ABN AMRO: cao-lonen stijgen, flexwerkers profiteren niet

0
185

Zowel ABN AMRO als het CPB verwachten een stijging van de cao-lonen met tweetiende procentpunt. Maar dit is volledig toe te schrijven aan overheidsinterventie. Aan de andere kant merken baanwisselaars, jongeren en flexwerkers hoe zwak de loonontwikkeling echt is.

Dit meldt het Economisch Bureau van ABN AMRO in het rapport De in- en outsiders van de loonontwikkeling.

Goed nieuws voor cao-lonen
ABN AMRO verhoogde de contractloonraming voor 2021 van 1,1% naar 1,3%. Het CPB verhoogde die raming van 1,4% naar 1,6%. De reden dat ABN AMRO lager raamt, is dat zij een grotere rol zien voor flexwerk. Bovendien raamt het CPB alleen op basis van gelijkblijvend beleid.

ABN AMRO: contractloonontwikkeling 2018-2025

Hoger minimumloon
Er wordt daarnaast een nieuwe Europese richtlijn verwacht, die inhoudt dat het minimumloon minimaal 60% van het mediane loon en 50% van het gemiddelde loon is. Dit betekent dat het minimumloon in Nederland op langere termijn richting € 14,00 per uur gaat, in plaats van € 12,75.

Overheidsinterventie
De verwachte cao-loongroei heeft niets te maken met de stand van de arbeidsmarkt, maar alles met coronabeleid. Bovendien is nog altijd een fors deel van de huidige cao-loonstijgingen overeengekomen op basis van loonruimte die bedrijven hadden vóór de coronacrisis. Dit is achteraf niet open te breken. De cao-loongroei reflecteert dus niet hoe schaars arbeid is, maar hoe succesvol de NOW-regeling is en hoe goed de combinatie van onze cao-systematiek met de NOW uitpakt voor zittende werknemers. En als in de komende jaren het minimumloon stijgt stuwt opnieuw niet de markt, maar beleid de cao-lonen omhoog.

Zwakke loonontwikkeling buiten vaste contracten
De Nederlandse steunpakketten hebben vooral mensen in hun baan gehouden, in plaats van de inkomens van huishoudens rechtstreeks te stimuleren zoals in andere landen. Buiten de veilige haven van het vaste contract en de cao-loongroei wordt dat duidelijk. Op basis van aannames over enkele componenten van de incidentele loongroei (alles buitenom de cao-loonsverhoging) denken we dat de arbeidsmarkt eigenlijk een stuk zwakker is:

  • Er is binnen bedrijven weinig ruimte voor individuele loonstijging zoals een prestatie-afhankelijke vergoeding, meer uren gaan werken of een schaalsprong. Door de steunpakketten zijn werknemers primair gericht op baanbehoud en door de lockdownmaatregelen hebben werkgevers weinig financiële ruimte voor overige vormen van loongroei.
  • Intreders op de arbeidsmarkt, zoals jongeren en voorheen werklozen, krijgen een lager startsalaris aangeboden dan anders omdat werkgevers willen afwachten hoe hun bedrijf dit jaar doorstaat.
  • Veel sectoren en bedrijven waar nu werkgelegenheid ontstaat dankzij corona, zoals distributiecentra, bezorgdiensten en groothandels, bieden lage lonen en/of flexibele contracten. In deze sectoren en bedrijven gaan niet alleen de genoemde intreders aan de slag, maar ook mensen die van flexbaan naar flexbaan gaan en dus steeds een nieuw startsalaris krijgen. In deze functies is het bovendien vaak makkelijk om onvrijwillig teruggeschaald te worden in aantal uren.
  • Omdat de NOW ervoor zorgt dat werknemers blijven zitten waar ze zitten, mag aangenomen worden dat veel baanwisselaars niet geheel vrijwillig van baan wisselen. Veel baanwisselaars zullen voorsorteren op een aanstaand ontslag of afgenomen kansen op individuele loongroei. Zij zullen gemiddeld genomen bij een nieuwe werkgever met een lager salaris akkoord gaan dan waar zij mee akkoord zouden gaan als het wisselen van baan geheel vrijwillig was.

Incidentele loongroei versus minimumloon
De incidentele loongroei, uitgedrukt in procentpunten ten opzichte van het contractloon om zo tot de totale loongroei te komen, is sinds 2014 negatief. Het CPB schreef dit in 2020 toe aan onder andere jongeren die de arbeidsmarkt betreden, aan lagere opleidingsniveau’s en aan flexwerk. Door de hierboven genoemde aannames gaan we er van uit dat de incidentele loongroei momenteel nóg negatiever is dan de afgelopen jaren. Wel zou, door de grote bijdrage van jongeren en flexwerkers aan de incidentele loongroei, de verwachte minimumloonstijging hier iets van verandering in kunnen brengen. Grote delen van deze groepen verdienen namelijk het minimumloon of iets daarboven.

Bron: ABN AMRO, 31 maart 2021