Payroller en werkgever aansprakelijk voor loondoorbetaling

0
2292

Op 13 mei heeft de kantonrechter te Almelo vonnis gewezen in een zaak die door werknemer was aangespannen tegen MCM Innovation en payrollbedrijf Stafflease.

De arbeidsovereenkomst is niet op een rechtsgeldige manier beëindigd. Bij dit payrollcontract wordt het loon niet door de werkgever op papier, en ook niet door het bedrijf waar de contractant feitelijk te werk is gesteld, betaald. Beiden worden door de kantonrechter hoofdelijk veroordeeld tot doorbetaling van het loon.

> Zie de uitspraak

Op papier is er sprake van een arbeidsovereenkomst met Stafflease, via een payrollcontract. De werknemer is bij MCM Innovation te werk gesteld en heeft van MCM Innovation instructies ontvangen, heeft ook in bedrijfskleding van MCM Innovation de werkzaamheden verricht en heeft tijdens de zitting verklaard dat hij niemand van Stafflease heeft gezien of gesproken. De kantonrechter vindt dan ook dat sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Stafflease is weliswaar op papier de werkgever maar uit de feiten en omstandigheden zoals die vooralsnog zijn gebleken, blijkt niet dat voldaan wordt aan de elementen van een arbeidsovereenkomst zoals geformuleerd in artikel 7:610 BW, terwijl evenmin gesteld of gebleken is dat Stafflease als uitzendbureau in de zin van artikel 7:691 BW kan worden aangemerkt, integendeel, de selectie is feitelijk door MCM Innovation gebeurd en ook in de overeenkomst met Stafflease is vastgelegd dat de werknemer bij MCM Innovation te werk zal worden gesteld.

Uit de overgelegde producties, in het bijzonder de brief van MCM Innovation d.d. 29 april 2013, blijkt dat MCM Innovation als verweer voert dat de werknemer na 8 februari 2013 niet meer gewerkt zou hebben. Dit verweer is door de werknemer weerlegd door schriftelijke verklaringen van twee collega’s van de werknemer en de printscreen van het sms-bericht d.d. 26 februari 2013 van MCM Innovation, waaruit valt af te leiden dat de werknemer nog wel werkzaamheden voor MCM Innovation heeft verricht.

MCM Innovation stelt zich op het standpunt dat de overeenkomst met de werknemer per 14 februari 2013 door haar rechtsgeldig is beëindigd. Aangezien daarna nog werkzaamheden door de werknemer zijn verricht, strookt dat niet met een beëindiging per 14 februari 2013.

Nu de arbeidsovereenkomst is aangegaan met ingang van 8 januari 2013 voor de duur van 78 weken en niet is gebleken dat de arbeidsovereenkomst op een rechtsgeldige wijze is beëindigd is, dient MCM Innovation het aan de werknemer toekomende salaris en gevorderde brandstofkosten te betalen totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd.

De kantonrechter vindt het aannemelijk dat de vordering ook in een bodemprocedure zal worden toegewezen. De loonvordering wordt daarom toegewezen. De gevorderde dwangsom van € 250,00 ter zake de bruto-netto specificaties zal worden toegewezen met dien verstande dat daar een maximum aan zal worden verbonden van € 5.000,00.

Uit de schriftelijk gesloten overeenkomst blijkt dat de gedaagde zich bij wijze van overeenkomst verbonden heeft tot betaling van ‘loon’ in ruil van de werkzaamheden door de werknemer. Niets staat er aan in de weg dat een derde een betalingsverplichting jegens een werknemer op zich neemt. Ook Stafflease zal derhalve tot betaling van het salaris, brandstofkosten en afgifte van de specificaties onder verbeurte van de dwangsom als hiervoor vermeld, worden veroordeeld.

Conclusie
MCM Innovation en Stafflease worden allebei hoofdelijk veroordeeld tot het betalen van het achterstallige loon en het loon totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd.
Als een van beiden het loon betaalt is de ander daarvan kwijtgescholden.

Bron: Rechtspraak.nl, 28 mei 2013