Minder Oost-Europese arbeidskrachten naar Nederland

0
198

De economie in Oost-Europa groeit, de lonen stijgen en er is een lage werkloosheid, mede door de krimpende beroepsbevolking. Dit zorgt ervoor dat steeds minder Oost-Europese arbeidsmigranten naar Nederland komen.
Migrantenstroom uit Oost-Europa neemt af, bron ABN AMRO, juni 2019
In de afgelopen jaren heeft Oost-Europa een economische groeispurt doorgemaakt. Tussen 2015 en 2018 groeide de regio jaarlijks met gemiddeld 4 procent. In 2018 groeide de economie in Polen het sterkst, met maar liefst 5,1 procent. Ook voor de komende jaren zien de groeiverwachtingen er positief uit.

Als gevolg van de krimpende beroepsbevolking krijgt Oost-Europa bovendien te maken met een steeds groter tekort aan arbeid. Dit gaat gepaard met een snelle stijging van de lonen.

Dit heeft gevolgen voor het aantal arbeidskrachten in Nederland, dat afkomstig is uit Oost-Europa.

Inkomens in Oost-Europa groeien, werkloosheid neemt daar af

Geleidelijke afname van arbeidsmigranten
Arbeidsmigranten, die nu werkzaam zijn in West-Europa, zullen er sneller voor kiezen om terug te keren. ABN AMRO heeft de trends in de arbeidsmigratie in kaart gebracht. Het aantal in Nederland werkzame Oost-Europese arbeidskrachten zal geleidelijk afnemen, zo is de verwachting. Bekijk het ABN AMRO rapport

Steeds minder arbeidskrachten uit Oost-Europa vestigen zich in Nederland
Oost-Europese werknemers zijn in Nederland vooral werkzaam in de agrarische sector, de industrie, de logistieke sector en de bouw. In de agrarische sector is de afhankelijkheid van werknemers uit Oost-Europa erg groot. Dit zijn met name seizoenarbeiders in piekperiodes, die vaak een minder sterke band met Nederland hebben.

Ook in de industrie is sprake van een steeds groter tekort aan arbeidskrachten. Hierdoor kiezen Nederlandse bedrijven er juist voor bepaalde werkzaamheden in bijvoorbeeld Polen te laten uitvoeren. In Nederland zijn bijna 53.000 Oost-Europeanen werkzaam in de transport en logistiek: zo’n 13 procent van de gehele sector. Door de groei van e-commerce neemt de vraag naar personeel naar verwachting alleen maar toe. Ook zijn veel Oost-Europeanen vertegenwoordigd in de bouwsector, hoewel dit niet altijd in de officiële cijfers zichtbaar is.

Sectoren afhankelijk van Oost-Europeanen moeten alternatieven vinden
“Landen die verder van Oost-Europa liggen, zoals Nederland, ondervinden hiervan de meeste gevolgen. Er werken nu veel Oost-Europese arbeidskrachten – vooral Polen – in Nederland, maar hierin gaat geleidelijk verandering komen. Vooral de agrarische sector, bouw, industrie en de transportsector worden hierdoor getroffen, omdat bedrijven hier nu al worstelen met een groot personeelstekort”, zegt Nora Neuteboom, Econoom Opkomende Markten van ABN AMRO. “Er is wel een aantal factoren die de druk kunnen verlichten. Bij een brexit vertrekken veel Oost-Europeanen uit het Verenigd Koninkrijk die zich mogelijk in Nederland vestigen. Ook kunnen ondernemers waar mogelijk extra investeren in digitalisering en robotisering, om het effect van het personeelstekort op lange termijn te verzachten.”

Wat doet ABN AMRO tegen arbeidsuitbuiting?
Ook al neemt arbeidsmigratie vanuit Oost-Europa geleidelijk af, de kans op uitbuiting van arbeidskrachten neemt niet af. Opmerkelijk is dan ook de waarschuwing die de bank tot besluit doet in dit rapport.
“ABN AMRO heeft onder zijn klanten ook bedrijven in sectoren die gevoelig zijn voor arbeidsuitbuiting. In het klantacceptatieproces wordt gecontroleerd of klanten in bijvoorbeeld de landbouw, bouw, transport en uitzendbranche beleid hebben dat dergelijke risico’s mitigeert. Bij kredietrelaties boven 1 miljoen euro wordt uitvoeriger gekeken naar inhuur van buitenlandse arbeidskrachten.”

Bron: ABN AMRO, 13 juni 2019

Zie ook
CBS: 59% arbeidsmigranten binnen zes jaar vertrokken