loading
views

H-grond detentie, ontbinding arbeidsovereenkomst

H-grond detentie, ontbinding arbeidsovereenkomst

H-grond: detentie
De wet kent een achttal gronden op basis waarvan de werkgever de kantonrechter kan verzoeken om een arbeidsovereenkomst te ontbinden, waaronder begrepen disfunctioneren. Deze ontbindingsgrond geeft reeds een kenbaar kader, waarbinnen de kantonrechter oordeelt of de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden. Dit geldt niet voor (het kader voor) de ontbindingsgrond neergelegd in artikel 7:669 lid 3 onderdeel h. Deze (open) h-grond of restcategorie is een zelfstandig te onderbouwen ontbindingsgrond, bedoeld voor situaties die niet binnen de kaders van de andere zeven (concrete) ontbindingsgronden zijn te plaatsen. Een (in de wetsgeschiedenis genoemde) situatie waarin een beroep op de h-grond kan worden gedaan, is de situatie waarin de werknemer is gedetineerd. De detentie van de werknemer op zichzelf is echter onvoldoende voor ontbinding, zoals blijkt uit de beschikking van de kantonrechter Rotterdam van 22 december 2016 (ECLI:NL:RBROT:2016:9943).

Casus
De werknemer is werkzaam als havenarbeider bij de werkgever wanneer hij wordt gearresteerd, waarna hij circa negen maanden later wordt veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor – onder meer – poging tot doodslag op een agent. De werknemer gaat in hoger beroep tegen dit (straf)vonnis. Hangende het hoger beroep verzoekt de werkgever de kantonrechter de arbeidsovereenkomst van de werknemer te ontbinden, die op dat moment reeds zestien maanden geen werkzaamheden meer heeft verricht. De werkgever verzoekt ontbinding op grond van verwijtbaar handelen, verstoorde arbeidsverhouding, dan wel de rest- of h-grond.

Onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis overweegt de kantonrechter dat detentie van een werknemer een omstandigheid vormt, die dient te worden beoordeeld in het kader van de h-grond. Detentie kan tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst leiden, indien de omstandigheden zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd dat de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. Dit is in deze zaak het geval, aldus de kantonrechter.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, waarbij onder andere in aanmerking wordt genomen dat: de werknemer is veroordeeld voor een zwaar delict (terwijl algehele vrijspraak in hoger beroep niet aannemelijk wordt geacht); hij ten tijde van de ontbindingsprocedure al lange tijd niet heeft gewerkt; de eventuele terugkeer van de werknemer naar de werkvloer naar verwachting tot (grote) onrust onder collega’s zal leiden. Tegen deze omstandigheden weegt niet op het belang van de werknemer bij voortzetting van zijn dienstverband of zijn (gestelde) jarenlange goede functioneren voorafgaande aan zijn arrestatie.
In de veroordeling en de lange duur dat de werknemer geen arbeid heeft verricht ziet de kantonrechter aanleiding te oordelen dat de werknemer ernstig verwijtbaarheid heeft gehandeld. Als gevolg van het ernstig verwijtbare handelen ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst op zeer korte termijn en zonder toekenning van de transitievergoeding aan de werknemer.

Conclusie
Hoewel de benaming ‘restcategorie’ wellicht anders doet vermoeden, dient een beroep op de h-grond als zelfstandige ontbindingsgrond voldoende te worden onderbouwd. De h-grond dient niet als een reparatiemogelijkheid, indien andere ontbindingsgronden niet worden gehonoreerd. Ontbinding met een beroep op de h-grond wegens detentie is niet vanzelfsprekend. Uit de beschikking van kantonrechter Rotterdam wordt afgeleid, dat ter onderbouwing zal moeten worden aangevoerd waarom de omstandigheden verband houdende met de detentie van werknemer dienen te leiden tot beëindiging van het dienstverband.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek