loading
views

Platformwerk – arbeidsovereenkomst botst met zelfregulering?

Platformwerk – arbeidsovereenkomst botst met zelfregulering?

Interview met Hendarin Mouselli

Hendarin Mouselli is advocate flexibele arbeid. In dat kader volgt ze de opkomst van platformwerk.

“Ik vind het boeiend te zien wat het effect is van de opkomst van platformwerk op de arbeidsovereenkomst en de uitzendovereenkomst. De eerste arbeidsrechtelijke uitspraak in Nederland over platformwerk toont aan dat we als samenleving vasthouden aan een bepaalde gedachtegang in de regelgeving,” zegt ze. “Het is de vraag of die denkwijze vol te houden is, nu werk op steeds meer manieren wordt georganiseerd.

In de zaak tussen een Deliveroo-rider (platformwerker) en Deliveroo (platform) heeft de rechter recent een uitspraak gedaan. De kantonrechter heeft in de Deliveroo-uitspraak een interessant punt aangestipt. Dit punt is dat als het ongewenst wordt geacht dat werkplatforms zoals Deliveroo zzp-overeenkomsten aanbieden, de wetgever daartegen maatregelen zal moeten treffen. Dat vind ik opmerkelijk en ik heb er een aantal vragen bij.”

Scheiding der machten
Is het logisch dat de rechter naar de wetgever wijst?
“Het lijkt op het eerste gezicht logisch. Het komt wel vaker voor. Zie bijvoorbeeld ook het Care4Care-arrest, waarin de Hoge Raad heeft geoordeeld dat “als payrolling zou leiden tot resultaten die zich niet laten verenigen met hetgeen de wetgever bij de regeling van de art. 7:690-7:691 BW voor ogen heeft gestaan, het in de eerste plaats aan de wetgever is om hier grenzen te stellen”. De arbeidsovereenkomst is ongeschikt om de overeenkomst tussen de Deliveroo-rider en Deliveroo daarbinnen te laten vallen. In dat opzicht is het oordeel van de rechter in de Deliveroo-uitspraak dat het aan de wetgever is om daar iets mee te doen begrijpelijk. De rechter toetst immers aan de wet.

Ik kan me niet onttrekken aan de gedachte dat de rechter met een dergelijke uitlating een beetje morrelt aan de scheiding der machten. De trias politica is één van de basisprincipes van de westerse democratie. Daarom hebben in ons land de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht elk hun rol en verantwoordelijkheid. Vanuit die gedachte is het de vraag of een rechter zich op een dergelijke wijze behoort uit te laten: ‘als iets ongewenst is, zou het bij wet geregeld moeten worden’. Bovendien is het nog maar de vraag of regulering van platformwerk wenselijk is.

De rechter had misschien ook een mogelijkheid moeten en kunnen openlaten voor vrije marktwerking en zelfregulering. Juist bij werkplatforms is dat goed voor te stellen. Of misschien houdt de overweging van de rechter in dat de wetgever de werkplatforms juist zou moeten reguleren en niet de arbeidsvorm?”

Gezamenlijk creëren van waarde
Is dat haalbaar? Hoe zie je dat voor je?
“De oplossing zit volgens mij niet in verdere regulering van de arbeidsrelatie, maar juist in het stimuleren van creatie van waarde van platformwerk en het reguleren van platformcorporaties, waarbij de mensen die via platforms werken meer zeggenschap krijgen en meer zelf kunnen regelen.

Door de toenemende digitalisering veranderen de concurrentieverhoudingen in veel sectoren. Er ontstaat concurrentie op dienst- en productniveau, maar ook op arbeidsniveau. Met algoritmes krijgen consumenten producten en diensten tegen geïndividualiseerde prijzen aangeboden. Op die manier ontstaan er nieuwe vormen van samenwerking, maar ook van concurrentie. Dit hele spel heeft invloed op de inrichting van werk. Het heeft effect op de prijs voor producten en diensten, op het werk en het inkomen van werkers en ook dus op de arbeidsovereenkomst.”

Stel jij voor om regulering via het arbeidsrecht los te laten?
“Er is wel regulering nodig, maar momenteel gaat alle aandacht naar de arbeidsovereenkomst. In mijn ogen spannen we daarmee het paard achter de wagen. Niet zozeer de coöperatie tussen het werkplatform en de werker zou onderdeel van discussie en regulering moeten zijn, maar de mogelijkheden om iets te doen met de machtsverhouding tussen deze partijen. Door het verzamelen van allerlei data en deze slim en commercieel in te zetten, wordt de werker, maar ook de gebruiker, nu vaak afhankelijk gemaakt van de werkplatforms. Echte transparantie voor de platformwerker en de gebruiker ontbreekt. Dat verhindert de zelfregulering in de coöperatie tussen de werkers en de platformaanbieders. Wanneer meer transparantie mogelijk wordt gemaakt en regulering dat kan stimuleren, wordt de coöperatie en de zelfredzaamheid van de platformwerker vergroot.

De overweging van de rechter in de recente uitspraak over de zaak tussen Deliveroo en de fietskoerier waarin hij een oproep doet aan de wetgever, roept dus niet alleen allerlei vragen op over de verantwoordelijkheid van de rechterlijke macht en de wetgever. Het is naar mijn mening het meest belangrijke element uit de uitspraak. Wat is gewenst en wat is ongewenst? Wat gaat de wetgever reguleren? Ik zou maatregelen die de transparantie bevorderen heel erg toejuichen.”

Overdrijven we niet een beetje?
“De omvang van platformwerk in Nederland is relatief klein: ongeveer 0,4 procent van werkend Nederland was eind 2017 actief als platformwerker. Dit komt neer op 34.000 werkers[1]. Als je het zo beziet valt het allemaal mee, maar de verwachting is dat de groei van dit type werk zal toenemen. De groei wordt onder andere gedreven door kapitaalkrachtige buitenlandse bedrijven die veel geld steken in platforms die nu verlieslatend zijn, in de hoop dat ze door de groei van de markt en marktaandeel hun investering kunnen terugverdienen.[2]”

Interview: Hinke Wever, FlexNieuws

[1] SEO Amsterdam, De opkomst en groei van de kluseconomie in Nederland, p. 45
[2] Kamerstukken II, 2017-2018, 29 544, nr. 837

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek