All-in uurloon in strijd met CAO

0
2461

26 februari 2010

Een taxibedrijf wil de vakantiedagen die een chauffeur tijdens het dienstverband heeft opgebouwd niet uitkeren. Het bedrijf stelt dat met de werknemer de afspraak was gemaakt dat de vergoeding voor vakantiedagen in het uurloon was inbegrepen.

De kantonrechter heeft de vordering van de werknemer met betrekking tot uitbetaling van de vakantiedagen – een bedrag van circa € 5.500 euro bruto – afgewezen. In hoger beroep beslist het Hof anders. De Cao Taxivervoer staat ‘inbouw’ van een vergoeding voor vakantiedagen in het uurloon toe voor afroepkrachten. De afroepovereenkomst moet echter wel schriftelijk worden aangegaan. En dat is niet gebeurd.

Geen schriftelijke overeenkomst
Zowel de werknemer als het taxibedrijf zijn aan de CAO Taxivervoer gebonden. De CAO Taxivervoer kende over de gehele duur van het dienstverband bijzondere bepalingen voor werknemers die hun arbeid op afroep verrichten (aangeduid als M.U.P.-krachten). Vanaf 1 maart 2003 bood de CAO Taxivervoer de mogelijkheid met M.U.P.-krachten in een schriftelijke arbeidsovereenkomst overeen te komen dat het loon inclusief vakantiedagen werd uitbetaald. Tussen partijen is geen schriftelijke arbeidsovereenkomst tot stand gekomen.

All-in loon-afspraak niet geldig
De CAO Taxivervoer 2005 -2007 (Artikel 5.2.) schrijft voor dat een M.U.P.-arbeidsovereenkomst schriftelijk moet worden aangegaan. Een eventuele afspraak tussen partijen over een all-in loon (een cao-loon inclusief de vergoeding voor vakantiedagen, wat de werknemer betwist) is in strijd met deze CAO Taxivervoer en dus nietig. Ook de eerdere tijdens het dienstverband geldige cao’s kenden dit schriftelijkheidsvereiste. Nu geen schriftelijke arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen, is de volgens de werkgever mondeling gemaakte afspraak dat het cao-loon mede een vergoeding voor vakantiedagen inhield niet geldig.

Loon bevat geen vergoeding voor vakantiedagen
Door de werking van artikel 12 van de Wet op de Cao (WCAO) geldt als het overeengekomen loon het loon voor rijdend personeel overeenkomstig de cao-loontabel. Dit loon bevat geen vergoeding voor vakantiedagen. Op grond van de CAO Taxivervoer had de werknemer naast het bedongen loon recht op 27 vakantiedagen per jaar. De omstandigheid dat het bedongen loon hoger was dan het cao-loon volgens de loontabel staat dat niet in de weg. De cao-loontabellen voor rijdend personeel kunnen worden aangemerkt als een minimumbepaling.

Werkzaamheden op afroep niet bewezen
Het taxibedrijf had er niet van uit mogen gaan dat de werknemer afzag van een vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen. Het bedrijf moest er rekening mee houden dat de werknemer – die dit ook heeft aangevoerd – er destijds niet van op de hoogte was dat de gemaakte loonafspraak nietig was (in strijd met de CAO) en dat hij wel aanspraak kon maken op vakantiedagen. Bovendien heeft de werknemer bestreden dat hij zijn werkzaamheden op afroep verrichtte. Hij heeft aangevoerd dat hij op vaste dagen placht te werken (op de vrijdag- en de zaterdagavond) en het taxibedrijf heeft dat niet gemotiveerd bestreden. Uit de lijsten van de gewerkte uren kan niet worden afgeleid dat de werknemer uitsluitend of grotendeels op afroep werkte.

Eindoordeel
Het Hof stelt dat de door het taxibedrijf aangevoerde omstandigheden niet van dien aard zijn dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de werknemer aanspraak maakt op eindafrekening van niet opgenomen vakantiedagen. Het taxibedrijf moet de werknemer alsnog de 528,36 vakantie-uren betalen.

Bron: LJN: BL1079, Gerechtshof Amsterdam, 20 oktober 2009