Maandelijkse archieven: augustus 2017

Uitstel handhaving Wet DBA heeft zzp’ers niets gebracht

Zzp’ers hebben nog steeds moeite met het verkrijgen van opdrachten.

87 procent van de zzp’ers heeft niets gehad aan het uitstel van handhaving van de Wet DBA. Een derde van deze groep heeft zelfs meer moeite met het verkrijgen van opdrachten sinds handhaving van de wet is uitgesteld. Dat blijkt uit onderzoek van ZZP Barometer onder 1.197 zzp’ers in samenwerking met IT-Staffing.

Na het aannemen in de Tweede en Eerste Kamer van de Wet DBA zorgde dit bij opdrachtgevers voor veel onzekerheid waardoor bedrijven huiverig werden zzp’ers in te huren. Waar het uitstellen van handhaving van de wet bedoeld was om een einde te maken aan deze onzekerheid, blijkt dat voor de meeste zzp’ers de situatie niet is verbeterd. Slechts 7 procent van de zzp’ers geeft aan dat het sinds uitstel van handhaving van de wet makkelijker is geworden om aan opdrachten te komen. Voor een grote meerderheid van de zzp’ers (87%) heeft het uitstel echter geen verschil gemaakt, of het zelfs moeilijker gemaakt om aan opdrachten te komen.

Onrust op zzp-markt blijft
Jeroen Sakkers, initiatiefnemer ZZP Barometer: “Uit dit onderzoek blijkt wederom dat de onrust op de zzp-markt niet zomaar verdwijnt door uitstel van handhaving. Opdrachtgevers zijn per definitie risicomijdend, en hebben reeds risicobeperkende processen in gang gezet die moeilijk of niet gestopt kunnen worden.”

Uit onderzoek van Tentoo blijkt ogenschijnlijk het tegenovergestelde: “freelance werk stijgt”, aldus het onderzoek van het payrollbedrijf. Sakkers: “Dit is een definitiekwestie. Tentoo noemt mensen die via een payrollconstructie werken onterecht ‘freelancers’, en doet onderzoek onder haar eigen achterban van payrollkrachten. Het aantal payrollkrachten stijgt inderdaad dankzij de invoering van de Wet DBA. Echter vanwege het door elkaar halen van definities lijken de onderzoeksresultaten elkaar tegen te spreken.”

Zzp’er heeft genoeg opdrachtgevers
Uit het onderzoek van ZZP Barometer blijkt verder dat het aantal opdrachtgevers dat de zzp’er bedient de afgelopen twee jaar met 13 procent is afgenomen. Toch heeft 72 procent van de zzp’ers het afgelopen jaar 3 of meer opdrachtgevers bediend. Een even groot aantal verwacht ook komend jaar 3 of meer opdrachtgevers te bedienen. Hiermee voldoet en voldeed een grote meerderheid van de zzp’ers aan de norm die onder de VAR werd gesteld.

Zzp’er bereid via tussenpartij te werken
De onzekerheid die de Wet DBA met zich mee heeft gebracht heeft er ook toe geleid dat opdrachtgevers steeds vaker alleen met zzp’ers willen werken via een tussenpartij. Een derde van de zzp’ers zou een opdracht laten schieten mocht een potentiële opdrachtgever alleen via een tussenpartij willen werken. Dit ondanks het feit dat 68 procent van deze groep aangeeft moeite te hebben om aan opdrachten te komen.

Over het onderzoek
De resultaten zijn tot stand gekomen op basis van een online enquête onder een representatieve steekproef van 1.197 zzp’ers in Nederland. Ze zijn bedoeld om meer informatie, kennis en transparantie te brengen voor en over de meer dan 1 miljoen zzp’ers die Nederland kent (KvK, mei 2017).

Bron: ZZP Barometer, 8 augustus 2017

Geplaatst in Branchenieuws | Tags , , | Reacties uitgeschakeld voor Uitstel handhaving Wet DBA heeft zzp’ers niets gebracht

Wijziging AVV Uitzendkrachten ABU 2017


7 augustus 2017

Wijziging AVV CAO Uitzendkrachten ABU 2017

Download: AVV CAO Uitzendkrachten ABU 2017 (27-07-17)

Besluit: wijziging algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor uitzendkrachten ABU

Het besluit is gepubliceerd in de Staatscourant d.d. 4 augustus 2017, nr. 38054, onder UAW nr. 11874.

Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags , , , | Reacties uitgeschakeld voor Wijziging AVV Uitzendkrachten ABU 2017

Concurrentiebeding steeds vaker in arbeidsovereenkomst

Concurrentiebeding steeds vaker onderdeel van de arbeidsovereenkomst
Nu de economie weer aantrekt en werknemers meer van baan wisselen, hebben werkgevers steeds vaker de behoefte om werknemers aan zich te binden. In een arbeidsovereenkomst staat tegenwoordig bijna standaard een concurrentiebeding opgenomen. Werknemers tekenen regelmatig een concurrentie- en/of relatiebeding zonder na te denken over de consequenties hiervan bij het einde van de arbeidsovereenkomst. Vaak denken ze dat het toch niet geldig zal zijn. Dat is niet altijd de juiste gedachte. Ik krijg regelmatig vragen over de rechtsgeldigheid van een concurrentie- en of relatiebeding. Het is van belang voor zowel werkgever als de werknemer goed na te denken over de consequenties van het opnemen van een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst om geschillen daarover in de toekomst te voorkomen.

Het concurrentiebeding: hoe zit het ook alweer?
Een concurrentiebeding of relatiebeding moet voorkomen dat de werknemer kennis van het bedrijf meeneemt naar de concurrent. Een concurrentiebeding beperkt de werknemer om, na zijn dienstverband bij de werkgever met wie het een dergelijk beding is overeengekomen, op zekere wijze werkzaam te zijn. Door het opnemen van het concurrentiebeding kan een werknemer bijvoorbeeld worden beperkt in het soort werkzaamheden die hij mag uitvoeren of bij wie hij deze mag uitvoeren. Daarbij staat in het concurrentiebeding doorgaans een beperking opgenomen over de plaats waarin de werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd en de tijd waar binnen deze werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd. Ook een relatiebeding kan deel uitmaken van het concurrentiebeding.

Aangezien al deze voorwaarden de werknemer kunnen beperken in het grondrecht van vrije arbeidskeuze, zijn in de wet strikte voorwaarden geformuleerd waaraan een concurrentiebeding moet voldoen. Een concurrentiebeding is slechts geldig als het schriftelijk is overeengekomen in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en de werknemer bij ondertekening van deze overeenkomst meerderjarig was.

Concurrentiebeding in contract voor bepaalde tijd niet geldig, tenzij zwaarwegende bedrijfs – of dienstbelangen duidelijk zijn gemotiveerd
In een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is een concurrentiebeding in beginsel niet toegestaan, tenzij de werkgever motiveert waarom het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. De motivering luistert nauw. Het belang zal specifiek per functie en de daarbij behorende werkzaamheden en kennis moeten worden gemotiveerd. Hierbij valt te denken aan de werknemer die in zijn functie te maken krijgt met bijzondere specifieke en waardevolle technologische, product- of klantenkennis van werkgever.

In de uitspraak van de kantonrechter Leeuwarden van 4 april 2017 (ECLI:NL:RBNNE:2017:1199) staat een voorbeeld van een standaard concurrentiebeding dat niet voldoet aan de strenge wettelijke vereisten van de geldigheid van een concurrentiebeding voor bepaalde tijd. De tekst van dit beding met de betrekking tot de zwaarwegende bedrijfsbelangen luidt als volgt:
“De werkgever maakt gebruik van concurrentiebeding in dit arbeidscontract voor bepaalde tijd, omdat de werkgever zwaarwegende bedrijfsbelangen heeft, wegens het specialistische karakter van de werkzaamheden bij de werkgever.”

Naar het oordeel van de kantonrechter kon dit niet gelden als een motivering van de noodzakelijkheid van dit beding. Niet is immers concreet gemaakt wat de zwaarwegende bedrijfsbelangen zijn en waarom deze belangen in dit specifieke geval nopen tot een uitzondering op de hoofdregel.

Een standaard concurrentiebeding opnemen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voldoet dus niet aan deze strikte voorwaarden. Een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder motivering is niet geldig.

Verder zal bij een verlenging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd het concurrentieding opnieuw overeengekomen moeten worden. Een stilzwijgende verlenging van het beding volstaat niet.
Indien het concurrentiebeding wel is gemotiveerd, maar de zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen worden daarin niet voldoende weergegeven, of zijn niet voldoende toegesneden op de functie van de betreffende werknemer, dan kan de rechter het beding geheel vernietigen.

Concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen
Voor zover de zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen wel duidelijk zijn geformuleerd, kan de rechter alsnog het beding geheel of gedeeltelijk vernietigen, indien het concurrentiebeding de werknemer onbillijk benadeeld. Dit geldt zowel voor het concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd als voor het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Nadeel hiervan is dat deze vernietigbaarheid slechts door de rechter kan worden vastgesteld. Partijen zullen daardoor genoodzaakt zijn het geschil voor te leggen aan de rechter. De rechter zal een belangenafweging moeten maken, waarin wordt geoordeeld of in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever de werknemer door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld.

De kantonrechter Maastricht oordeelde onlangs (ECLI:NL:RBLIM:2017:5458) in het nadeel van de werknemer. De belangenafweging viel in het voordeel van werkgever uit. Het ging in deze zaak om een banketbakker die gelet op de lange duur van zijn dienstverband op de hoogte was van de recepten kennis heeft van de bakkerijproducten. Tegen deze achtergrond overwoog de kantonrechter dat er bij de werkgever een terechte vrees voor (ernstige) benadeling bestond. Daarbij speelde mee dat het beding beperkt was tot 25 kilometer gerekend van de vestigingsplaats van de door werkgever gedreven onderneming. Daarbuiten mocht de werknemer dus wel aan het werk.

Tips in de praktijk voor de werkgever
Voor het opnemen van het concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dient goed na te worden gaan voor welke functies een concurrentiebeding echt noodzakelijk is en waarom. Die motivering moet vervolgens worden opgenomen in de te sluiten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en specifiek gemotiveerd worden per functie.

Voor het opnemen van het concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is de zware motiveringsverplichting weliswaar niet noodzakelijk. Toch is het raadzaam om vooraf goed na te gaan wat het belang is voor de werkgever bij handhaving van het concurrentiebeding en het concurrentiebeding daarop toe te spitsen. Bij een beding dat immers standaard wordt geformuleerd en/of te ruim, loopt de werkgever het risico dat een eventuele belangenafweging in het nadeel van de werkgever uitvalt.

Babs Dubois-Van Kleef, Van Diepen van der Kroef Advocaten

Geplaatst in Branchenieuws | Tags | Reacties uitgeschakeld voor Concurrentiebeding steeds vaker in arbeidsovereenkomst

Daling werkloosheid groep met niet-westerse achtergrond

De werkloosheid onder mensen met een niet-westerse achtergrond is in 2016 verder gedaald.

Onder de tweede generatie is de werkloosheid hoger dan onder de eerste. Daar staat tegenover dat een groter deel van de tweede generatie een startkwalificatie heeft, een diploma vwo, havo of mbo op minimaal niveau 2. Dat meldt het CBS op grond van nieuwe cijfers.

In 2016 was de werkloosheid onder personen met een niet-westerse migratieachtergrond 13,2 procent, tegen 16,5 procent in 2014. Die percentages zijn hoger dan van personen met een Nederlandse achtergrond.

Werkloosheid naar achtergrond, bron CBS

Het gaat hier om het werkloosheidspercentage volgens de definitie van de ILO: het aandeel personen van 15 tot 75 jaar die geen betaald werk hebben, recent hebben gezocht naar werk en daarvoor direct beschikbaar zijn. In dit officiële werkloosheidspercentage blijven andere groepen zonder werk buiten beschouwing, zoals degenen die vanwege ontmoediging wel willen werken maar niet zoeken.

De werkloosheid onder personen met een niet-westerse achtergrond steeg vanaf 2008. Voor de eerste generatie bereikte deze in 2013 het hoogste niveau, met 16 procent. Bij de tweede generatie was de werkloosheid het hoogst in 2014; 17,8 procent. In 2016 was de werkloosheid gedaald tot respectievelijk 12,5 procent en 14,3 procent.

Werkloosheid onder jongeren gemiddeld hoger
De werkloosheid onder de tweede generatie met een niet-westerse migratieachtergrond is hoger dan onder de eerste generatie. Leeftijd speelt hierbij een rol. De gemiddelde leeftijd van de eerste generatie niet-westerse immigranten is hoger dan van de tweede generatie, die in Nederland is geboren. De werkloosheid onder jongeren is over het algemeen hoger dan onder oudere leeftijdsgroepen en beweegt sterker mee met de conjunctuur.

Bron: CBS, 7 augustus 2017

Geplaatst in Nieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Daling werkloosheid groep met niet-westerse achtergrond

Fabulous 40 Flexbranche, uitgave 2017 – vooruitblik

Fabulous 40 Flexbranche, uitgave 2017 – vooruitblik

Interview met Marleen Vermeer, Corporate Finance Director en Esteban Barnhardt, Corporate Finance Analyst, beiden werkzaam bij Capitalmind.

Er wordt gewerkt aan de nieuwe Fabulous 40 voor de Flexbranche.
De lijst is een publicatie van Capitalmind in samenwerking met FlexNieuws.

De Fabulous 40 Flexbranche is een omzetranglijst van niet-beursgenoteerde organisaties die als personeelsintermediairs actief zijn in de flexbranche, van wie het hoofdkantoor is gevestigd in Nederland.

Capitalmind

Zijn er al trends zichtbaar in de initiële versie van de lijst? Ik sprak erover met Vermeer en Barnhardt tijdens een lunchoverleg in een van de vergaderkamers van hun kantoor in Den Bosch.

De nieuwe editie heeft betrekking op de jaren 2013, 2014 en 2015.

Gedeponeerde jaarrekeningen
“De Fabulous 40 lijst gaat uit van gedeponeerde jaarrekeningen. De vergelijkingen zijn gebaseerd op harde cijfers, wij gaan dus niet uit van schattingen,” zegt Marleen Vermeer. “Een consequentie hiervan is dat onze lijst is gebaseerd op cijfers uit het verleden. Om ervoor te zorgen dat de Fabulous 40 actueel is, mede gezien de continue veranderingen in deze hectische, snel veranderende markt, geven we bij de lijst een vooruitblik en maken melding van actueel nieuws over de in de lijst opgenomen bedrijven. We deden dat tot nu toe in de vorm van voetnoten, maar gaan dit prominenter belichten.

In de vorige editie (2012 t/m 2014) werd duidelijk dat Private Equity partijen kansen zien in de staffing sector. Zo was De Hoge Dennen in 2014 de eerste die investeerde in payrolling met de overname van Tentoo Payroll Professionals. Deze zomer is Tentoo doorverkocht aan Waterland Private Equity Investment, die Tentoo toevoegt aan Pay for People, dat in de vorige editie van de Fabulous 40 op de tweede positie stond in de ranglijst.”

Overnames en consolidatie
Hoe ontwikkelt zich de interesse van investeerders voor de branche?
“Er zijn tussen 2013 en 2015 veel Private Equity partijen ingestapt, die de consolidatie binnen de staffing sector verder stimuleren. Dit creëert nog meer beweging. Er hebben meer overnames plaatsgevonden. Ter vergelijking: in de periode 2012-2014 werden acht overnames gerealiseerd, in de periode 2013-2015 is dat vrijwel verdubbeld. Dit triggert alle spelers in de markt; ook de middelgrote tot kleinere organisaties beseffen hierdoor dat ze moeten groeien om hun concurrentiepositie en marges op peil te houden.”

Groei over de hele linie
“Payrolling is opnieuw prominent vertegenwoordigd in de lijst die wij dit jaar publiceren. Payrollbedrijven hebben een groter marktaandeel behaald en zijn ook qua omzet sterk gegroeid.

Esteban Barnhardt, Marleen Vermeer, Capitalmind
Esteban Barnhardt, Marleen Vermeer, Capitalmind

Over de hele linie zien wij groei,” melden Barnhardt en Vermeer. “De laag genoteerde partijen in de lijst (grote of kleinere organisaties) staan in de gemeten periode in deze voorlopige lijst al ruim 3% hoger in omzetgroei. Dit is positief voor hun uiteindelijke positie in de actuele lijst.

De gemiddelde omzetgroei in de Fabulous 40 in 2012-2014 was 19,8%.
De gemiddelde omzetgroei in de onderhanden zijnde nieuwe editie is 21,4%.

Om een indruk te geven van de markt geven we ter vergelijking een beeld van de resultaten van beursgenoteerde personeelsintermediairs. Doen zij het beter of minder goed dan de middelgrote en kleinere spelers in de Fabulous 40?”

Gemiddelde omzet +21%
“In de editie van vorig jaar groeiden de private bedrijven uit de Fabulous 40 lijst harder dan de beursgenoteerde bedrijven. Ook in deze editie is de gemiddelde omzetgroei van de spelers in de lijst hoger dan dat van de beursgenoteerde spelers. De omzet van de 40 snelstgroeiende spelers groeide in de gemeten periode van deze editie gemiddeld met ruim 21%, waar de beursgenoteerde spelers 9% groei realiseerden.”

Omzet beursgenoteerde intermediairs Q1 2017
“Als we kijken naar de eerste kwartaalcijfers van 2017 vergeleken met die van 2016, zien we dat de groei van de beursgenoteerde intermediairs iets stagneert, maar positief blijft.
DPA, Brunel, Adecco, Randstad, Manpower, revenues in € mln, Q1 2017 vs Q1 2016

“De totale omzet bij de in Nederland actieve beursgenoteerde personeelsintermediairs steeg in het eerste kwartaal van dit jaar met 3% vergeleken met dezelfde periode in 2016.

Het blijft interessant de ontwikkeling van private ondernemingen in de flexbranche te volgen. Welke impact hadden en hebben de acties van investeerders in de markt op hun concurrentiepositie? Dat maken we in oktober bekend, wanneer de nieuwe lijst compleet is en wordt gepubliceerd.”

Interview: Hinke Wever, FlexNieuws

Bekijk de vorige edities
Fabulous 40 Flexbranche 2016
Fabulous 40 Flexbranche 2015
Fabulous 40 Flexbranche 2014

Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags , | Reacties uitgeschakeld voor Fabulous 40 Flexbranche, uitgave 2017 – vooruitblik