loading
views

Bert van Drongelen richt de MBUB op

Bert van Drongelen richt de MBUB op

De uitzendbranche heeft er een nieuwe brancheorganisatie bij.

Sinds 1 augustus is de MBUB actief, de Middenstandsbond Uitzendbedrijven, die in het leven is geroepen door een oude bekende in de uitzendbranche.

De organisatie is een initiatief van de heer Bert van Drongelen, die al zo’n 40 jaar actief is in de uitzendsector. Hij was oprichter en eigenaar van drie bureaus; De Vakaturebank, De Werkbank en De Baanbank. Hij heeft 30 jaar geleden de NBBU (de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen) opgericht uit onvrede over de ABU (de Algemene Bond Uitzendondernemingen), waarbinnen toen naar zijn mening kleinere uitzendorganisaties onvoldoende aandacht kregen. Hij wist in die tijd vakbond LBV te mobiliseren om een eigen CAO voor de NBBU af te sluiten, hetgeen veel opschudding teweegbracht in de polder.

“De NBBU is een mooie grote organisatie geworden, maar is door de jaren heen steeds meer op de ABU gaan lijken”, zegt hij. “De ABU en de NBBU trekken in steeds meer aspecten samen op. Ik wil nu een echte middenstandsorganisatie in het leven roepen, die betaalbaar is voor kleinere uitzendbureaus.”

Motief
Van Drongelen vindt de prijs voor het lidmaatschap van de grote uitzendbrancheorganisaties te hoog, evenals de kosten voor het NEN 4400 I en II certificaat voor uitzenders. “In feite kan het veel simpeler, effectiever en goedkoper,” zegt hij. “Toen ik eenmaal besefte dat een accountant de check voor de NEN-certificering kan uitvoeren via de ‘single audit systematiek’ en daar slechts anderhalf uur voor nodig heeft, omdat hij toch al geheel op de hoogte is van de administratie van het betreffende bureau, wist ik dat dit de weg opent voor kleinere uitzenders om gecertificeerd aan de slag te gaan.”

In 1998 heeft Van Drongelen zijn registerorganisatie SVU opgericht, Stichting Vertrouwde Uitleners. Hij huurt daartoe registeraccountants in en zorgt voor een online, openbaar register waar uitzenders of payrollbedrijven zich kunnen laten registreren als NEN-gecertificeerde organisatie.

“Er staan zo’n 4000 uitzenders ‘buiten de deur’ voor wie het lidmaatschap van de grotere brancheorganisaties te duur is. Die groep wil ik bedienen,” zegt hij. “Ik heb geen haast, ik ga langzaam te werk en onderscheid me met een attractieve prijsstelling.”

Van Drongelen stond ook aan de wieg van branchevereniging NVUB, die de afgelopen jaren aan de weg heeft getimmerd met een eigen cao en een transferpool. “Die transferpool zag ik niet zitten,” zegt hij, “ik wilde gewoon een uitzendbrancheorganisatie oprichten. Na anderhalf jaar ben ik uit het bestuur gestapt.”
Volgens hem is de NVUB een slapende organisatie geworden die op-sterven-na dood is. “Ik laat na tweeëneenhalf jaar het vonnis executeren van de rechtszaak die ik tegen hen heb gevoerd over de uitstaande schuld aan mijn organisatie SVU. Dat betekent einde verhaal NVUB.”

De NVUB heeft voor haar cao, afgesloten met de vakbond AVV (Alternatief voor Vakbond), jarenlang geprobeerd dispensatie te verkrijgen van de algemeen verbindend verklaarde ABU-cao bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
“Een extreem moeizame weg. Ik heb in mijn periode als voorzitter van de NBBU en de NVUB vijf ministers van Sociale Zaken meegemaakt. Zij volgden het advies van de vakbonden en de Stichting van de Arbeid. Ik ervaar dat als een muur waar je niet doorheen komt. Het feit dat de NBBU-cao bestaat en gedoogd wordt, heeft te maken met representativiteitscijfers voor de algemeen verbindend verklaring. Ik kan het niet anders zien.”

Cao
Ook nu streeft Van Drongelen weer naar een eigen cao en zoekt daarvoor een vakbond als partner. De bonden staan niet te dringen, bevestigt hij. Desondanks is Van Drongelen met twee of drie kleinere bonden in gesprek. “Uitzenders die zich bij mijn organisatie aansluiten moeten in de tussentijd met hun administratie twee cao’s kunnen toepassen, hun eigen cao en/of die van de ABU in de periode dat die algemeen verbindend is verklaard. Momenteel is de ABU-cao algemeen verbindend tot 16 september 2015.”

Van Drongelen werft sinds begin augustus leden voor zijn brancheorganisatie en intensiveert dat met een kortingsactie die hij vanaf september op touw gaat zetten. “Die geldt voor alle uitzendorganisaties,” zegt hij, “maar als een grote organisatie zoals Randstad of Manpower lid zou willen worden, dan zal dat niet lukken.”

Positionering
“Het bestuur van de MBUB bestaat uit drie mensen,” zegt Van Drongelen. “Ik ben de voorzitter. Bert Kortekaas neemt het penningmeesterschap op zich en Johan Garconius is de secretaris.”

Hoe ziet hij de toekomst van zijn organisatie? In een vereniging zijn de leden immers de baas; de ALV is daarin het hoogste orgaan.

“Ja, uiteraard is een vereniging gebaseerd op democratie, ik kan niet in de toekomst kijken, maar ik wil in deze organisatie zo lang mogelijk zelf de koers bepalen.”

Belang
Een brancheorganisatie heeft veel geld nodig voordat een solide bestaan is opgebouwd, beaamt Van Drongelen. Met de SVU, de moeder van deze organisatie, financiert hij de opstartkosten.
Daarbij rijst de vraag hoe Van Drongelen de onafhankelijkheid van zijn nieuw gestarte werkgeversorganisatie wil inrichten. Een directe band tussen financiering en voorzitterschap, wekt dat niet de schijn van belangenverstrengeling?

“Om te voorkomen dat die onafhankelijkheid wordt verstoord, financiert de SVU de MBUB via een kortlopende lening,” licht Van Drongelen toe.

Ook de vakbonden zullen zijn organisatie nauwlettend in de gaten houden. Wie op dit moment de site van de SVU bekijkt, ziet dat een van de bij het register aangesloten uitzendorganisaties circa 100 bv’s heeft laten registreren. Hoe is dat grote aantal te verklaren?

“Dat zijn individuele uitzendkrachten, die ervoor tekenen om als ondernemer te kunnen werken en niet gebonden te zijn aan de cao-voorschriften van de inlener voor flex- of uitzendkrachten. Het is een legale inventieve constructie, bedacht door de achterliggende ondernemer. Het risico bestaat wel dat de betreffende mensen te lang en te veel werken. Daar moet voor worden gewaakt, dat heb ik benadrukt,” aldus Van Drongelen. “Hoe dan ook, het past in de lijn van de toename van zzp’ers op de arbeidsmarkt, die zelf hun tijd indelen en hun opdrachtgevers kiezen.”

Van Drongelen geeft aan dat de kleine(re) uitzendorganisaties voordelig terecht kunnen bij de MBUB. Al geeft hij aan dat een uitzendbureau met 30 flexkrachten niet meer klein kan worden genoemd, laat staan een bureau dat 100 flexkrachten/ondernemers met eigen bv’s bemiddelt.
Wie rekent, is en wordt ook met veel kleintjes groot.

De tijdrovende, tamelijk dure weg voor het keurmerk van de SNA wordt via de MBUB omzeild, die is volgens Van Drongelen niet nodig voor de NEN-certificering 4400 I en II, en de inlener is gerustgesteld door de accountant wat betreft de ketenaansprakelijkheid. De WKA-check (Wet Ketenaansprakelijkheid) kan ook worden geregeld door Van Drongelens SVU.

Bemiddelaars en accountancy kantoren hebben baat bij het concept.
De MBUB dekt daarom volgens Van Drongelen een gat in de markt.

Interview: Hinke Wever, FlexNieuws

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek