loading
views

Rechtspraak: Deliveroo-rider niet in loondienst

De overeenkomst die een bezorger sloot met Deliveroo geldt niet als arbeidscontract – en dus is de man niet in loondienst bij het bezorgbedrijf.

Tot die conclusie komt de Rechtbank Amsterdam.

Vakbond FNV had een rechtszaak aangespannen tegen Deliveroo wegens schijnzelfstandigheid. Volgens de bond moeten de bezorgers onder de cao vallen, maar de kantonrechter beslist anders.

Zie de uitspraak die maandag 23 juli is gepubliceerd.

De conclusie van de kantonrechter luidt letterlijk:
“Gezien hetgeen partijen zijn overeengekomen en hoe zij vervolgens feitelijk aan die overeenkomst uitvoering en invulling hebben gegeven, alle hiervoor behandelde feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang beschouwd (ingevolge de holistische weging), kan de rechtsverhouding tussen partijen niet als een arbeidsovereenkomst worden gekwalificeerd. Voldoende is komen vast te staan dat [eiser] wist dat zijn arbeidsovereenkomst eindig was en hij daarom akkoord is gegaan met de Overeenkomst. Hij wist dat hij in dat geval als zelfstandig ondernemer ging werken voor Deliveroo.

Na 14 november 2017 is veel veranderd in de verhouding tussen partijen. [eiser] mocht vanaf dat moment zelf beslissen of hij zichzelf aanmeldde voor werk, mocht een bestelling weigeren en had zelfs de vrijheid om, zij het niet zonder consequenties, als hij een tijdvak had gereserveerd toch niet te gaan werken. Aan de andere kant kon hij, als hij geen tijdvak had gereserveerd, zich op elk gewenst moment aanmelden voor werk in een zone en werd hem in dat geval gevraagd bestellingen te bezorgen, tenzij het tijdvak in de zone waarin hij zich aanmeldde op dat moment was volgeboekt. In dat geval was hij echter in de gelegenheid om zich in een andere zone aan te melden, die op dat moment wellicht nog niet was volgeboekt en kon hij op dat moment toch bestellingen ontvangen. Het stond hem daarbij vrij het werk te verrichten in zijn eigen kleding en met een eigen thermobox, zolang deze voldeden aan de veiligheidseisen. Onbetwist is verder gebleven dat hij gerechtigd was om ook opdrachten van een concurrerende onderneming uit te voeren, dan wel zich te laten vervangen door een ander, mits deze aan de veiligheidsvoorwaarden van Deliveroo voldeed. Daarbij gaat het om een bijverdienste die voor [eiser] de afgelopen maanden per uur aanzienlijk hoger is geweest dan de inkomsten die hij genereerde in loondienst. Ook uit de uitvoering van de Overeenkomst kan daarom niet worden afgeleid dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De bepalingen van titel 10 boek 7 BW zijn in het verlengde daarvan dan ook niet van toepassing, noch artikel 7:610 lid 2 BW.

Het moge zo zijn dat in het huidige arbeidsrecht geen rekening is gehouden met de uit de (relatief) nieuwe platformeconomie voortkomende arbeidsverhoudingen. Dat maakt echter nog niet dat de onderhavige beslissing tot dusdanig onaanvaardbare resultaten leidt, dat de redelijkheid en billijkheid tot rechterlijk ingrijpen noopt. Wanneer het ongewenst wordt geacht dat werkplatforms als Deliveroo dergelijke overeenkomsten aanbieden, zal de wetgever daartegen maatregelen moeten treffen.

De vorderingen van [eiser] worden daarom afgewezen.

[eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.”

Bron: Rechtspraak.nl, 23 juli 2018

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek