Beëindigingshandelingen: werkgever versus werknemer Geplaatst 21 februari 2017 door Hinke Wever Beëindigingshandelingen: werkgever versus werknemer In veel situaties zal het de werkgever en de werknemer duidelijk zijn dat de arbeidsovereenkomst op (rechtsgeldige) wijze komt te eindigen of is beëindigd. Er komen daarentegen ook situaties voor, waarin een van de partijen of beide partijen denken dat de arbeidsovereenkomst tussen hen is of zal worden beëindigd, dan wel voortduurt, terwijl het tegenovergestelde het geval is. Dit kan het geval zijn bij een onduidelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever of de werknemer. Het antwoord op de vraag of een arbeidsovereenkomst al dan niet is beëindigd, is dan afhankelijk van de vraag of een bepaalde handeling van een van de partijen wordt geacht te zijn gericht op beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Recente rechtspraak onderstreept dat voor het aannemen van een opzegging door een werknemer strengere voorwaarden gelden, dan voor een opzegging door de werkgever. Opzegging werkgever In de bijdrage ‘Beëindiging aok als gevolg van non-actiefstelling’ is gewezen op het (niet gepubliceerde) arrest van het hof Den Haag arrest van 15 november 2016. Het hof heeft in deze zaak geoordeeld over een verdekte beëindigingshandeling van de werkgever, die eruit heeft bestaan dat de werkgever de werknemer de toegang tot het werk heeft ontzegd, nadat de werknemer heeft geweigerd de door de werkgever aangeboden arbeidsovereenkomst te ondertekenen. De werknemer heeft – onder de gegeven omstandigheden van het geval – de ontzegging van de toegang tot de werkplek moeten begrijpen als een opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever, aldus het hof. Opzegging werknemer In bovenbedoeld arrest heeft het hof overwogen, dat elke stilzwijgende of uitdrukkelijke beëindigingshandeling als opzegging van een arbeidsovereenkomst kan worden beschouwd. Op grond van vaste rechtspraak gelden voor de opzegging door de werknemer evenwel de (niet voor de werkgever geldende) strenge vereisten, dat de verklaring van de werknemer duidelijk en ondubbelzinnig dient te zijn gericht op beëindiging van het dienstverband. Deze vereisten dienen de werknemer te beschermen tegen de nadelige gevolgen van ontslagname (waaronder begrepen het mogelijke verlies van de aanspraak op een WW-uitkering). Onder gegeven omstandigheden kan op de werkgever de verplichting rusten om bij de werknemer na te gaan of beëindiging daadwerkelijk is beoogd en hem te informeren over de gevolgen daarvan. Uit de uitspraken van de kantonrechter Rotterdam van 30 december 2016 (AR 2017-0021) en het hof Den Bosch van 12 januari 2017 (ECLI:NL:GHSHE:2017:65) blijkt hoe de rechtspraak nadere invulling geeft aan deze vereisten. De kantonrechter heeft geoordeeld in de zaak waarin een werknemer van werkgever A op enig moment zou zijn overgegaan naar werkgever B. Na het uitspreken van het faillissement van werkgever B wordt de werknemer ontslagen door de curator, die (net als werkgever A) ervan uitgaat dat de werknemer in dienst is bij werkgever B. De werknemer stelt daarentegen dat de zogenoemde overgang feitelijk geen wijziging heeft gebracht in zijn relatie met werkgever A en hij aldus in dienst is gebleven bij werkgever A, van wie hij (in kort geding) doorbetaling van zijn salaris vordert. Uit de uitspraak wordt opgemaakt dat tussen partijen niet ter discussie staat, dat er geen sprake is van een overgang van onderneming (als gevolg waarvan de werknemer van rechtswege in dienst zou zijn getreden bij werkgever B). De kantonrechter laat zich hier in ieder geval niet over uit. Wel volgt de kantonrechter de werknemer in diens standpunt dat de relatie tussen hem en werkgever A na de overgang niet of nauwelijks is gewijzigd. Voorts overweegt de kantonrechter dat er geen sprake is van een ondubbelzinnige, op beëindiging van het dienstverband met werkgever A gerichte verklaring van de werknemer, die tot stand is gekomen op grond van duidelijke informatie omtrent de gevolgen van een overgang naar werkgever B. Te meer, omdat er is gecorrespondeerd over de vele onduidelijkheden die bestaan bij de werknemer over de overgang. Vervolgens wordt werkgever A veroordeeld tot betaling van het loon van de werknemer. Het hof heeft geoordeeld in de zaak waarin de werkgever tijdens een bespreking een werknemer met een tijdelijke arbeidsovereenkomst op staande voet heeft ontslagen, althans op staande voet heeft willen ontslaan. In reactie daarop zou de werknemer hebben verzocht hem niet op staande voet te ontslaan, met dien verstande dat hij zelf ontslag zou nemen. Vervolgens heeft de werkgever een document opgesteld, dat vermeldt dat partijen overeenkomen dat de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer per direct wordt beëindigd. Enige dagen later komt de werknemer hierop terug. Op verzoek van de werknemer bepaalt de kantonrechter uiteindelijk dat de werkgever het loon dient te betalen totdat de tijdelijke arbeidsovereenkomst van rechtswege is komen te eindigen. Het hoger beroep van de werkgever tegen deze uitspraak van kantonrechter – waarbij onder meer het standpunt wordt ingenomen dat partijen een beëindigingsovereenkomst hebben gesloten, althans dat de werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd – zal hem niet baten. Indien ervan wordt uitgegaan dat partijen een beëindigingsovereenkomst hebben gesloten, dan heeft de werknemer op tijd (ofwel gedurende de wettelijke bedenktermijn) de beëindigingsovereenkomst ontbonden, aldus het hof. Indien ervan wordt uitgegaan dat de werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, dan is er geen sprake van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring, die is gericht op vrijwillige beëindiging van het dienstverband. Het hof komt tot deze conclusie onder verwijzing naar vaste rechtspraak en overwegende dat de werknemer onder invloed van een (dreigend) ontslag op staande voet heeft gehandeld, terwijl de werkgever niet is nagegaan of de werknemer de gevolgen van zijn ontslagname heeft overzien. Aangezien de beëindigingsovereenkomst op tijd is ontbonden, dan wel geen sprake is van ontslagname door de werknemer is de tijdelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet eerder komen te eindigen, dan van rechtswege (zoals eerder de kantonrechter heeft overwogen). Deze uitkomst is voor de betreffende werkgever bijzonder zuur, wanneer men bedenkt dat de kantonrechter in eerste aanleg heeft overwogen dat het onderhavige handelen van de werknemer (kortweg het structureel onjuist informeren van de werkgever over zijn verrichtingen) een ontslag op staande voet had kunnen rechtvaardigen. Conclusie In beginsel kunnen vele eenzijdige handelingen ertoe leiden dat de arbeidsovereenkomst komt te eindigen, hetgeen onduidelijkheid in de hand werkt. Er kunnen zich situaties voordoen waarin de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft beëindigd zonder dat de werknemer zich daarvan (tijdig) bewust is. Daarentegen kan de arbeidsovereenkomst ook voortduren, terwijl de werkgever ervan overtuigd kan zijn dat de werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Het is daarom raadzaam dat bij zowel een opzegging door de werknemer, als bij een opzegging door de werkgemer wordt nagegaan wat de bedoeling van partijen is. Remmelt Suir Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir. Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92. Geplaatst in Rechtspraak | Tags Opzegging arbeidsovereenkomst | Reacties uitgeschakeld voor Beëindigingshandelingen: werkgever versus werknemer
DeGraaf Groep overname FridayEurotech Geplaatst 21 februari 2017 door Hinke Wever Met ingang van 20 februari 2017 start DeGraaf de activiteiten van FridayEuroTech door. Met deze doorstart verbreedt DeGraaf haar pakket op het gebied van technische dienstverlening in de sectoren Bouw, Techniek, (Petrochemische)Industrie en Energie. Alle werkzaamheden zijn per direct door DeGraaf overgenomen. De twee bedrijven zullen in eerste instantie los van elkaar fungeren onder de naam DeGraaf waarbij de naam FridayEuroTech vooralsnog blijft bestaan. Keuzes omtrent de naamvoering worden in een later stadium gemaakt. DeGraaf is momenteel aan het inventariseren met als doel zoveel mogelijk banen te behouden. Met deze overname behoort DeGraaf tot een van de grootste technische detacheringsbureaus van Nederland. “Wij bemiddelen uitvoerend personeel in de Elektrotechniek, Werktuigbouw, Installatietechniek (E&W), Bouw, Civiel en de (Petrochemische) Industrie. Kortom al het uitvoerende personeel in de techniek. DeGraaf biedt het gehele palet van flexibele arbeid; detachering, uitzenden, staf en kaderfuncties, contracting en ZZP bemiddeling. Naast bemiddeling begeleidt DeGraaf haar medewerkers tijdens opleidingen. Door onze landelijke dekking kunnen wij de behoefte van de klanten optimaal voorzien.” Bron: DeGraaf, 21 februari 2017 Geplaatst in Bedrijfsnieuws | Tags FridayEuroTech | Reacties uitgeschakeld voor DeGraaf Groep overname FridayEurotech
Nieuwe tekst CAO Jumbo Crew Services 2016-2017 Geplaatst 21 februari 2017 door Hinke Wever | Download CAO Jumbo Crew Services» | 21 februari 2017 Naam CAO Jumbo Crew Services Download CAO Jumbo Crew Services 2016-2017 > CAO Jumbo Crew Services 2016-2017 (20-02-17) De complete tekst van CAO Jumbo Crew Services (code loonheffing 1792) looptijd 01-05-2016 – 31-03-2017 is geplaatst op CAOWijzer. Bron: SZW, 20 februari 2017 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, Jumbo Crew Services | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe tekst CAO Jumbo Crew Services 2016-2017
Nieuwe tekst CAO SBB 2017 Geplaatst 21 februari 2017 door Hinke Wever | Download CAO SBB» | 21 februari 2017 Naam CAO SBB CAO COLO Download CAO SBB 2017 > CAO SBB 2017 (20-02-17) De complete tekst van CAO SBB | COLO (code loonheffing 1645) looptijd 01-01-2017 – 31-12-2017 is geplaatst op CAOWijzer. Bron: SZW, 20 februari 2017 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, SBB | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe tekst CAO SBB 2017
Nieuwe tekst CAO Verenigde Tankrederij 2014-2017 Geplaatst 21 februari 2017 door Hinke Wever | Download CAO Verenigde Tankrederij » | 21 februari 2017 Naam CAO Verenigde Tankrederij CAO VT Personnel Services Vlootpersoneel Download CAO Verenigde Tankrederij 2014-2017 > CAO Verenigde Tankrederij 2014-2017 (20-02-17) De complete tekst van CAO Verenigde Tankrederij (code loonheffing 1359) looptijd 01-07-2014 – 30-06-2017 is geplaatst op CAOWijzer. Bron: SZW, 20 februari 2017 Geplaatst in Wetten & CAO’s | Tags cao, CAOWijzer, Verenigde Tankrederij | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe tekst CAO Verenigde Tankrederij 2014-2017