Loonbeslag | Artikel 475 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

0
7273

Loonbeslag | Artikel 475 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Het loonbeslag (ook wel beslag onder derden) is een beslag dat door een gerechtsdeurwaarder, in opdracht van de schuldeiser, wordt gelegd op het loon van de schuldenaar of diens uitkering.

Een schatting is dat er door alle gerechtsdeurwaarders gezamenlijk per jaar tussen de 300.000 en 400.000 keer beslag op inkomen wordt gelegd.


Download tekst Artikel 475 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering


Hoe werkt het?
De schuldeiser die in een rechtszaak zijn vordering krijgt toegewezen van de rechter, krijgt van de griffier een grosse mee. De grosse is een akte die aan de daarin vermelde persoon het recht toekent met dwangmiddelen de akte ten uitvoer te leggen. Het recht om een vordering uit te voeren wordt ook wel de executoriale titel genoemd.

De schuldeiser machtigt de gerechtsdeurwaarder tot het uitvoeren van de vordering als de schuldenaar weigert om het geldbedrag voldoen. Machtigen van de gerechtsdeurwaarder geschiedt door het overhandigen van de executoriale titel. Vervolgens moet de gerechtsdeurwaarder de executoriale titel betekenen aan de schuldenaar. Het betekenen geschiedt door een exploot uit te brengen aan de schuldenaar. In dat exploot wordt de schuldenaar bekend gemaakt met de executoriale titel en dat de gerechtsdeurwaarder deze zal uitvoeren.

Voor het incasseren van het geldbedrag is de gerechtsdeurwaarder bevoegd om beslag te leggen op de inkomsten van de schuldenaar. Alleen moet bij de gerechtsdeurwaarder bekend zijn waar het inkomen van de schuldenaar vandaan komt. In veel gevallen werken de schuldenaren niet mee en verzwijgen zij de naam van werkgever of van hun uitkeringsinstantie.

Sinds december 2006 hebben deurwaarders de mogelijkheid om bij het UWV na te gaan wie de werkgever van een schuldenaar is.

Als de gerechtsdeurwaarder weet wie de werkgever(s) zijn van de schuldenaar, mag hij op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de werkgever(s) benaderen om te vragen of desbetreffende schuldenaar bij hem in dienst is. De werkgever is verplicht om antwoord te geven op de vraag.

Executoriaal of conservatoir beslag
De gerechtsdeurwaarder kan een executoriaal of een conservatoir beslag leggen. Bij een executoriaal beslag ligt er al een vonnis van de rechter. Dit vonnis kan dan direct ten uitvoer worden gebracht. Het conservatoir beslag is een bewarende maatregel, in afwachting van een vonnis van de rechter. Dit houdt in dat de schuldeiser verzekerd is van betaling wanneer hij, na toestemming van de rechter, overgaat tot invordering.

In de praktijk wordt een opdracht tot het leggen van loonbeslag veelal verstrekt als een schuldenaar niet langer zijn financiële verplichtingen kan of weigert te na te komen.

Beslagvrije voet
De wet bepaalt dat voor iedereen een beslagvrije voet geldt. Deze beslagvrije voet wordt gezien als het minimum inkomen waar de schuldenaar zijn vaste lasten, zoals huur, levensonderhoud, ziektekostenverzekering, van moet betalen. Op dit gedeelte van het loon kan geen beslag worden gelegd.

De hoogte van de beslagvrije voet is onder meer afhankelijk van de burgerlijke status (getrouwd, vrijgezel, alleenstaand met of zonder kinderen) en het eventuele inkomen van de partner. Naast het reguliere loon vallen ook het vakantiegeld, bonussen en een dertiende maand onder het loonbeslag. Onkostenvergoedingen vallen buiten de beslagvrije voet. Zie voor meer informatie ook het item beslagvrije voet .

Werkgever moet verplicht meewerken
Een werkgever (of uitkerende instantie) is verplicht uitvoering aan het loonbeslag te geven. De werkgever ontvangt van de gerechtsdeurwaarder het beslagexploot (het officiële document op basis waarvan beslag mag worden gelegd) alsmede een uitgebreide vragenlijst betreffende het inkomen van de schuldenaar.

Geadviseerd wordt om als werkgever een kopie van het beslagexploot te administreren en het samen met de betreffende flexwerker te controleren op juistheid. De flexwerker kan bijvoorbeeld aantonen dat de betreffende schuld en de kosten van de inning van deze schuld reeds zijn voldaan. Van de deurwaarder moet dan een overzicht van de betalingsgeschiedenis, een overzicht van de gemaakte kosten en bovendien een kopie van de ingebrekestelling worden opgevraagd. Voorkomen moet worden dat er onterecht geld aan een derde uitbetaald wordt en dat de flexwerker toch het loon kan vorderen. Het is maar de vraag of de deurwaarder de onverschuldigd betaalde bedrag(en) terug zal storten.

De werkgever is verplicht de vragenlijst binnen vier weken ingevuld en ondertekend te retourneren aan de gerechtsdeurwaarder. Wordt de gestelde termijn overschreden dan loopt de werkgever het risico zelf te worden gedagvaard en aansprakelijk te worden gesteld voor de gehele vordering wegens “onrechtmatige daad”.

De werkgever heeft de plicht om het deel van het loon, dat onder het beslag valt, in te houden. Dit bedrag dient dan periodiek naar de rekening van de gerechtsdeurwaarder overgemaakt.

Indien de werkgever in gebreke blijft het loonbeslag na te leven en het volledige loon toch maandelijks aan de schuldenaar uitkeert, dan is deze betaling niet van waarde. De werkgever zal nogmaals moeten uitbetalen aan de beslaglegger.

Werknemer met loonbeslag vertrekt
Als de flexwerker op wie een loonbeslag rust naar een andere werkgever vertrekt is de ex-werkgever verplicht de deurwaarder hiervan op de hoogte stellen.

Fiscaal beslag heeft voorrang
Het is een werkgever toegestaan dat bij meerdere loonbeslagen de tweede (derde, vierde etc.) beslaglegger aangeeft dat hij zich in verband met het vrij te laten bedrag moet melden bij de eerste beslaglegger. De tweede beslaglegger moet namelijk op zijn beurt wachten. Een fiscaal beslag van de overheid/gemeente/belastingdienst gaat altijd voor de deurwaarder.