loading
views
0 reacties
Hendarin Feyli

Volmacht tot inhoudingen op het loon

X

Een schriftelijke volmacht tot inhouding op het loon van de werknemer, hoe heurt het ook alweer?

Sinds enige tijd inspecteert de Inspectie SZW op het aanwezig zijn van een schriftelijke volmacht tot inhouding op het loon van de werknemer voor huisvestingskosten. Het standpunt van de Inspectie SZW is dat een dergelijke volmacht niet mag zijn opgenomen in de arbeidsovereenkomst. Het moet volgens de Inspectie SZW in een apart schriftelijk document staan. Bovendien zou daarin ook moeten zijn opgenomen dat de volmacht te allen tijde herroepelijk is. Voldoet het niet aan deze door de Inspectie SZW bedachte criteria, dan zou zo’n volmacht niet rechtsgeldig zijn.

De Inspectie SZW beroept zich hierbij op een informatieblad met als titel “Wet aanpak schijnconstructies: uitleg over verplichtingen inzake de WML”. In dit informatieblad staat:

“Een schriftelijke volmacht voor een inhouding is een verklaring van de werknemer dat er op zijn loon een bepaald bedrag mag worden ingehouden met als doel aan een bepaalde betalingsverplichting te voldoen. De werkgever kan vervolgens voldoen aan de wens van de werknemer om het bedrag in te houden, maar tekent niet de volmacht. Daarmee is de volmacht iets anders dan een arbeidsovereenkomst, omdat bij een arbeidsovereenkomst werkgever en werknemer allebei de overeenkomst ondertekenen. Hierdoor kan de volmacht niet in de arbeidsovereenkomst worden opgenomen. Het dient een apart document te zijn. Een voorbeeld van een volmacht is er niet, omdat een dergelijke volmacht vormvrij is. Het dient schriftelijk te zijn, maar de werknemer kan vervolgens zelf bepalen hoe het eruit ziet.”

De centrale vraag is of het klopt dat de schriftelijke volmacht terzake inhoudingen ex artikel 7:631 BW niet in een arbeidsovereenkomst mag staan en dat in de volmacht expliciet moet zijn opgenomen dat de volmacht te allen tijde herroepelijk is.

Om een goed begrip te krijgen van wat een volmacht is, gaan we terug naar de basis van de volmacht in het verbintenissenrecht, namelijk artikel 3:60 BW. In dit artikel is bepaald dat een volmacht een bevoegdheid is die een volmachtgever verleent aan een ander, de gevolmachtigde, om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten. Ook bepaalt de wet (artikel 3:61 lid 1 BW) dat een volmacht uitdrukkelijk of stilzwijgend kan worden verleend.
Artikel 7:631 BW bepaalt vervolgens nog iets extra ten aanzien van volmachten terzake inhoudingen op het loon van de werknemer:

“Een beding waarbij de werkgever het recht krijgt enig bedrag van het loon op de betaaldag in te houden, is nietig, onverminderd de bevoegdheid van de werknemer om de werkgever een schriftelijke volmacht te verlenen om uit het uit te betalen loon betalingen in zijn naam te verrichten. De bevoegdheid van de werknemer, bedoeld in de eerste zin, geldt niet voor het deel van het loon tot het bedrag, bedoeld in artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met uitzondering van betalingsverplichtingen als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Deze volmacht is te allen tijde herroepelijk.”

We weten inmiddels dat inhoudingen op het loon gedurende het dienstverband in beginsel niet mogen, “tenzij”. Een “tenzij-variant” is als de werknemer een schriftelijke volmacht heeft verleend aan de werkgever.

De wet stelt aan de volmacht de eis dat de volmacht schriftelijk dient te geschieden wanneer het gaat om inhoudingen op het loon. Niet meer en niet minder. Op welk soort papier, in welk document, in welke kleur de volmacht wordt verstrekt geeft de wet niet aan. Dat is aan de volmachtgever. Ook in de Wet aanpak schijnconstructies is een dergelijke “kleur” niet expliciet opgenomen. Sterker nog, hetzelfde informatieblad als waar de Inspectie SZW zich op beroept bevat de navolgende tekst en bevestiging van hetgeen hiervoor is uiteengezet, te weten “Een voorbeeld van een volmacht is er niet, omdat een dergelijke volmacht vormvrij is. Het dient schriftelijk te zijn, maar de werknemer kan vervolgens zelf bepalen hoe het eruit ziet.” Inderdaad, dit is hoe het heurt. Het is aan de werknemer om zelf te bepalen wat de vorm is en hoe hij het vastlegt. Op zich kan een werknemer dat zelf prima. Werknemers kunnen best een heleboel zelf bepalen, al wordt nog wel eens gedacht dat dit anders is.

Zoals gezegd, als de wetgever had gewild dat de schriftelijke volmacht in het kader van artikel 7:631 BW op een bepaalde manier, in een bepaalde vorm of kleur zou moeten worden verstrekt, dan had de wetgever dat wel opgenomen in de wet. Daar waar het hoort te staan. Een informatieblad is geen wet, althans niet in de zin van dit artikel. Dat geldt eveneens ook voor de eis van de Inspectie SZW dat in de schriftelijke volmacht zou moeten staan dat de volmacht te allen tijde herroepelijk is. Nu dit al in de wet is geregeld, hoeft dat niet in de volmacht als zodanig te staan. De enige eis die de wet stelt aan de volmacht tot inhouding op het loon is dat het schriftelijk moet zijn. Als de werknemer besluit om dat gelijk in de arbeidsovereenkomst op te nemen en daarbij op te nemen dat door ondertekening van dat document hij of zij een schriftelijke volmacht verstrekt aan de werkgever om inhoudingen conform de wet op zijn loon te doen, dan is dat mogelijk. Het is naar mijn mening incorrect om te stellen dat als de volmacht in de arbeidsovereenkomst staat de werknemer de volmacht niet kan intrekken. Niet voor niets staat immers in artikel 7:631 lis 1 BW: “De volmacht is te allen tijde herroepelijk”. Dat kan en hoeft dus niet te worden overeengekomen. De arbeidsovereenkomst wordt door intrekking van die volmacht niet ingetrokken, maar de volmacht wordt ingetrokken. Hoe de volmacht wordt ingetrokken bepaalt de werknemer eveneens zelf.

De eisen die de Inspectie SZW stelt missen dus een wettelijke grondslag.

Hendarin Feyli, Van Riel & Feyli Advocaten


| Zie ook FlexWijzer Wet aanpak schijnconstructies |

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek