Mismatch op arbeidsmarkt blijft aanwezig

0
109

Ondanks corona en hoger arbeidsaanbod blijft de mismatch tussen vraag en aanbod op de regionale arbeidsmarkt aanwezig.

Dat blijkt uit een nieuwe arbeidsmarktindicator van ABN AMRO die de mismatch tussen vraag en aanbod op regionaal niveau analyseert. Omscholing van personeel is daarom cruciaal voor een flexibele arbeidsmarkt en gezond economisch herstel.

Sinds de ‘lockdown’ half maart lijkt de spanning op de arbeidsmarkt te verminderen. Met meer werkzoekenden en minder vacatures zou het voor werkgevers eenvoudiger moeten worden om openstaande vacatures te vervullen, maar is dat wel zo?

Nederland bestaat in werkelijkheid immers niet uit één arbeidsmarkt, maar uit duizenden hele kleine arbeidsmarkten. Die bepalen hoe groot de vijver is waaruit werkgevers kunnen vissen. Niet elke werkzoekende is immers bereid een lange reistijd te accepteren voor een baan in een andere regio.

Regionale arbeidskrapte
De vergelijking van de ontwikkeling van de indicatoren van het CBS, het UWV en ABN AMRO blijkt dat de spanning op de arbeidsmarkt de afgelopen jaren veel sterker is toegenomen dan tot dusver werd aangenomen. De indicator van ABN AMRO geeft aan dat de mismatch op de arbeidsmarkt vanaf medio 2018 snel toeneemt om in december vorig jaar tot een kookpunt te komen. De traditionele krapte-indicatoren geven over diezelfde periode een betrekkelijk vlak beeld.

In de afgelopen drie jaar is het percentage vacatures waarvoor lokaal geen interesse onder werkzoekenden was, volgens de ABN AMRO-indicator verviervoudigd van 3 procent begin 2017 naar 12 procent eind vorig jaar.

Opmerkelijk is dat de krapte tussen medio februari en eind april zelfs nog wat toenam. Als door de coronacrisis de meer generieke vacatures in bijvoorbeeld de horeca wegvallen, blijven specialistische vacatures over, die moeilijker zijn te vervullen.

Krimp in routinematig werk
Het UWV ziet de laatste weken veruit de grootste krimp in vacatures in beroepen waarin routinematige taken worden verricht waarvoor geen hoge opleiding vereist is.

Zolang de interesse van de ontslagen werknemers uit de getroffen sectoren niet aansluit bij de vraag, of zolang zij niet bereid zijn om een baan op grotere afstand te aanvaarden, kan het aantal niet-vervulbare vacatures nog stijgen.

Voor bijvoorbeeld verpleegkundigen, intensive care-specialisten, bijstandsconsulenten, cyber security-specialisten en bijstandsconsulenten zijn er tussen begin februari en eind april vacatures bijgekomen. Voor verkopers van aardappelen, groente en fruit  zijn er nauwelijks vacatures verdwenen. Aan de andere kant zijn veel vacatures ingetrokken voor horecamedewerkers, winkelassistenten, kappers, taxichauffeurs, buschauffeurs. Ook verdwenen in totaal honderden banen voor verkoopmedewerkers in diverse productcategorieën.

Volgens prognoses van het UWV blijft dit sterke onderscheid tussen deze sectoren voorlopig aanwezig.

Het aantal werkzoekenden op werk.nl dat gericht naar een baan in de bediening van de horeca zoekt, nam tussen 4 februari en 19 mei met liefst 60 procent toe (terwijl het aantal vacatures met 76 procent daalde).

Een vergelijkbare omslag vond plaats bij buschauffeurs. Tegelijk is naar praktijkverpleegkundigen sinds het uitbreken van de coronapandemie juist veel meer vraag ontstaan, terwijl het aanbod van personeel flink is afgenomen.

Mismatch staat economisch herstel in de weg, omscholing nodig
Hoe meer werknemers uit getroffen sectoren binnen hun oude beroepsgroep blijven zoeken, hoe groter de kans is dat de mismatch gedurende het ‘nieuwe normaal’ op de arbeidsmarkt groeit.

Flexibiliteit op de arbeidsmarkt is zodoende cruciaal om groeiende onevenwichtigheden te voorkomen. Om ervoor te zorgen dat werknemers gemakkelijker naar andere sectoren overstappen, moeten van vraag naar en aanbod van beroepen beter op elkaar aansluiten. Omscholing is hiervoor de sleutel. Wanneer de mismatch blijft of zelfs toeneemt, kan dat straks het economisch herstel in de weg staan.

NL leert door
Gelukkig heeft de overheid aandacht voor het flexibiliseren van de arbeidsmarkt door bedrijven die van de NOW-regeling gebruikmaken te verplichten om werknemers te stimuleren om aan bij- en omscholing te doen. De overheid investeert daarnaast 50 miljoen euro in het crisisprogramma ‘NL leert door’, een onlineprogramma voor scholing en ontwikkeling, zo is te lezen in de beschrijving van de verlenging van de regeling.

Nu de mismatch op de arbeidsmarkt hardnekkig blijkt en de coronacrisis deze dreigt te versterken, zouden bijvoorbeeld ook bestaande opleidings- en ontwikkelfondsen (O&O), die traditioneel gekoppeld zijn aan sectoren, hiervoor ingezet kunnen worden.

Bron: ABN AMRO, 5 juni 2020