU (de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen) opgericht uit onvrede over de ABU (de Algemene Bond Uitzendondernemingen), waarbinnen toen naar zijn mening kleinere uitzendorganisaties onvoldoende aandacht kregen. Hij wist in die tijd vakbond LBV te mobiliseren om een eigen CAO voor de NBBU af te sluiten, hetgeen veel opschudding teweegbracht in de polder. “De NBBU is een mooie grote organisatie geworden, maar is door de jaren heen steeds meer op de ABU gaan lijken”, zegt hij. “De ABU en de NBBU trekken in steeds meer aspecten samen op. Ik wil nu een echte middenstandsorganisatie in het leven roepen, die betaalbaar is voor kleinere uitzendbureaus.” Motief Van Drongelen vindt de prijs voor het lidmaatschap van de grote uitzendbrancheorganisaties te hoog, evenals de kosten voor het NEN 4400 I en II certificaat voor uitzenders. “In feite kan het veel simpeler, effectiever en goedkoper,” zegt hij. “Toen ik eenmaal besefte dat een accountant de check voor de NEN-certificering kan uitvoeren via de ‘single audit systematiek’ en daar slechts anderhalf uur voor nodig heeft, omdat hij toch al geheel op de hoogte is van de administratie van het betreffende bureau, wist ik dat dit de weg opent voor kleinere uitzenders om gecertificeerd aan de slag te gaan.” In 1998 heeft Van Drongelen zijn registerorganisatie SVU opgericht, Stichting Vertrouwde Uitleners. Hij huurt daartoe registeraccountants in en zorgt voor een online, openbaar register waar uitzenders of payrollbedrijven zich kunnen laten registreren als NEN-gecertificeerde organisatie. “Er staan zo’n 4000 uitzenders ‘buiten de deur’ voor wie het lidmaatschap van de grotere brancheorganisaties te duur is. Die groep wil ik bedienen,” zegt hij. “Ik heb geen haast, ik ga langzaam te werk en onderscheid me met een attractieve prijsstelling.” Van Drongelen stond ook aan de wieg van branchevereniging NVUB, die de afgelopen jaren aan de weg heeft getimmerd met een eigen cao en een transferpool. “Die transferpool zag ik niet zitten,” zegt hij, “ik wilde gewoon een uitzendbrancheorganisatie oprichten. Na anderhalf jaar ben ik uit het bestuur gestapt.” Volgens hem is de NVUB een slapende organisatie geworden die op-sterven-na dood is. “Ik laat na tweeëneenhalf jaar het vonnis executeren van de rechtszaak die ik tegen hen heb gevoerd over de uitstaande schuld aan mijn organisatie SVU. Dat betekent einde verhaal NVUB.” De NVUB heeft voor haar cao, afgesloten met de vakbond AVV (Alternatief voor Vakbond), jarenlang geprobeerd dispensatie te verkrijgen van de algemeen verbindend verklaarde ABU-cao bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “Een extreem moeizame weg. Ik heb in mijn periode als voorzitter van de NBBU en de NVUB vijf ministers van Sociale Zaken meegemaakt. Zij volgden het advies van de vakbonden en de Stichting van de Arbeid. Ik ervaar dat als een muur waar je niet doorheen komt. Het feit dat de NBBU-cao bestaat en gedoogd wordt, heeft te maken met representativiteitscijfers voor de algemeen verbindend verklaring. Ik kan het niet anders zien.” Cao Ook nu streeft Van Drongelen weer naar een eigen cao en zoekt daarvoor een vakbond als partner. De bonden staan niet te dringen, bevestigt hij. Desondanks is Van Drongelen met twee of drie kleinere bonden in gesprek. “Uitzenders die zich bij mijn organisatie aansluiten moeten in de tussentijd met hun administratie twee cao’s kunnen toepassen, hun eigen cao en/of die van de ABU in de periode dat die algemeen verbindend is verklaard. Momenteel is de ABU-cao algemeen verbindend tot 16 september 2015.” Van Drongelen werft sinds begin augustus leden voor zijn brancheorganisatie en intensiveert dat met een kortingsactie die hij vanaf september op touw gaat zetten. “Die geldt voor alle uitzendorganisaties,” zegt hij, “maar als een grote organisatie zoals Randstad of Manpower lid zou willen worden, dan zal dat niet lukken.” Positionering “Het bestuur van de MBUB bestaat uit drie mensen,” zegt Van Drongelen. “Ik ben de voorzitter. Bert Kortekaas neemt het penningmeesterschap op zich en Johan Garconius is de secretaris.” Hoe ziet hij de toekomst van zijn organisatie? In een vereniging zijn de leden immers de baas; de ALV is daarin het hoogste orgaan. “Ja, uiteraard is een vereniging gebaseerd op democratie, ik kan niet in de toekomst kijken, maar ik wil in deze organisatie zo lang mogelijk zelf de koers bepalen.” Belang Een brancheorganisatie heeft veel geld nodig voordat een solide bestaan is opgebouwd, beaamt Van Drongelen. Met de SVU, de moeder van deze organisatie, financiert hij de opstartkosten. Daarbij rijst de vraag hoe Van Drongelen de onafhankelijkheid van zijn nieuw gestarte werkgeversorganisatie wil inrichten. Een directe band tussen financiering en voorzitterschap, wekt dat niet de schijn van belangenverstrengeling? “Om te voorkomen dat die onafhankelijkheid wordt verstoord, financiert de SVU de MBUB via een kortlopende lening,” licht Van Drongelen toe. Ook de vakbonden zullen zijn organisatie nauwlettend in de gaten houden. Wie op dit moment de site van de SVU bekijkt, ziet dat een van de bij het register aangesloten uitzendorganisaties circa 100 bv’s heeft laten registreren. Hoe is dat grote aantal te verklaren? “Dat zijn individuele uitzendkrachten, die ervoor tekenen om als ondernemer te kunnen werken en niet gebonden te zijn aan de cao-voorschriften van de inlener voor flex- of uitzendkrachten. Het is een legale inventieve constructie, bedacht door de achterliggende ondernemer. Het risico bestaat wel dat de betreffende mensen te lang en te veel werken. Daar moet voor worden gewaakt, dat heb ik benadrukt,” aldus Van Drongelen. “Hoe dan ook, het past in de lijn van de toename van zzp’ers op de arbeidsmarkt, die zelf hun tijd indelen en hun opdrachtgevers kiezen.” Van Drongelen geeft aan dat de kleine(re) uitzendorganisaties voordelig terecht kunnen bij de MBUB. Al geeft hij aan dat een uitzendbureau met 30 flexkrachten niet meer klein kan worden genoemd, laat staan een bureau dat 100 flexkrachten/ondernemers met eigen bv’s bemiddelt. Wie rekent, is en wordt ook met veel kleintjes groot. De tijdrovende, tamelijk dure weg voor het keurmerk van de SNA wordt via de MBUB omzeild, die is volgens Van Drongelen niet nodig voor de NEN-certificering 4400 I en II, en de inlener is gerustgesteld door de accountant wat betreft de ketenaansprakelijkheid. De WKA-check (Wet Ketenaansprakelijkheid) kan ook worden geregeld door Van Drongelens SVU. Bemiddelaars en accountancy kantoren hebben baat bij het concept. De MBUB dekt daarom volgens Van Drongelen een gat in de markt. Interview: Hinke Wever, FlexNieuws Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags accountancy, MBUB, Middenstandsbond Uitzendbedrijven, NBBU, NEN 4400, NVUB, SNA, uitzendbranche | Reacties uitgeschakeld voor Bert van Drongelen richt de MBUB op
Failliet: H.s.k. Janssen Telecommunicatie te Vlaardingen Geplaatst 12 augustus 2015 door Redactie FlexNieuws 12 augustus 2015 H.s.k. Janssen Telecommunicatie B.V. te Vlaardingen (KvK: 24183723) is op 6 augustus door de rechter failliet verklaard. Bron: Faillissementen.com, 7 augustus 2015 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags faillissement, FlexNieuws, uitleenbureau | Reacties uitgeschakeld voor Failliet: H.s.k. Janssen Telecommunicatie te Vlaardingen
Vergoedingen bij (pro forma) ontbinding Geplaatst 12 augustus 2015 door Hinke Wever Vergoedingen bij (pro forma) ontbinding Onder de Wet werk en zekerheid kan de kantonrechter aan de werknemer slechts een transitievergoeding toekennen of een billijke vergoeding. De billijke vergoeding wordt slechts toegekend bij ernstige verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Zoals reeds uit recente rechtspraak is gebleken, is toewijzing van een billijkheidsvergoeding eerder uitzondering, dan regel onder de Wwz. Dit blijkt tevens uit de beschikking van de kantonrechter te Rotterdam van 31 juli 2015 (ECLI:NL:RBROT:2015:5563). Pro forma ontbinding Het is zeer aannemelijk dat deze zaak een pro forma ontbindingsprocedure betrof. Wanneer de werkgever en de werknemer het erover eens zijn dat de arbeidsovereenkomst moet worden beëindigd, kunnen zij de kantonrechter gezamenlijk verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Een reden voor een dergelijk gezamenlijk verzoek kan zijn gelegen in het feit, dat de werknemer ziek is ten tijde van de beëindiging. Indien de arbeidsovereenkomst van een zieke werknemer middels een beëindigingsovereenkomst met wederzijds goedvinden wordt beëindigd, dan zal hij in beginsel geen aanspraak kunnen maken op een WW-uitkering of een Ziektewetuitkering. Door de kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden, wordt het risico verkleind dat de werknemer zijn recht op een uitkering niet geldend kan maken. Het gezamenlijk verzoek De kantonrechter te Rotterdam is door de werkgever verzocht om de arbeidsovereenkomst van de werknemer te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De werkgever stelt dat tussen partijen een verschil van inzicht is ontstaan met betrekking tot de wijze van invulling en uitvoering van de werkzaamheden van de werknemer. Partijen hebben verschillende gesprekken gevoerd om deze situatie te veranderen, echter is sprake van een zodanige verstoorde arbeidsverhouding dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarnaast is binnen de organisatie ook geen andere passende functie voor de werknemer aangezien partijen het erover eens zijn dat de omstandigheden die tot dit verzoek aanleiding hebben gegeven zich ook in een andere functie zouden voordoen. Bij ontbinding is de werkgever bereid een vergoeding van €40.000,- bruto te voldoen, waarin de transitievergoeding wordt geacht te zijn inbegrepen. De (zieke) werknemer erkent de verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen, maar voert het formele verweer dat desondanks de arbeidsovereenkomst niet moet worden ontbonden. Wanneer de arbeidsovereenkomst wel wordt ontbonden, dan stelt de werknemer dat hem een vergoeding toekomt, zoals door de werkgever is aangeboden. Ontbinding De kantonrechter stelt voorop dat de ontslaggrond – zijnde een verstoorde arbeidsverhouding ex art. 7:669 lid 1 jo. 3 sub g – geen verband houdt met de ziekte van de werknemer, zodat het opzegverbod bij ziekte niet geldt. Nu er geen sprake is van onenigheid tussen partijen over (het bestaan van) de ontslaggrond ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst. Ten aanzien van de aangeboden vergoeding overweegt de kantonrechter, dat bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst slechts de transitievergoeding of de billijke vergoeding kan worden toegekend. Omdat er in deze zaak geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, is er geen plaats voor toekenning van de €40.000,- als billijke vergoeding. De kantonrechter heeft wel in de beschikking opgenomen, dat de werkgever bereid is om aan de werknemer een vergoeding van € 40.000,- bruto toe te kennen, omdat partijen het eens zijn over deze vergoeding. Conclusie De Wwz biedt bij ontbinding alleen ruimte voor toekenning van een transitievergoeding of een billijke vergoeding. De door werkgever en werknemer overeengekomen vergoeding kwalificeert niet als transitievergoeding of billijke vergoeding, wanneer niet is voldaan aan de daarvoor gelende voorwaarden. De kantonrechter kan het bedrag conform de partijafspraak dan wel vermelden in de ontbindingsbeschikking, maar kan het bedrag niet toewijzen. Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir. Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92. Geplaatst in Rechtspraak | Tags arbeidsovereenkomst, kantonrechter Rotterdam, Ontslag, ontslagvergoeding, Pro forma ontbinding, transitievergoeding, Wet Werk en Zekerheid, Ziektewet | Reacties uitgeschakeld voor Vergoedingen bij (pro forma) ontbinding