"Voor futureproof ondernemen in flex"
SLUIT MENU

SNA-controle per 1 januari 2026: wat verandert er in normeis 5.8?

Per 1 januari 2026 wijzigt de SNA-controle op normeis 5.8 door de invoering van gelijkwaardige beloning. In dit artikel legt Normec VRO uit hoe inspecteurs toetsen, welke loonelementen centraal staan en wat dit vraagt van uitzendondernemingen.

Per 1 januari 2026 verandert de manier waarop binnen het SNA-keurmerk wordt gecontroleerd op de toepassing van relevante (cao-)lonen. Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de overgang van gelijke beloning naar gelijkwaardige beloning voor uitzendkrachten per 1 januari 2026.

Dit heeft gevolgen voor de interpretatie en toetsing van SNA-normeis 5.8 (Eisen met betrekking tot cao-lonen). In dit artikel lees je hoe inspectie-instellingen vanaf 2026 normeis 5.8 toetsen en waar je rekening mee moet houden.

De beschreven wijziging ziet specifiek toe op de steekproeven die in 2026 worden uitgevoerd en dus een controleperiode in 2026 kennen.

SNA-normeis 5.8: kern van de verplichting

Normeis 5.8 stelt dat je onderneming moet waarborgen dat een procedure is vastgesteld, is ingevoerd en wordt onderhouden om relevante (cao-)lonen toe te passen. Inspecteurs toetsen op drie samenhangende onderdelen:

  1. Het uitvraagproces
  2. De loonbetaling gebaseerd op de uitvraag
  3. De bevestiging aan de uitzendkracht

Hieronder lichten wij deze onderdelen toe.

1. Het uitvraagproces: focus van de controle

In de eerste periode richt de SNA-controle zich vooral op het uitvraagproces tussen de onderneming en de inlener. Dit proces vormt de basis om uitzendkrachten minimaal gelijk of, waar van toepassing, gelijkwaardig te kunnen belonen. Met ingang van 2026 is het proces formeel verankerd in het SNA Handboek Normen door een interpretatierapport.

De procedure moet borgen dat bij de inlener minimaal de volgende elementen worden uitgevraagd:

  1. De functie-inschaling en trede volgens de beloningsregeling van de inlener
  2. Het geldende periodeloon binnen de schaal
  3. De van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting (eventueel te compenseren in geld)
  4. De normale arbeidsduur bij de inlener
  5. Alle toeslagen voor onregelmatige arbeid of (fysiek) belastende omstandigheden
  6. Initiële loonsverhogingen: tijdstip en omvang gelijk aan die bij de inlener
  7. Kostenvergoedingen, voor zover deze netto kunnen worden uitgekeerd
  8. Periodieken: hoogte en tijdstip zoals bij de inlener bepaald
  9. Vergoeding van reisuren en reistijd (tenzij reeds aangemerkt als gewerkte uren)
  10. Eenmalige uitkeringen, ongeacht doel of reden
  11. Thuiswerkvergoedingen, waarbij het niet-wettelijk vrijgestelde deel bruto wordt uitgekeerd

Deze informatie moet herleidbaar zijn naar de inlener en vastgelegd zijn in de administratie van de onderneming.

Met deze uitvraag sluit de SNA-controle nadrukkelijk aan bij het normenkader van de Wtta. De NAU (Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt) onderzoekt momenteel of de eindejaarsuitkering, vakantiedagen en vakantiebijslag worden toegevoegd aan bovenstaande elf elementen. Vermoedelijk komt het element thuiswerkvergoeding te vervallen. Zodra hierover duidelijkheid is, volgt een update op dit artikel.

2. Loonbetaling op basis van de uitvraag

Na toetsing van het uitvraagproces controleert de inspecteur of de vastgestelde procedure in de praktijk werkt. Door de introductie van gelijkwaardige beloning verandert de interpretatie van normeis 5.8. In de steekproef wordt binnen deze normeis specifiek gekeken naar twee loonelementen:

  1. Het brutoloon
  2. De initiële loonstijging

De inspecteur toetst of het bruto uurloon en de initiële loonsverhoging van de uitzendkracht overeenkomen met de uitgevraagde informatie bij de inlener. Is dit het geval, dan is dit onderdeel van deze normeis voldoende aangetoond. De daadwerkelijke uitbetaling wordt steeds getoetst onder normeis 5.3.b.

Afwijking binnen gelijkwaardige beloning

Kiest de onderneming voor een ander brutoloon of een andere loonstijging? Dat is toegestaan binnen het kader van gelijkwaardige beloning, maar dan beoordeelt de inspecteur de compensatie die de uitzendkracht ontvangt. Daarbij geldt:

  • Er wordt geen perfect sluitende rekensom verlangd
  • Wel moet aannemelijk worden gemaakt dat de compensatie:
    • daadwerkelijk bestaat;
    • van toepassing is;
    • werkt in de praktijk;
    • redelijk aansluit bij het verschil met gelijke beloning.

Wanneer gebruik wordt gemaakt van niet-objectief waardeerbare aanspraken, geldt een aannemelijkheidstoets. De onderneming moet dan laten zien dat deze compensatie aantoonbaar is geborgd en daadwerkelijk aan de uitzendkracht wordt toegekend.

3. Bevestiging aan de uitzendkracht

Tot slot wordt getoetst of de uitzendkracht tijdig en correct wordt geïnformeerd. In de procedure moet vastgelegd zijn dat de ondernemer vóór aanvang van iedere terbeschikkingstelling (voor zover van toepassing) de volgende informatie bevestigt aan de werknemer:

  1. De verwachte ingangsdatum
  2. De naam en contactgegevens van de inlener, waaronder een eventuele contactpersoon en werkadres (voor zover mogelijk
  3. De functienaam en, indien beschikbaar, de functienaam volgens de beloningsregeling van de inlener
  4. Indien van toepassing de vermoedelijke einddatum van de terbeschikkingstelling

Ook deze vereisten sluiten aan bij het bestaande normenkader van de Wtta.

Wat betekent dit voor uw organisatie?

De wijziging per 1 januari 2026 vraagt om:

  • een zorgvuldig ingericht en gedocumenteerd uitvraagproces;
  • duidelijke keuzes en onderbouwing bij toepassing van gelijkwaardige beloning;
  • aantoonbare borging van compensaties;
  • transparante communicatie richting uitzendkrachten.

Ondernemingen die hier tijdig op anticiperen, verkleinen het risico op afwijkingen tijdens de SNA-controle aanzienlijk.

Coulance?

Er wordt op dit moment onderzocht of begin 2026 tot uiterlijk 1 mei 2026 coulance wordt toegepast bij eventueel geconstateerde afwijkingen. In dat geval zal een non-conformiteit op normeis 5.8 niet leiden tot een extra vervolginspectie na drie maanden, maar wordt het herstel beoordeeld tijdens de eerstvolgende reguliere inspectie na zes maanden. Ten tijde van het schrijven van dit artikel is hierover nog geen definitief besluit genomen.

Normec VRO inspecteert en certificeert ondernemingen die zich willen onderscheiden op eerlijke arbeid.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *