Arbeidstijdenwet | ATW

0
5210

Arbeidstijdenwet | ATW
De arbeidstijdenwet, ATW, schrijft voor hoe lang een werknemer maximaal achter elkaar mag werken en hoe lang de rustperiodes tussen de gewerkte diensten minimaal moet zijn.



CAO
In een CAO kan afgesproken worden dat de werktijden afwijken van normen zoals opgenomen in de ATW. Afwijkingen mogen alleen in een CAO worden afgesproken, niet in een individuele arbeidsovereenkomst.

Arbeidsovereenkomst en werktijden
In de arbeidsovereenkomst moeten de werktijden worden vastgelegd. Er kan sprake zijn van vaste en variabele werktijden. Deze werktijden gelden voor werknemers van achttien jaar en ouder.

Vaste werktijden worden in het arbeidscontract vastgelegd met het opnemen van de begin- en eindtijd, door te verwijzen naar de gebruikelijke werktijden binnen de onderneming danwel te verwijzen naar de werktijdenregeling die met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging is afgesproken. Een verandering in het arbeidspatroon moet minimaal 28 dagen voor wijziging aan de werknemer bekend gemaakt worden.

Variabele werktijden wisselen per periode en moeten via een rooster aan de werknemer worden medegedeeld. Vaak is in de CAO vastgelegd hoelang van te voren het rooster bekend moet zijn.

Vaststelling werktijden
De werkgever moet een zo goed mogelijk beleid voeren met betrekking tot de arbeidstijden en rusttijden van de werknemers. Daarbij moet de werkgever rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemers. Een werknemer die thuis zorgtaken heeft, moet in staat worden gesteld om arbeid en zorg te combineren.

(Vakantie)werk door jongeren
Jongeren mogen slechts een beperkt aantal uren werken naast hun schooltijd. Daarnaast zijn de werkzaamheden die ze mogen verrichten duidelijk begrensd.  Vanuit de Arbeidstijdenwet geeft de Nadere regelgeving kinderarbeid een exacte beschrijving van de werkzaamheden en de omvang die mag worden verricht.

Tijdens de vakantie mogen kinderen van 13 of 14 jaar gedurende maximaal 35 uur per week werken. De Arbeidstijdenwet maakt hiervoor een uitzondering op het algemeen verbod op kinderarbeid, mits lichte niet-industriële arbeid wordt verricht. Het vakantiewerk mag niet langer dan vier weken duren, waarvan drie weken aaneengesloten.

Kinderen van 15 jaar mogen maximaal zes weken vakantiewerk verrichten (maximaal 40 uur per week en vier weken aaneengesloten). Arbeid op zondag is verboden voor 13 en 14 jarigen en voor 15 jarigen onder strikte voorwaarden toegestaan.

Werken op zondag
De ATW gaat uit van het principe dat een werknemer op zondag niet hoeft te werken. De zondag wordt beschouwd als een rustdag. Er zijn twee uitzonderingen:

  • een werknemer mag op zondag werken als dit door de werkgever bedongen is in bijvoorbeeld de arbeidsovereenkomst en als het werken op zondag voortvloeit uit de aard van het bedrijf, bijvoorbeeld een pretpark;
  • een werknemer mag wel op zondag werken als de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, maar dan moet de werkgever hierover eerst overeenstemming hebben bereikt met ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of werknemers;
  • de gegeven toestemming geldt eenmalig. Dus als de werkgever nog eens wil dat er op zondag gewerkt wordt, moet hij weer de toestemming van de werknemers vragen.

Arbeidstijden en de flexbranche
Volgens de ATW wordt ook de inlener als werkgever gezien.

Inlener en uitzender verantwoordelijk voor naleving arbeidstijden
Dit betekent dat naast de uitzendonderneming ook de inlener verantwoordelijk is voor naleving van de juiste arbeidstijden.

Voor de werknemer gelden de bij de inlener gebruikelijke en geldende werktijd. De werknemer kan in overleg met de inlener afwijken van de bij de inlener geldende werktijden. De werkgever moet daar van op de hoogte worden gebracht.

Werkt een werknemer bij verschillende inleners, en de maximale arbeidstijd wordt overschreden, dan is de werkgever hiervoor verantwoordelijk.