Olympia krijgt aspirant-status socialer ondernemen Geplaatst 26 november 2018 door Hinke Wever Olympia heeft als eerste toptien-speler binnen de uitzendbranche de Aspirant-status behaald op de Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO). Uit onafhankelijke toetsing door TNO blijkt dat Olympia aantoonbaar presteert op inclusief ondernemerschap. Olympia richt zich nu op de volgende trede van de prestatieladder. Prestatieladder Socialer Ondernemen De PSO van TNO bestaat uit twee componenten: een toegankelijk meetinstrument, dat objectief bepaalt in welke mate een organisatie socialer onderneemt, en een keurmerk, dat wordt uitgegeven na een certificeringsproces. Inclusief ondernemerschap De PSO is wetenschappelijk onderbouwd en uitgegroeid tot landelijk erkende norm voor inclusief ondernemerschap en inclusieve werkgevers. Het PSO-keurmerk kent vier prestatieniveaus: de Aspirant-status, Trede 1, Trede 2 en Trede 3. Het idee achter de trede-benadering is dat organisaties kunnen groeien door op een duurzame wijze meer werkgelegenheid te bieden aan kwetsbare groepen in onze samenleving. Trede 2 Olympia wil het komende jaar doorgroeien naar Trede 2. Er zijn dan bij Olympia meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkzaam, dan bij organisaties in dezelfde grootteklasse. Cees Verkuyl, CCO van Olympia Nederland: “We hebben een bewuste keuze gemaakt om samen met onze relaties te werken aan een inclusieve arbeidsmarkt. Als arbeidsbemiddelaar kun je makkelijk kiezen voor kortetermijnoplossingen, maar daar kiezen wij niet voor. We willen een inclusieve arbeidsmarkt creëren en ervoor zorgen dat mensen die nu langs de zijlijn staan in de werkende samenleving kunnen terugkeren.” Bron: Olympia, 25 november 2018 Zie ook: Nieuwe schoenen Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags Olympia, PSO | Reacties uitgeschakeld voor Olympia krijgt aspirant-status socialer ondernemen
AVV CAO Schoonmaak 2019 Geplaatst 26 november 2018 door Hinke Wever | Download CAO Schoonmaak » | 26 november 2018 AVV CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 2019 Download: > AVV CAO Schoonmaak 2019 (21-11-18) Besluit: algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf. Bron: Het besluit is gepubliceerd in de Staatscourant d.d. 23 november 2018, nr. 61395, onder UAWnr. Nr. 12022. Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, Schoonmaak, Wet AVV | Reacties uitgeschakeld voor AVV CAO Schoonmaak 2019
Uitzendbranche helpt steeds meer ouderen aan werk Geplaatst 26 november 2018 door Hinke Wever Ook met de huidige krapte op de arbeidsmarkt, kunnen oudere werklozen nog altijd moeilijk werk vinden. Uit recente cijfers in de Uitzendmonitor 2018, een onderzoek van KBA Nijmegen, blijkt dat de uitzendbranche deze groep wel aan de slag helpt. Download de ABU-whitepaper De maatschappelijke waarde van uitzendwerk voor de arbeidsmarkt. In tien jaar tijd verdubbelde het aantal 45-plussers dat via de uitzendsector werk vond van ruim 100.000 naar bijna 200.000. Ook blijken oudere uitzendkrachten na werkloosheid sneller nieuw werk te vinden: 59% van de uitzendkrachten van 55 jaar of ouder gaat binnen een jaar weer aan de slag als uitzendkracht. Van de oudere WW’ers die voorheen een vaste baan hadden, vindt slechts 18% binnen een jaar weer een vaste baan. Een verschil van ruim 40%. De inspanningen van de branche om zich in te zetten voor deze groep werkenden (onder meer via het Actieplan 55PlusWerkt in samenwerking met UWV) werpen hun vruchten af. Maar ook voor andere groepen met een afstand tot de arbeidsmarkt, zoals vluchtelingen, laagopgeleiden, uitkeringsgerechtigden is uitzendwerk een belangrijke opstap naar werk. Een duurzame opstap, zo blijkt uit het onderzoek. “Van alle WW’ers die na hun uitkering een uitzendbaan hebben gevonden, is 76% drie jaar later nog aan het werk. Dat zijn mooie resultaten die laten zien dat uitzendwerk van waarde is,” zegt ABU-directeur Jurriën Koops. Kleurrijke branche In 2017 waren er maar liefst 856.638 uitzendkrachten aan het werk, met 160 nationaliteiten. Hiermee weerspiegelt de uitzendbranche de kleurrijke Nederlandse samenleving. Opvallend daarbij is dat één op de vijf uitzendkrachten een niet-westerse migratieachtergrond heeft. Via de uitzendbranche vinden duizenden vluchtelingen uit conflictgebieden, zoals Syrië (2.875) en Somalië (4.816), hun weg naar de Nederlandse arbeidsmarkt. Serieuze banen met werkzekerheid Uitzendkrachten werken gemiddeld 30 uur per week. Opmerkelijk is dat in 2017 de helft van alle uitzendkrachten een contract van 36 uur of meer had. Dat percentage is in de loop der jaren ook toegenomen: van 45% in 2009 naar 50% in 2017. Uitzendwerk onderscheidt zich daarmee in positieve zin van deeltijd- en oproepcontracten, waarbij het veelal gaat om kleine baantjes. Voor 69% uitzendkrachten is uitzendwerk de hoofdactiviteit, 13% combineert uitzendwerk met ander werk en 9% met een studie (exclusief scholieren en studenten). Deze cijfers laten zien dat er geen sprake is van Amerikaanse toestanden waarbij baantjes moeten worden gesprokkeld. Bovendien blijkt uit de cijfers dat meer uitzendkrachten duurzaam aan het werk blijven. Tweederde van de uitzendkrachten heeft na afloop van zijn uitzendperiode nieuw werk. Oproep Als de Uitzendmonitor 2018 iets duidelijk maakt, is het dat uitzendwerk van grote maatschappelijke waarde is. “Kijkend naar het wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans, vind ik het dan ook onverstandig van het kabinet om deze belangrijke functie van uitzendwerk in gevaar te brengen. Ik doe dan ook een oproep aan het kabinet en de Tweede Kamer om nog eens goed naar de consequenties van het wetsvoorstel voor de uitzendbranche te kijken en adequate maatregelen te treffen om onze belangrijke allocatiefunctie veilig te stellen, zodat iedereen perspectief op werk houdt,” stelt Koops. Over de Uitzendmonitor De Uitzendmonitor geeft inzicht in de ontwikkeling van uitzendwerk en de rol van de branche op de arbeidsmarkt. Dit is mogelijk geworden door cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek te combineren met de cijfers van de Polisadministratie van UWV. Uitzendbanen en uitzendkrachten worden in een reeks van jaren gevolgd. De cijfers in de Uitzendmonitor 2018 gaan over 2017 en geven daarnaast de trends weer vanaf 2007. Bron: ABU, 26 november 2018 Geplaatst in Branchenieuws | Tags ABU, ouderen, uitzendmonitor | Reacties uitgeschakeld voor Uitzendbranche helpt steeds meer ouderen aan werk
Leidt een proeftijd van vijf maanden tot meer contracten voor onbepaalde tijd? Geplaatst 26 november 2018 door Myrthe van den Heuvel Leidt een proeftijd van vijf maanden tot meer contracten voor onbepaalde tijd, zou het? De WWZ biedt de mogelijkheid om door middel van maximaal twee maanden proeftijd te onderzoeken of een gelukkig ‘werkhuwelijk’ te verwachten valt. Werkgever en werknemer kunnen een inschatting maken van elkaars hoedanigheid, van de aard van de te verrichten arbeid en uiteraard van de geschiktheid van de werknemer voor de bedongen arbeid. Gedurende de proeftijd wordt de werknemer vanuit arbeidsrechtelijk oogpunt nauwelijks beschermd. De arbeidsovereenkomst kan op elk moment en op nagenoeg elke grond eindigen. Reden waarom de proeftijd door werknemers wordt ervaren als een spannende en onzekere tijd. Wetsvoorstel Wet Arbeidsmarkt in balans Het Wetsvoorstel Wet Arbeidsmarkt in balans (WAB) wil wijzigingen aanbrengen in het huidige systeem. Aan de hand van diverse voorstellen tracht de regering het voor werkgevers aantrekkelijk(er) te maken om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden. Het verlengen van de proeftijd naar maximaal vijf maanden is één van de voorstellen uit de WAB. Op deze manier heeft de werkgever langer de tijd om de kwaliteiten van de betreffende werknemer te beoordelen. Verlengde proeftijd Uitsluitend bij het aangaan van de eerste arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer kan gebruik worden gemaakt van deze verlengde proeftijd van maximaal vijf maanden. Werkgever moet dan wel direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbieden. Als de arbeidsovereenkomst vervolgens tijdens de proeftijd wordt beëindigd, telt deze wel mee voor de (eveneens aangepaste) ketenregeling waarbij er binnen drie jaar drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen worden gesloten. Los van de proeftijd van maximaal vijf maanden bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, biedt de WAB ook ruimte om bij een eerste arbeidsovereenkomst voor twee jaar of langer een proeftijd van drie maanden overeen te komen. Waar werkgevers onder de WWZ een zogenaamd zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang moeten hebben, houden en motiveren om een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan een concurrentiebeding te kunnen houden, zal dit straks ook gelden voor de situatie waarbij de werkgever tijdens de verlengde proeftijd niet met de werknemer met de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd verder wil. Sterker, de werkgever dient de betreffende werknemer gelijktijdig met de opzegging aan te geven of de werknemer aan een overeengekomen concurrentiebeding wordt gehouden. Ook als de werknemer tijdens de proeftijd aangeeft niet verder te willen, moet de werkgever dit ‘onverwijld’ na de opzegging aan de werknemer laten weten. De gedachte is dat het de werknemer die weer toetreedt tot de arbeidsmarkt direct duidelijk moet zijn waar hij of zij aan gebonden is. Het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, heeft onder de WAB ook gevolgen voor de hoogte van de WW-premie. Op dit moment is de hoogte van de WW-premie afhankelijk van de sector waarbinnen de werkgever actief is. Deze sectorafhankelijkheid zal onder de WAB verdwijnen en voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zal een lagere WW-premie gaan gelden dan voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De regering wil voorkomen dat de proeftijd wordt gebruikt om de hoge WW-premie te omzeilen en er ‘de facto’ een flexibele arbeidsrelatie ontstaat. Reden dat de WAB voorziet in herziening van de lage WW-premie bij beëindiging tijdens de proeftijd. In dat geval moet met terugwerkende kracht de hoge WW- premie worden afgedragen als zijnde een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Verkapte arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd Waar de onzekere periode voor werknemers nu is beperkt tot twee maanden, kan dit onder de WAB worden verlengd tot maximaal vijf maanden. De werknemer zal bedacht moeten zijn op een lange(re) periode van onzekerheid. Wil de werknemer in dat geval nog steeds zo graag een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of heeft de (tijdelijke) zekerheid van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dan toch de voorkeur? Ook bestaat de angst dat de mogelijkheid van een proeftijd van vijf maanden in de praktijk zal worden gebruikt (misbruikt) als bepaalde tijd contract met minimale bescherming voor de werknemers. Deze angst wordt ook erkend in de Memorie van Toelichting van de WAB. Om dit tegen te gaan is voorgesteld dat werknemers vanaf de eerste werkdag transitievergoeding gaan opbouwen. Tot 1 januari 2020 blijven de regels voor de proeftijd uit de WWZ gelden. Dit betekent dat een proeftijd in een arbeidsovereenkomst die ten hoogste zes maanden duurt, überhaupt niet is toegestaan. Duurt de arbeidsovereenkomst langer dan zes maanden maar korter dan twee jaar, dan is één maand proeftijd toegestaan. Wordt de arbeidsovereenkomst aangegaan voor twee jaar of langer, dan kunnen partijen twee maanden proeftijd overeenkomen. De (eerste) arbeidsovereenkomsten die na 1 januari 2020 worden gesloten, kunnen gebruikmaken van de hierboven beschreven verlengde proeftijd. Let wel: de WAB moet nog worden aangenomen! Vergeet ook niet dat de verlengde proeftijd een optie is maar geen verplichting. Dit betekent dat ook als partijen na 1 januari 2020 een proeftijd van twee maanden willen afspreken, dit nog steeds mogelijk en rechtsgeldig is. Myrthe van den Heuvel Advocaat arbeidsrecht, werkzaam bij Pellicaan Advocaten Geplaatst in Branchenieuws | Tags Arbeidsmarkt in Balans, arbeidsovereenkomst, column, proeftijd, WAB, WWZ | Reacties uitgeschakeld voor Leidt een proeftijd van vijf maanden tot meer contracten voor onbepaalde tijd?
Versnelde opleiding tot verspaner uitkomst voor technische sector Geplaatst 23 november 2018 door Hinke Wever Voor de zeven leerlingen die vrijdag het diploma CNC-verspaner kregen uitgereikt, wacht een mooie toekomst in de techniek. Zij starten nu een stage van tien weken bij PM met baangarantie bij het bedrijf uit Dedemsvaart. Met succes volgden zij een acht weken durende de opleiding tot CNC-verspaners waarin praktijk en theorie wordt gecombineerd. De versnelde opleiding biedt uitkomst voor bedrijven die grote tekorten hebben aan technici. De leerlingen namen vanuit heel Nederland deel aan de opleiding in Emmen. De opleiding is een gezamenlijk initiatief van Randstad, ‘Verder in Techniek’, UWV, Bedrijfsvakschool Techniek en Drenthe College. De opleiding wordt gegeven aan Bedrijfsvakschool Techniek Drenthe in Emmen en biedt geïnteresseerden in techniek de mogelijkheid tot het leren van een nieuw vak. Bron: Randstad, 23 november 2018 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags Bedrijfsvakschool Techniek, Drenthe College, opleiding, randstad, UWV, Verder in Techniek, verspaner | Reacties uitgeschakeld voor Versnelde opleiding tot verspaner uitkomst voor technische sector