Arthur Lubbers 18 februari 2026 0 reacties Print Raymond Puts (OTTO Work Force): ‘Wij zijn een corporate bedrijf, maar met een MKB-cultuur’CEO Raymond Puts combineert MKB-mentaliteit met corporate slagkracht bij OTTO Work Force. Minder arbeidsmigratie is volgens hem geen oplossing, betere arbeidsmigratie wel. “Arbeidsmigratie is onontkoombaar. Zonder internationale medewerkers stopt een deel van onze economie.”Een jaar geleden nam Raymond Puts het stokje over van Frank van Gool als CEO van OTTO Work Force. Aan hem de taak om een van de grootste uitzendorganisaties van Nederland nog verder uit te bouwen. En ook Puts staat op de barricade om de noodzaak van goed gereguleerde arbeidsmigratie duidelijk te maken in Den Haag. “Waar de politiek roept ‘kan het niet minder?’, zeggen wij ‘kan het niet beter?’ Dan duw je malafiditeit echt uit de sector.” U had een mooie baan als directeur van werkgeversvereniging AWVN. Toch bent u vorig voorjaar weer teruggekeerd in de uitzendbranche door Frank van Gool op te volgen als CEO van OTTO Work Force. Vanwaar deze overstap? “In eerste instantie dacht ik inderdaad ‘waarom zou ik dat doen?’ toen Frank belde om koffie te drinken. Toch is het een logische stap. Voor mij komt alles hier weer samen. Bij USG People (nu RGF Staffing), een beursgenoteerd bedrijf, stond natuurlijk vooral het ondernemersdoel voorop. In mijn rol bij AWVN heb ik vervolgens meer te maken gehad met het politiek-maatschappelijke speelveld. Hier komt alles mooi samen. Bij OTTO Work Force geloven we dat we een maatschappelijke taak hebben om onze internationale medewerkers te helpen ontwikkelen, hen echt een carrière te bieden. Waar wij goed in zijn is het uitnodigen van internationaal talent en voor hen een goede werkgever zijn. En daarmee helpen we de Nederlandse economie vooruit. Natuurlijk zijn wij ook commercieel, maar we voelen die maatschappelijke verantwoordelijkheid. Niemand heeft bij ons een onzeker contract (minimaal 28 uur), 70 procent heeft een contract voor onbepaalde tijd en wij zorgen voor goede huisvesting, vervoer en dagelijkse ondersteuning.” Hoe ziet u uw rol als CEO? “Wat ik in ieder geval wil behouden is het ondernemerschap binnen het bedrijf. Twee op de drie stafcollega’s zijn ooit bij ons begonnen als internationaal medewerker. Er is een enorme cohesie binnen de organisatie. Stap op een willekeurige dag ons kantoor in Venray binnen en het is een en al dynamiek. Onze kracht is wendbaarheid en tempo. Wij zijn een corporate bedrijf, maar met een MKB-cultuur.” “Frank van Gool en Karolina Swoboda hebben met eigen handen een bedrijf van een miljard euro omzet opgebouwd in de afgelopen 25 jaar. Daar heb ik veel waardering voor. Nu is het tijd het bedrijf meer te structureren en de volgende fase in te leiden. De wereld verandert, uit welke landen gaan wij talent de komende 20 jaar rekruteren? Dat was traditioneel Polen, maar in onze groep medewerkers is die aanwas nog maar 50 procent, en dat wordt ieder jaar minder. Inmiddels komen onze internationale medewerkers uit veertien landen. En het arbeidspotentieel ligt steeds vaker buiten Europa.” Frank van Gool was een voorvechter van goed gereguleerde arbeidsmigratie. Hij schuwde stevige discussies met de politiek niet. Is dat ook wat we van u kunnen verwachten? “Frank heeft zich altijd ingezet voor het verbeteren van de arbeidsomstandigheden in de sector. Hij pleitte jaren geleden al voor herinvoering van het vergunningstelsel om malafiditeit in de sector te weren. Nu komt dat toelatingsstelsel (Wtta) er eindelijk, maar toen werd hij nog wel vreemd aangekeken. Daarin liep hij voorop. En we zullen dat blijven doen. Ik heb misschien een andere stijl, maar dezelfde boodschap. Samen met Gert-Jan Segers ga ik de barricade op, we zijn veel in Den Haag en ook binnen de ABU proberen we de volgende stappen te zetten.” “Overigens doe ik ook een oproep aan werkgevend Nederland: stop met zakendoen met malafide partijen. Als je niet weet wat voor loonstrook jouw uitzendkrachten krijgen en niet weet waar zij wonen, en het is heel goedkoop, dan moet je je afvragen of het wel goed zit. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De komst van de Wtta is daarom goed, maar de crux zit ‘m in handhaving. Daar moet vanuit Den Haag voldoende geld voor komen. Want de sector is groot en ik schrik soms van de creativiteit van malafide uitzenders die het aan de voorkant doen lijken of alles klopt, terwijl aan de achterkant geitenpaadjes, illegale routes, worden bewandeld.” Het imago van uitzenders van arbeidsmigranten is ronduit slecht. De politiek, van links tot rechts, vindt daarom dat er minder arbeidsmigratie moet komen. Wat is uw boodschap aan Den Haag? “Ja, malafiditeit kleurt de sector. We kennen de vreselijke voorbeelden, die echt uit de markt moeten. Sprinkhanen die even op de markt komen om snel geld te verdienen zijn we liever vandaag dan morgen kwijt. Want daar hebben wij als OTTO Work Force ook last van. Het grootste deel van de markt is wel goed bezig.” “Ieder incident waarover de pers bericht is er een te veel, maar als je naar het totaal kijkt, zie je dat de situatie in de praktijk anders is. Via ons zijn bijvoorbeeld dagelijks tussen de 16.000 en 17.000 internationale medewerkers aan de slag. Niet een daarvan heeft een onzeker contract, wij verzorgen voor 12.000 mensen een goede woonplek, geen verkamerde huurwoning, met faciliteiten dichtbij. En op iedere woonlocatie is een welfare officer aanwezig. We zijn bovendien een van de grootste taxibedrijven van Nederland door het woon-werkverkeer te regelen als mensen niet op de fiets kunnen.” “Er is een rationeel element in de politiek-maatschappelijke discussie. Dat heeft alles te maken met demografie; er wonen wel steeds meer mensen in Nederland, maar er werken in ons land relatief steeds minder. De beroepsbevolking wordt te klein om de economie op peil te houden. Willen we blijven doen wat we doen, dan vraagt dat om een oplossing voor de krimpende beroepsbevolking.” “En er is een emotioneel element in de discussie. Men wil gewoon minder arbeidsmigratie. Maar besef wel dat tien procent van de beroepsbevolking bestaat uit mensen die uit een ander land komen en hebben besloten hier te komen werken. Als je dat niet meer wilt, stopt echt een deel van onze economie. Dat gaat verder dan paprika’s plukken, dan stopt de logistieke keten en daardoor de voedselvoorziening bijvoorbeeld. Als uitzenders één dag hun internationale medewerkers verlof zouden geven, dan merkt iedereen dat meteen. Dan staat Nederland stil.” “Arbeidsmigratie is zeker niet de enige oplossing, maar door de demografische ontwikkeling hebben we nu eenmaal behoefte aan internationale arbeidskrachten. Misschien goed om te beseffen, zeker voor politici die ons naar de uitgang willen duwen. Arbeidsmigratie is onontkoombaar. Waar de politiek roept ‘kan het niet minder?’, zeggen wij ‘kan het niet beter?’ Dan duw je ook malafiditeit uit de sector.” Vandaar jullie Deltaplan ‘Voorkomen dat Nederland vastloopt’. Wat houdt dit in? “Ten eerste de aanpak van malafiditeit. Daarom is het goed dat de Wtta er komt. Wel te laat, want het bad is al overstroomd, ik had liever gezien dat het bad niet zo vol was gelopen. Dus is tempo nodig. Het duurt ook nog zeker twee jaren voordat we echt de effecten hiervan zien.” “Een ander belangrijk onderdeel van ons Deltaplan is huisvesting. Helaas duurt het nu nog zes tot acht jaar om huisvesting te realiseren. Dat moet sneller. Daarvoor moeten we met gemeenten aan de slag. Dat is cruciaal. Want waar arbeidsmigratie het meest wringt is de woningmarkt. Er is al een tekort aan woningen en daar komen nog mensen bij die ook een woning nodig hebben. Als je in een dorp woont waar steeds meer mensen uit het buitenland komen wonen, gaat dat ten koste van de sociale cohesie in de straat. Een eengezinswoning is ook niet bedoeld om met tien mensen in te wonen. Dé oplossing is het ontwikkelen van grotere woonlocaties buiten de woonkernen. Die woningen zouden bovendien later geschikt kunnen zijn voor starters of studenten. Of bouw bestaande kantoorlocaties om. Ook ontstaan er blended modellen, waar internationale medewerkers wonen en bijvoorbeeld Oekraïense vluchtelingen worden opgevangen.” “Het gaat erom voldoende woningaanwas te realiseren. Dan neemt de druk op de woningmarkt af en zal het imago van arbeidsmigranten verbeteren. Overigens gaan onze internationale medewerkers ook gewoon naar de sportclub en de bakker, zij maken deel uit van de gemeenschap. Dat gaat nog weleens verloren in de discussie.” Het nieuwe kabinet belooft de adviezen van de Commissie Roemer en het SER-advies Arbeidsmigratie naar waarde van eind vorig jaar te gaan uitvoeren. Wat vindt u van het regeerakkoord? “Het is positief dat het nieuwe kabinet voortbouwt op de fundamentele analyses die er al liggen en dat arbeidsmigratie wordt erkend als waardevol voor onze economie. Cruciaal blijft echter dat nieuwe regels niet leiden tot extra bureaucratie, maar dat handhaving centraal staat. Een stevige inzet op het aanpakken van misstanden is nodig. Alleen zo kan het onderscheid tussen bonafide en malafide partijen echt worden gemaakt. Het regeerakkoord biedt goede aanknopingspunten. Het is tijd om te kiezen voor een toekomst waarin migratie bijdraagt aan brede welvaart en sociale samenhang.” “Wat mij wel opvalt, is dat in het coalitieakkoord het verminderen van de afhankelijkheidsrelatie tussen arbeidsmigrant en werkgever wordt genoemd, terwijl in dezelfde passage juist meer verantwoordelijkheden voor huisvesting bij werkgevers worden gelegd. Wij zijn zeer benieuwd naar hoe dit in de praktijk wordt vormgegeven en hoe dit beleid uitvoerbaar en consistent kan worden.” Ook start het nieuwe kabinet een pilot om goed geschoolde arbeidskrachten (van buiten de EU) voor maximaal drie jaar naar Nederland te halen. OTTO Work Force pleit al jaren voor deze vorm van circulaire arbeidsmigratie. Waarom ligt daar de oplossing? “De driejarige pilot om onder strenge voorwaarden goed geschoolde medewerkers van buiten Europa aan te trekken, is bemoedigend. Wij werken graag samen met het kabinet om de cruciale sectoren scherp af te bakenen. Overigens kan in onze visie de salariseis beter worden vervangen door quotering per sector.” “Zo’n tijdelijke vakkrachtenregeling – wij hebben een maximale termijn van vijf jaar voorgesteld – is ook een belangrijk onderdeel van ons Deltaplan. Want je kunt nog zulke mooie plannen maken, je hebt ook vakmensen van buiten Europa nodig om de cruciale sectoren draaiende te houden. Hoe zorg je dat je voldoende handen aan het bed hebt, voldoende mensen aan het elektriciteitsnetwerk werken en in onze Defensie-industrie aan de slag gaan?” “Want de demografische ontwikkeling in Nederland en Europa maakt het nodig dat we verder kijken dan de EU. Een deel van onze toekomst ligt buiten Europa. Daarom ben ik ook blij met het WRR-advies dat stelt dat Nederland zich ook moet richten op landen buiten de EU (zoals Afrika en Azië) voor het benodigde arbeidsaanbod. Daar is de wetgeving in ons land nu echt niet klaar voor.” “En circulaire arbeidsmigratie is een prima oplossing. Daarmee haal je de angel uit de discussie over het aantal mensen dat wij in Nederland aankunnen. Je leidt die mensen op in het thuisland, laat hen hier maximaal vijf jaar werken en ze passen hun opgedane kennis en kunde weer toe als zij na vijf jaar in hun thuisland weer aan de slag gaan. Dat doen wij bijvoorbeeld in de gezondheidszorg met Filipijnse collega’s van OTTO Health Care. Helaas is de regelgeving (werk-verblijfsvergunning, BIG-registratie, etc) in Nederland uitdagend. Het hele proces tussen werving en plaatsing duurt hier een jaar. Dat is heel lang als je beseft hoe urgent dit is.” “Nederland is echt niet meer het meest aantrekkelijke land om te komen werken. Door beeldvorming en complexe regelgeving staan we achter in de rij als het gaat om mensen van buiten de EU die naar Nederland willen komen. En daar zit wel voor een groot deel ons nieuwe talent, onze nieuwe noodzakelijke vakkrachten.” U spreekt liever niet over arbeidsmigranten, maar noemt ze internationale medewerkers. Waarom? “Dat klopt. En we hebben het ook nooit over bedden, maar over een plek om te wonen. Dat lijkt een klein verschil, maar doet veel in de beeldvorming. Ik vind het vervelend dat er een etiket wordt geplakt op onze collega’s.” “Bij hoogopgeleiden spreekt men van expats of kenniswerkers, waarom noemen we praktisch opgeleiden dan arbeidsmigranten? Veel van deze mensen hebben ooit hun droom nagejaagd om in Nederland te komen werken en zijn hier gebleven. Zij maken gewoon deel uit van onze gemeenschap.” Over Raymond Puts Raymond Puts, econoom van huis uit, is zoals zovelen de uitzendbranche ingerold toen hij in 1997 als projectmanager begon bij Start People. ‘You love it or you hate it’, zegt hij zelf over de uitzendwereld. In zijn geval is het duidelijk het eerste. Van strikte carrièreplanning is geen sprake, toch klimt Puts snel op binnen het uitzendconcern. Na een directiefunctie bij Unique is hij tussen 2016 en 2019 CEO bij USG People Nederland (tegenwoordig RGF Staffing the Netherlands). Puts vervult vervolgens verschillende bestuursfuncties en commissariaten, onder meer bij UWV en werkgeversorganisatie VNO-NCW. Vanaf 2020 is hij directeur bij werkgeversorganisatie AWVN. Tot hij in het voorjaar van 2025 weer terugkeert in de uitzendbranche als CEO van OTTO Work Force. arbeidsmigratie, TOP100 Print Over de auteur Over Arthur Lubbers Arthur Lubbers is redacteur bij Flexnieuws. Bekijk alle berichten van Arthur Lubbers