loading
views

Concurrentiebeding

In onderhavige zaak wordt de werknemer niet onbillijk benadeeld door een concurrentiebeding.
Dwaling of misbruik van omstandigheden ten tijde van opzegging is niet komen vast te staan.

Op 12 november 2013 heeft de rechtbank Noord-Nederland zich uitgelaten over de schorsing van een concurrentiebeding en dwaling of misbruik van omstandigheden ten tijde van de opzegging door de werknemer. Werknemer stelt dat hij heeft gedwaald over de instandhouding van het concurrentiebeding door zijn werkgever.

Feiten
Werknemer is op 1 april 2012 in dienst getreden voor de duur van één jaar bij werkgever in de functie van Sales Manager. Werkgever is een bedrijf dat zich onder meer bezighoudt met het ontwerpen, produceren, installeren en exporteren van procesapparatuur en installaties ten behoeve van water-, gas en luchtzuivering. In de functie van Sales Manager richt werknemer zich op de Duitstalige markt. Per 1 april 2013 is de arbeidsovereenkomst met één jaar verlengd. In de arbeidsovereenkomst staat een concurrentiebeding opgenomen voor de duur van twee jaar.

Werknemer heeft op 8 september 2013 zijn arbeidsovereenkomst opgezegd om bij een andere werkgever per 1 november 2013 in dienst te kunnen treden als Regional Sales Manager met het verzoek om zijn concurrentiebeding om te zetten in een relatiebeding. Werkgever heeft hierop aan werknemer te kennen gegeven dat hij aan het concurrentiebeding zal worden gehouden, maar dat de duur van het concurrentiebeding beperkt zal worden tot de duur van één jaar.

Vordering tot schorsing van het concurrentiebeding
Werknemer stelt dat hij heeft gedwaald ten aanzien van de instandhouding van het concurrentiebeding. Deze dwaling is volgens werknemer te wijten aan de inlichting van zijn werkgever, waarin werkgever te kennen gaf dat het concurrentiebeding niet in de weg zou staan aan de indiensttreding van werknemer bij zijn beoogde nieuwe werkgever. Werknemer zou zijn arbeidsovereenkomst met zijn werkgever, ingeval van instandhouding van het concurrentiebeding, nooit hebben opgezegd. Werknemer vordert primair schorsing van het concurrentiebeding, voor zover hem dit belemmert om de functie van Regional Sales Manager voor Latijns Amerika te gaan vervullen. Subsidiair vordert werknemer wedertewerkstelling in zijn functie van Sales Manager.

Verweer werkgever
Werkgever voert aan dat de beoogde nieuwe werkgever van werknemer een concurrent is. Voorts stelt werkgever dat werknemer uit hoofd van zijn functie bekend is met vele aspecten van de bedrijfsvoering en met de technologie van werkgever, de toepassing en de effecten daarvan. Bovendien heeft werknemer kennis van de door werkgever toegepaste calculatiemethoden, verkoopmethodieken en alle overige commerciële informatie. Verder heeft werknemer veelvuldig persoonlijk contact gehad met vele klanten en heeft hij in het kader van de opleiding belangrijke informatie meegekregen inzake verkoopactiviteiten van de vestiging in Brazilië. Bovendien vist de beoogde nieuwe werkgever in dezelfde vijver als werkgever en bestaat een overlap in wederzijdse relaties. Tenslotte voert werkgever aan dat een aantal van haar producten weliswaar octrooirechtelijk is beschermd, maar van sommige daarvan is de octrooirechtelijke bescherming recent verlopen.

Kantonrechter
De kantonrechter is allereerst van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat werkgever niet hoeft te vrezen voor benadeling indien werknemer in dienst treedt bij zijn beoogde nieuwe werkgever. Naar het oordeel van de kantonrechter kan ervan uitgegaan worden dat werknemer als Sales Manager meer dan oppervlakkige kennis draagt van de door werkgever toegepaste technologie op het gebied van de waterzuivering en de effecten daarvan. Daarnaast wordt aangenomen dat werknemer goed bekend is met overige bedrijfsgegevens van werkgever. Voorts speelt mee dat werkgever en de beoogde nieuwe werkgever directe concurrenten zijn. Dat werknemer zich vooral bezig heeft gehouden met de Europese Duitstalige markt, betekent niet dat hij geen meerwaarde kan hebben voor zijn beoogde nieuwe werkgever in de daar te bekleden functie, waarin hij zich moet richten op de Latijns-Amerikaanse markt. Aannemelijk is dat de kennis van de techniek bij deze vorm van business net zo belangrijk is als, of misschien wel belangrijker dan de kennis van het marktgebied.

Dat werknemer door handhaving van het concurrentiebeding ernstig zal worden belemmerd in zijn vrije arbeidskeuze, is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende vast komen te staan. Hierbij wordt meegewogen dat werkgever zich bereid heeft verklaard om de werking van het concurrentiebeding af te zwakken, in zoverre dat het alleen van toepassing is op concurrerende activiteiten met betrekking tot de anaerobe waterzuiveringssystemen. Werknemer heeft niet dan wel onvoldoende bestreden dat de anaerobe waterzuiveringstechniek een beperkt onderdeel uitmaakt van het geheel aan waterzuiveringstechnieken. Werknemer heeft voorts naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd gesteld dat er voor hem nauwelijks of geen mogelijkheden zijn om werk te vinden bij bedrijven die zich bezighouden met aerobe waterzuiveringssystemen. Verder is naar het oordeel van de kantonrechter niet gebleken dat sprake zou kunnen zijn van een aanzienlijke positieverbetering voor werknemer.

Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter wordt werknemer door het (in duur en qua werking afgezwakte) concurrentiebeding niet onredelijk benadeeld in verhouding tot het te beschermen belang van werkgever, zodat het concurrentiebeding zou moeten worden geschorst, dan wel (verder) in tijd of gebied zou moeten worden beperkt. De belangen van werkgever, die bovendien in de opleiding en deskundigheid van werknemer heeft geïnvesteerd, wegen zwaarder dan de persoonlijke en financiële belangen van werknemer bij de schorsing van het concurrentiebeding. De gestelde dwaling ten aanzien van de vrijstelling van het concurrentiebeding is (vooralsnog) niet komen vast te staan. Werkgever betwist de stelling dat zou zijn gezegd dat het concurrentiebeding niet aan indiensttreding bij zijn beoogde nieuwe werkgever in de weg zou staan. Voor nadere bewijslevering leent de onderhavige procedure zich niet. Ook het beroep op misbruik van omstandigheden wordt niet aannemelijk gemaakt. De vorderingen van werknemer worden afgewezen.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland, 12 november 2013, ECLI:NL: RBMNE:2013:8291

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek