loading
views

Aanzegplicht en voortzetting tijdelijk contract

Aanzegplicht en voortzetting tijdelijk contract

Aanzegplicht en voortzetting van een tijdelijk contract
Per 1 januari 2015 is de werkgever – die een tijdelijk arbeidscontract met een werknemer is aangegaan voor 6 maanden of langer – verplicht om minimaal een maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst de werknemer schriftelijk te informeren of en zo ja, onder welke voorwaarden hij de arbeidsovereenkomst wenst voort te zetten op straffe van een boete van maximaal een maandsalaris. Deze boete – of aanzegvergoeding – is ook verschuldigd wanneer de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet, maar niet is voldaan aan de aanzegverplichting, aldus de kantonrechter Apeldoorn in de uitspraak 8 oktober 2015 (4336239 HA VERZ 15-109 en 4406329 HA VERZ 15-112).

Ontslagname werknemer of voortzetting arbeidsovereenkomst?
In bovenvermelde zaak is de werknemer voor zes maanden in dienst getreden bij de werkgever. Dit tijdelijke contract is met zes maanden verlengd tot 30 juni 2015. Na een gesprek over verlenging eind mei, doet de werkgever in juni een schriftelijk voorstel aan de werknemer voor verlenging van het tijdelijke dienstverband. Gedurende deze periode hebben partijen gesproken over de voorwaarden voor verlenging, waardoor de werknemer geëmotioneerd is geraakt. Een dag na ontvangst van het schriftelijke voorstel van de werkgever heeft de werknemer zijn sleutels ingeleverd bij de administratie en is naar huis gegaan. De werkgever heeft het schriftelijke voorstel vervolgens ingetrokken.

Ter discussie staat of de werknemer het dienstverband heeft beëindigd of dat het dienstverband is verlengd. De werknemer stelt, dat hij tijdens het gesprek eind mei het aanbod tot verlenging al heeft aanvaard op grond waarvan het dienstverband is verlengd. In dit verband vordert de werknemer – onder meer – loondoorbetaling. Daarnaast wordt betaling van de aanzegvergoeding gevorderd, omdat de werkgever niet minimaal een maand voor het einde van het (tweede) tijdelijke contract heeft voldaan aan zijn schriftelijke aanzegverplichting.
De werkgever is van mening dat de werknemer de arbeidsovereenkomst in juni heeft opgezegd.

Omdat de werknemer het voorstel tot verlenging van de werkgever niet heeft aanvaard, zou er bovendien geen aanspraak bestaan op de aanzegvergoeding. Daarnaast zou het goed werknemerschap, althans de redelijk en billijkheid zich ertegen verzetten, dat de werknemer aanspraak maakt op de aanzegvergoeding.

De kantonrechter bepaalt, dat de arbeidsovereenkomst is verlengd. Gezien de emotionele toestand waarin de werknemer heeft verkeerd, is er geen sprake van de vereiste verklaring of gedraging van de werknemer, die duidelijk en ondubbelzinnig was gericht op beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Daarnaast overweegt de kantonrechter, dat – vooralsnog – ervan wordt uitgegaan dat de werknemer het voorstel tot verlenging eind mei heeft aanvaard. Op grond van diens uitdrukkelijke bewijsaanbod krijgt de werkgever wel de mogelijkheid tegenbewijs te leveren tegen deze aanname. Dit zal op een later moment in de procedure gebeuren.

Aanzegverplichting
Ongeacht de eventuele verlenging overweegt de kantonrechter dat de werkgever niet op tijd heeft voldaan aan zijn aanzegverplichting. Het mondelinge voorstel eind mei is niet (op tijd) schriftelijk vastgelegd, hetgeen wettelijk is voorgeschreven. De door de werkgever gepretendeerde afwijzing door de werknemer van het mondelinge voorstel, alsmede het beroep op goed werknemerschap en de redelijk- en billijkheid doen hieraan niet af. Vervolgens wijst de kantonrechter de gevorderde aanzegvergoeding toe aan de werknemer.

Conclusie
Op grond van de uitspraak van de kantonrechter Apeldoorn ziet het ernaar uit, dat de werkgever – ongeacht de omstandigheden van het geval – te allen tijde aan zijn schriftelijke aanzegverplichting moet voldoen om te voorkomen dat hij de aanzegvergoeding is verschuldigd. Dit geldt ook wanneer de arbeidsovereenkomst wordt verlengd. Werkgevers doen er dus verstandig aan om de afloop van tijdelijke arbeidsovereenkomsten goed in hun agenda’s te noteren.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek