Koolmees over TOFA, tegemoetkoming flexkrachten Geplaatst 21 mei 2020 door Hinke Wever Het ministerie van SZW bereidt de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA) voor. Dit is een tegemoetkoming voor flexkrachten die door de coronacrisis werkloos zijn geworden, maar niet in aanmerking komen voor WW of bijstand. De Tweede Kamer had daar met steun voor de motie-Gijs van Dijk c.s. aandacht voor gevraagd. Bovendien werd gevraagd of het mogelijk is bij dit vangnet ook studenten, artiesten, hybride ondernemers te betrekken. Niet loongerelateerd Een loongerelateerde tegemoetkoming is niet uitvoerbaar, zegt minister Koolmees in zijn brief, d.d. 20 mei, aan de Tweede Kamer. De tegemoetkoming zal een ruwe, ongenuanceerde schatting zijn. Daarom zal de hoogte van het bedrag (bruto 600 euro) voor sommigen te weinig en voor anderen teveel zijn. In het voorstel voor een ‘corona-vangnet’, dat de Stichting van de Arbeid eerder heeft gedaan, werd gepleit voor een loongerelateerde tegemoetkoming. Dat voorstel is volgens de minister dus onuitvoerbaar. Uitkering TOFA mogelijk vanaf juli? Op zijn vroegst wordt de groep flexkrachten (dat willen zeggen: zij die hun tijdelijke werk hebben verloren, maar niet in aanmerking komen voor WW of bijstand) in de tweede helft van juli gecompenseerd. Het ministerie van SZW bereidt dit nu voor in samenwerking met het UWV. Minister Koolmees wil de vormgeving in de tussentijd ook bespreken met de Tweede Kamer. Doelgroep flexwerkers zeer divers De groep flexwerkers waar het hier om gaat is zeer divers en omvat jongeren met een bijbaan, volwassenen met een voltijds uitzendbaan, studenten met een oproepcontract, etc. Hoeveel flexwerkers zijn er? In Nederland werkten in 2019 545.000 mensen als oproep/-invalkracht en 266.000 als uitzendkracht. In totaal zijn dat dus ruim 800.000 flexwerkers. Van de oproep-, inval- en uitzendkrachten is 47% thuiswonend kind/ student, 10% uitwonende student en 43% overig uitwonend. Hoeveel flexwerkers hebben recht op WW? Startpunt voor het in kaart brengen van de groep is de vraag geweest wie recht heeft op WW bij werkloosheid. De meeste flexwerkers hebben bij ontslag recht op WW: 57% van de oproep- en uitzendkrachten geeft aan meer dan negen maanden bij de huidige werkgever te werken. Daarmee zouden zij vrijwel zeker voldoen aan de referte-eis van het UWV, die inhoudt dat een werknemer ten minste 26 van de laatste 36 weken gewerkt moet hebben om in aanmerking te komen voor de WW. Van de overige 43%, oftewel 350.000 mensen, zal nog steeds een groot deel recht hebben, bijvoorbeeld omdat zij meer dan zes maanden onafgebroken werken bij dezelfde werkgever (maar minder dan negen), of daarvoor bij een andere werkgever hebben gewerkt. Een veilige inschatting lijkt daarom dat maximaal één derde van de werknemers met een oproep- of uitzendcontract niet in aanmerking komt voor WW. Wat kenmerkt de groep die bij ontslag geen recht heeft op WW of bijstand? De groep werknemers met een oproep- of uitzendcontract die niet in aanmerking komt voor WW, is divers. Bij meer dan de helft (53%) gaat het om thuiswonende kinderen/ studenten, 9% gaat om uitwonende studenten, en in 38% gaat om andere situaties. De leefsituaties van deze groepen verschilt sterk. In het geval van thuiswonende kinderen/ studenten is vaak sprake van een hoog huishoudinkomen dat wordt verdiend door ouders. In het geval van uitwonende studenten is vaak sprake van alleenstaanden die niet op een partner terug kunnen vallen, maar wel op studiefinanciering. Studenten werken veelal in kleine baantjes. 55% van alle studenten werkt minder dan 12 uur, 23% werkt tussen de 12 en 19 uur en 22% werkt meer dan 20 uur. De meeste diversiteit is terug te vinden binnen de groep van 38%, of ongeveer 133 duizend mensen, die noch thuiswonend kind, noch student is. Van deze groep heeft ongeveer een derde een huishoudinkomen van minder dan 30.000 euro per jaar, maar ook ongeveer een derde heeft een huishoudinkomen van meer dan twee keer modaal. Een deel van de mensen met een oproep- of uitzendcontract die bij baanverlies geen recht heeft op WW, kan onder voorwaarden aanspraak maken op de bijstand. Daarvoor moet in ieder geval sprake zijn van een laag vermogen en moet ook de partner geen of weinig inkomen hebben. Onderzoek naar flexwerkers tussen de 20 en 45 jaar suggereert dat oproep- en uitzendkrachten in ieder geval veel minder vermogen hebben dan mensen die op een andere manier werken. Zo’n 50% van de werknemers met een oproep- of uitzendcontract heeft minder dan 2.500 euro spaargeld, tegenover 24% van de vaste werknemers en 22% van de zzp‘ers. Van de flexwerkers (inclusief zelfstandigen, tijdelijke contracten) met minder dan 2.500 euro spaargeld heeft meer dan de helft geen partnerinkomen, omdat er geen partner is of omdat deze niet werkt. Hoewel de vermogensgrenzen voor de bijstand anders zijn, suggereert dit beeld dat een aanzienlijk deel van de flexwerkers bij ontslag, indien er geen recht bestaat op WW, aanspraak kan maken op de bijstand. Het is aannemelijk dat met name veel arbeidsmigranten geen recht zullen hebben op WW. Veel van hen hebben sinds het uitbreken van de coronacrisis hun inkomen in Nederland verloren en zijn teruggekeerd naar het land van herkomst. Een steekproef van ongeveer 20.000 personen die mogelijk in aanmerking zouden kunnen komen voor TOFA, laat zien dat een aanzienlijk deel uit arbeidsmigranten zal bestaan. Voor wie zou de tegemoetkoming bedoeld zijn? Voor flexwerkers die niet in aanmerking komen voor WW of bijstand, maar wel van hun inkomen afhankelijk waren om hun vaste lasten te betalen of hun gezin te onderhouden, moeten deze bijzondere tijd kunnen overbruggen. Omwille van eenvoud zou de tegemoetkoming echter beschikbaar zijn voor een bredere groep dan alleen flexwerkers. Het gaat om mensen die: 1. een substantieel inkomen hadden; 2. sinds 1 maart 2020 – de maand waarin de coronacrisis in volle hevigheid uitbrak – substantieel inkomensverlies hebben geleden; 3. daardoor sindsdien geen substantieel inkomen meer hebben en; 4. ten behoeve van dat levensonderhoud geen aanspraak hebben gemaakt op een andere inkomensvoorziening. Motivering hoogte tegemoetkoming Geredeneerd vanuit de gedachte dat het gaat om mensen die niet voldoen aan de referte-eis van de WW vanwege hun geringe arbeidsverleden als flexkracht, wil de minister aansluiten bij het gemiddelde loon van een oproepkracht. De gemiddelde oproepkracht verdient volgens CBS-cijfers 825 euro bruto per maand. Uitgaande van een tegemoetkoming van 70% van dat gemiddelde bedrag, is de hoogte van de TOFA (afgerond naar boven op een honderdtal) dan 600 euro bruto per maand. Welke andere voorwaarden kunnen worden gehanteerd? Gezien de hoogte van de tegemoetkoming, zou het redelijk zijn te vereisen dat er in februari – de laatste volledige maand voordat de coronamaatregelen werden ingevoerd – minimaal 500 euro bruto werd verdiend. In de Wet arbeidsmarkt in balans wordt een grens van 12 uur per week gehanteerd om te bepalen of de arbeid van bijkomstige aard is. Uitgaande van het wettelijk minimumloon en arbeid van 12 uur per week, wordt met arbeid van bijkomstige aard circa 500 euro bruto per maand verdiend. Het lijkt de minister redelijk als voorwaarde te stellen dat in de maand april ten opzichte van februari ten minste 50% inkomstenverlies moet hebben plaatsgevonden. Heeft de aanvrager in april nog meer dan 600 euro inkomsten, dan ontvangt men geen tegemoetkoming. Er is dan immers nog sprake van een inkomen waarmee in belangrijke mate in het levensonderhoud kan worden voorzien. Ook mag de aanvrager geen aanspraak hebben gemaakt op een andere inkomensvoorziening, zoals bijstand. Deze voorwaarden betekenen dat mensen die TOFA krijgen, niet per se werkloos hoeven te zijn. Ook oproepkrachten die in thuisquarantaine zaten vanwege een zieke huisgenoot kunnen bijvoorbeeld TOFA krijgen. Een substantieel deel van de werknemers met een oproep- of uitzendcontract is minderjarig. Ouders hebben voor hen een zorgplicht. Daarom komen werknemers onder de 18 jaar niet in aanmerking voor de tegemoetkoming. Ook werknemers die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, komen niet in aanmerking. Zij komen in aanmerking voor AOW. Iemand die pas in mei of juni minder inkomsten heeft, komt niet in aanmerking voor de TOFA, omdat er alleen naar inkomstenverlies in april gekeken kan worden. Maatregel is fraudegevoelig Of iemand ook inkomen ontvangt uit het buitenland kan niet worden meegenomen in de beoordeling van TOFA-aanvragen, omdat zulke inkomens niet in de UWV-polisadministratie staan. Ook de simpele vormgeving van de regeling maakt de selectie van mensen die in aanmerking zouden kunnen komen, tamelijk willekeurig. Bron: TweedeKamer.nl, 20 mei 2020 Uit de eerste monitor van de SZW-onderdelen van het noodpakket blijkt dat tot en met 30 april er ongeveer 114.000 aanvragen zijn ingediend voor de NOW en naar schatting ongeveer 343.000 aanvragen voor de Tozo. Sinds het begin van de coronacrisis zijn tienduizenden mensen ontslagen. Voor werknemers (die voldoen aan de voorwaarden) bestaat er al een goed regulier stelsel voor sociale zekerheid met recht op WW of bijstand. Geplaatst in Nieuws | Tags coronacrisis, flexkrachten, subsidie, TOFA | Reacties uitgeschakeld voor Koolmees over TOFA, tegemoetkoming flexkrachten
Onderhandelingsresultaat CAO Hoveniersbedrijf 2018-2021 Geplaatst 20 mei 2020 door Redactie FlexNieuws | Download CAO Hoveniers » | 20 mei 2020 CAO-naam CAO Hoveniersbedrijf in Nederland Download Onderhandelingsresultaat CAO Hoveniersbedrijf 2018-2021 > Onderhandelingsresultaat CAO Hoveniersbedrijf 2018-2021 (07-05-20) Looptijd De nieuwe cao heeft een looptijd van 1 juli 2018 t/m 30 juni 2021. Arbeidsvoorwaarden De looptijd van de huidige cao is van 1 juli 2018 tot en met 30 juni 2020. Sociale partners hebben besloten om: – de cao eenmalig ongewijzigd te verlengen tot en met 30 juni 2021; – en te verzoeken om eenmalige verlenging van het besluit tot algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen tot en met 30 juni 2021. Bron: CNV Vakmensen, 24 mei 2018 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, Hoveniersbedrijf | Reacties uitgeschakeld voor Onderhandelingsresultaat CAO Hoveniersbedrijf 2018-2021
Onderhandelaarsakkoord CAO Universiteiten 2020 Geplaatst 20 mei 2020 door Redactie FlexNieuws | Download CAO Universiteiten » | 20 mei 2020 CAO-naam CAO Universiteiten Download Onderhandelaarsakkoord CAO Universiteiten 2020 > Onderhandelaarsakkoord CAO Universiteiten 2020 (11-05-20) Looptijd De looptijd van de CAO is van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020. Loonmutaties – 3,0% loonsverhoging per 1 juni 2020 – € 750,- eenmalige uitkering per 1 juni 2020 Arbeidsvoorwaarden – Partijen reserveren eenmalig 0,45%van de loonruimte voor de incidentele financiering van knelpunten naar aanleiding van kosten gemaakt door COVID-19 problemen inrelatie tot de arbeidsvoorwaarden van medewerkers. Bron: VSNU, 12 mei 2020 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, Nederlandse Universiteiten, Universiteiten | Reacties uitgeschakeld voor Onderhandelaarsakkoord CAO Universiteiten 2020
Steunpakket voor zelfstandig ondernemers verlengd Geplaatst 20 mei 2020 door Hinke Wever De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) krijgt een vervolg. De noodregeling voor zelfstandig ondernemers die eind mei afloopt, wordt met drie maanden verlengd tot eind augustus. Dat meldt de Rijksoverheid. Als u nu gebruik maakt van Tozo uitkering levensonderhoud kunt u, als u aan de voorwaarden van de vervolgregeling voldoet uw Tozo-uitkering verlengen. Ook zelfstandigen die nog geen gebruik hebben gemaakt van Tozo kunnen ondersteuning aanvragen als zij aan de voorwaarden voldoen. Tozo 2 kunt u vanaf 1 juni tot met 31 augustus aanvragen bij uw woongemeente. De startdatum van de aanvraagmogelijkheid kan per gemeente verschillen. U kunt met terugwerkende kracht aanvragen vanaf 1 juni. Voor verlengde aanvragen kunnen gemeenten een verkort aanvraagformulier gebruiken. Houd voor meer informatie de website van uw gemeente in de gaten. Welke voorwaarden gelden voor ‘Tozo 2’? Net als de Tozo 1 kent de ‘Tozo 2’ versoepelde voorwaarden ten opzichte van de reguliere bijstandsverlening voor zelfstandigen, waarop de regeling gebaseerd is: Er geldt geen vermogenstoets; Er wordt niet gekeken naar de levensvatbaarheid van de onderneming; De kostendelersnorm wordt niet toegepast. Het verschil tussen Tozo 1 en Tozo 2 is dat voor Tozo 2 een partnerinkomenstoets geldt bij de uitkering levensonderhoud. Bij Tozo 1 is dat niet het geval. De partnerinkomenstoets houdt in dat het inkomen van de partner meetelt voor het bepalen van de hoogte van de aanvullende uitkering. Bij de aanvraag verklaart u wat de hoogte van het inkomen van uzelf en uw eventuele partner is in de maanden waarvoor u de uitkering aanvraagt. Als het huishoudinkomen boven het sociaal minimum komt, kunt u geen aanspraak maken op Tozo 2 uitkering levensonderhoud. De uitkering levensonderhoud Tozo 2 kan alleen worden toegekend over de maanden juni, juli en augustus. Heeft u al een Tozo 1 uitkering over de maanden april, mei en juni? Dan kunt u een Tozo 2 uitkering aanvragen voor juli en augustus. Als uw Tozo 1 uitkering nog tot en met juli loopt is een Tozo 2 uitkering mogelijk voor de maand augustus. Zoals gezegd geldt voor de Tozo 2 uitkering wel de partnerinkomenstoets. Als u door de coronacrisis liquiditeitsproblemen heeft, kunt u ook in de vervolgregeling een lening aanvragen voor bedrijfskrediet. Hierbij geldt dat de lening een maximum kent, voor de Tozo 1 en de Tozo 2 gezamenlijk, van 10.157 euro. Als u surseance van betaling of faillissement heeft aangevraagd of verkregen kunt u geen beroep doen op een lening. Waarom verlenging? Staatssecretaris Tamara van Ark: ‘Heel veel zelfstandig ondernemers hebben sinds het uitbreken van de coronacrisis een beroep gedaan op de Tozo. Zij zijn vaak acuut in de financiële problemen gekomen omdat het werk stilviel. De regeling ondersteunt hen als het inkomen onder een minimumniveau is gekomen en vergroot de kans om het bedrijf voort te zetten. Gemeenten hebben veel werk verzet om deze zelfstandigen in nood zo snel mogelijk te ondersteunen. Door de versoepeling van de coronamaatregelen kunnen naar verwachting meer zelfstandigen de komende periode weer opstarten. Voor andere ondernemers geldt dit nog niet. Daarom verlengt het kabinet nu de maatregelen voor zelfstandigen die niet kunnen terugvallen op andere inkomsten. Zo komt de ondersteuning terecht waar deze nodig is.’ Over Tozo Tozo kent twee voorzieningen, aanvullende inkomensondersteuning en een lening voor bedrijfskapitaal. De regeling, die speciaal gemaakt is voor de coronacrisis, lijkt op de bijstand voor zelfstandigen (Bbz). Zo zijn de bedragen die worden gehanteerd gebaseerd op het sociaal minimum, het bedrag dat mensen nodig hebben voor levensonderhoud. Bron: Rijksoverheid, 20 mei 2020 Geplaatst in Branchenieuws | Tags coronacrisis, tozo, zelfstandigen, zzp | Reacties uitgeschakeld voor Steunpakket voor zelfstandig ondernemers verlengd
Verlenging en uitbreiding noodpakket banen en economie Geplaatst 20 mei 2020 door Hinke Wever Ondernemers en werkenden krijgen ook de komende periode financiële ondersteuning vanwege de aanhoudende impact van het coronavirus. Voor ontslagen flexwerkers die niet voldoen aan de voorwaarden voor WW of bijstand werkt het kabinet op verzoek van de Tweede Kamer aan een tijdelijke en uitvoerbare oplossing. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal de Tweede Kamer vandaag hierover apart informeren. Het eerste noodpakket banen en economie loopt door en het kabinet neemt nieuwe uitzonderlijke maatregelen. Dat is nodig, omdat steeds meer zzp’ers, mkb-ondernemers en grootbedrijven langzaam en soms deels weer opstarten, terwijl anderen nog dicht zijn of zonder opdrachten zitten. De kabinetsondersteuning is daarom meer gericht en heeft gewijzigde voorwaarden. Doel is zoveel mogelijk behoud van banen. Daarvoor is nodig dat ondernemers en werkenden zich kunnen aanpassen aan een veranderde Nederlandse samenleving en economie. De ministers en staatssecretarissen van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) hebben het pakket woensdag aan de Tweede Kamer aangekondigd. Deze maatregelen volgen op het eerste noodpakket (17 maart) en diverse tussentijdse economische regelingen waarmee bijna één op de vijf Nederlandse werkenden inmiddels zijn ondersteund. Honderdduizenden bedrijven hebben inmiddels gebruik gemaakt van één of meerdere regelingen. De financiële kabinetssteun aan ondernemers en werkenden blijft zeer groot. Toch kunnen niet alle ontslagen en faillissementen worden voorkomen. Ook kan herstel in sommige sectoren lang gaan duren. Het beperken van economische schade is een gedeelde verantwoordelijkheid van samenleving en overheid. De veranderingen die Nederlanders met elkaar moeten doorgaan zijn permanent en ingrijpend. Dit nieuwe noodpakket geeft hen gerichte rugdekking om zich aan te passen in de komende turbulente tijd. Er zijn bedrijven die moeten krimpen of zelfs verdwijnen, maar er ontstaan ook nieuwe kansen. Alle nieuwe of verlengde regelingen, met eventuele aanpassingen zijn te vinden in de Kamerbrief. Hieronder staan de belangrijkste aankondigingen van het kabinet in het nieuwe noodpakket waarvoor ruim 13 miljard euro is begroot. Nieuwe regeling: Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB MKB-ondernemers in onder meer de horeca, recreatie, evenementen, kermissen, podia en theaters krijgen – bovenop de tegemoetkoming loonkosten (NOW) – een belastingvrije tegemoetkoming van het ministerie van EZK om hun vaste materiële kosten te kunnen betalen. Bedrijven krijgen afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten en de mate van omzetderving (minimaal 30 procent) een tegemoetkoming voor hun vaste lasten tot een maximum van 20.000 euro voor de komende drie maanden. Er is één miljard euro beschikbaar als tegemoetkoming voor deze ondernemingen waar meer dan 800.000 mensen werken. In aanmerking komen de getroffen sectoren uit de TOGS-regeling. Verlenging en aanpassing regeling tegemoetkoming loonkosten (NOW) Een ondernemer die minstens 20% omzetverlies verwacht, kan vanaf 6 juli 2020 een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen bij UWV voor juni, juli en augustus. Hierdoor kunnen bedrijven hun personeel doorbetalen. De verlengde NOW-regeling hanteert dezelfde systematiek van tegemoetkoming, maar de nieuwe regeling bevat ook wijzigingen. De vaste (forfaitaire) opslag wordt verhoogd van 30 naar 40 procent. Daarmee levert de NOW ook een bijdrage aan andere kosten dan de loonkosten. De referentiemaand voor de loonsom wordt maart 2020. Daarnaast wordt in de al lopende NOW-regeling maart ook als uitgangspunt genomen als de loonsom in de maanden maart-mei hoger is dan in januari-maart. Dit is van belang voor seizoensgebonden bedrijven. Verder mag een bedrijf dat gebruik maakt van de NOW over dit jaar geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. In de NOW 2.0 blijft de correctie op de subsidie bij ontslag bestaan, maar de subsidie wordt niet meer extra verlaagd bij bedrijfseconomisch ontslag. Bedrijven verklaren bij de nieuwe NOW-aanvraag wel dat zij overleggen met vakbonden als zij voor meer dan 20 medewerkers bedrijfseconomisch ontslag willen aanvragen. Dit sluit aan bij de regelgeving rondom collectief ontslag. Ook blijft de wettelijke bescherming bij ontslag gewoon van kracht. Werkgevers die de NOW aanvragen, worden verplicht om hun werknemers te stimuleren om aan bij- en omscholing te gaan doen. Werkgevers leggen hier bij aanvraag van de NOW 2.0 een verklaring over af. Ter ondersteuning van initiatieven van sociale partners trekt het kabinet daarvoor 50 miljoen euro uit via het crisisprogramma NL leert door waarmee mensen vanaf juli kosteloos online scholing en ontwikkeladviezen kunnen volgen om zich aan te passen aan de nieuwe economische situatie. Voorwaarden aan verlengde overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO) Het kabinet verlengt de versoepelde regeling om zelfstandig ondernemers waaronder zzp’ers te ondersteunen, zodat zij een vergrote kans hebben om hun bedrijf te kunnen voortzetten. Zelfstandigen kunnen bij hun gemeente aanvullende inkomensondersteuning krijgen voor levensonderhoud. Deze vult tot eind augustus 2020 het inkomen aan tot het sociaal minimum en hoeft niet te worden terugbetaald. De verlengde regeling bevat een partnerinkomenstoets. Dit betekent dat alleen huishoudens met een inkomen onder het sociaal minimum aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming in het levensonderhoud. Op deze manier wordt de ondersteuning voor levensonderhoud gericht op het garanderen van het sociaal minimum op huishoudniveau. Ondersteuning blijft ook mogelijk in de vorm van een lening (maximaal €10.157) voor bedrijfskapitaal, tegen een verlaagd rentepercentage. Zelfstandig ondernemers wordt in de verlengde regeling gevraagd om te verklaren dat er bij hun bedrijf geen sprake is van surseance van betaling of dat het bedrijf in een staat van faillissement verkeert. Voor ontslagen flexwerkers die niet voldoen aan de voorwaarden voor WW of bijstand werkt het kabinet op verzoek van de Tweede Kamer aan een tijdelijke en uitvoerbare oplossing. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal de Tweede Kamer vandaag hierover apart informeren. Verlenging belastingmaatregelen De periode waarin getroffen ondernemers belastinguitstel kunnen aanvragen, is verlengd tot 1 september 2020. Eventuele verzuimboetes voor het niet op tijd betalen, hoeven niet te worden voldaan. De belastingrente en invorderingsrente voor alle belastingmiddelen zijn tot 1 oktober 2020 verlaagd naar 0,01%. Ook andere belastingmaatregelen, zoals een versoepeling van het urencriterium voor zzp’ers en de betaalpauze voor hypotheekverplichtingen, worden tot 1 september 2020 verlengd. Ondernemers krijgen bij de eerste aanvraag direct drie maanden uitstel van betaling. Voor die drie maanden hoeven ze maar één keer een verzoek in te dienen (voor uitstel van alle belastingsoorten). Ondernemers kunnen ook voor een langere periode dan drie maanden uitstel aanvragen. Daarbij is van belang dat zoveel mogelijk geld dan ook echt in de bedrijven blijft. Om dit extra te waarborgen, moeten ondernemers bij uitstel langer dan drie maanden verklaren dat ze geen dividenden en bonussen uitkeren, of eigen aandelen inkopen. Coronakredietverlening- en garanties aan ondernemers (BMKB, GO, KKC, COL) De extra, verruimde of meer toegankelijke kredietverlening en -garanties aan kleine en middelgrote bedrijven, startups en scale-ups uit het eerste noodpakket lopen door. Zo houden of krijgen ook deze bedrijven toegang tot bijvoorbeeld financiering door banken. Het gaat om de coronamodules van de Borgstelling Midden- en Kleinbedrijf-regeling (BMKB) en de Garantie Ondernemingsfinanciering-regeling (GO), de nieuwe Klein Krediet Corona-garantieregeling (KKC) en het verhoogde budget van de SEED Capital-regeling. De Corona Overbruggingslening (COL) die bijdraagt aan de verbetering van de liquiditeitspositie van innovatieve bedrijven (startups en scale-ups) krijgt vanwege het grote aantal ingediende aanvragen een tweede tranche van 150 miljoen euro. Bron: Rijksoverheid, 20 mei 2020 Geplaatst in Nieuws | Tags BMKB, COL, coronacrisis, GO, KKC, NOW, rijksoverheid, tozo | Reacties uitgeschakeld voor Verlenging en uitbreiding noodpakket banen en economie