loading
views

Verrekening vakantie-uren en min- en plusuren bij einde dienstverband

Verrekening vakantie-uren en min- en plusuren bij einde dienstverband
In de zaak die op 22 november 2013 voor de kantonrechter Leeuwarden speelde, liet de kantonrechter zich uit over de vraag of de werkgever de dagen waarop werknemer niet heeft gewerkt vanwege een algehele bedrijfssluiting (drie weken in de zomervakantie en enkele dagen rond kerst) mocht boeken als vakantiedagen. Voorts was de vraag aan de orde of het de werkgever was toegestaan om min- en plus uren met elkaar te vereffenen.

Feiten
Werknemer is vanaf 21 april 2008 in dienst bij werkgever voor 38 uur per week in de functie van kok. Vanwege wisselende drukte werkt werknemer het ene moment meer dan het andere moment. De werkgever heeft deze plus- en minuren van de werknemer bijgehouden. Het dienstverband is op 21 april 2011 beëindigd waarbij werkgever een eindafrekening heeft opgemaakt. In deze eindafrekening heeft de werkgever een bedrag ingehouden wegens minuren. Daarnaast heeft de werkgever een bedrag ingehouden wegens teveel genoten vakantie uren.

Standpunt werknemer
De werknemer is het niet eens met de door werkgever opgestelde eindafrekening. Werknemer vordert uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen en uitbetaling van overuren. Volgens werknemer heeft de werkgever ten onrechte vakantiedagen geboekt op dagen dat werknemer niet kon werken wegens een algehele bedrijfssluiting. Werknemer stelt dat hij nooit met werkgever heeft afgesproken dat deze dagen als vakantiedagen zouden gelden. Volgens werknemer heeft hij in de perioden van de bedrijfssluitingen geen vakantie opgenomen en is hij ook niet akkoord gegaan met het opnemen van vakantie. Ten aanzien van de verrekening van minuren stelt werknemer dat indien door omstandigheden minder werk voor handen is (dan de overeengekomen 38 uur per week) dat dit voor rekening van de werkgever dient te blijven. Werknemer stelt dat hij ook nooit akkoord is gegaan met verrekening van minuren die zijn ontstaan door bedrijfssluiting met zijn vakatie-uren. Volgens werknemer is de werkgever niet bevoegd om ‘te plussen te minnen’.

Standpunt werkgever
Volgens de werkgever heeft de werknemer nooit bezwaar gemaakt tegen de praktijk van plus- en minuren. Daarnaast stelt de werkgever dat het niet zo zou kunnen zijn dat werknemer alsnog uitbetaling van vakantie-uren claimt, terwijl hij gedurende zijn dienstverband elk jaar tijdens bedrijfssluitingen vakantie heeft gehad. Volgens werkgever heeft de werknemer er ook nooit bezwaar tegen gemaakt dat hij in deze periode vakantie heeft genoten. De werknemer heeft ook nooit aangeboden om in deze perioden te werken, aldus werkgever.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van bedrijfssluitingen die in redelijkheid op grond van artikel 7:628 lid 1 BW voor rekening van de werkgever behoren te blijven. Dit artikel bepaalt dat een werknemer recht op loon behoudt indien hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te blijven. De werknemer heeft niet weersproken dat bij de werkgever sprake was van jaarlijks terugkerende bedrijfssluitingen. Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat de werknemer onvoldoende heeft onderbouwd dat er zonder overleg met hem vakanties zijn vastgesteld tijdens de bedrijfssluitingen. Werknemer heeft pas na afloop van het dienstverband hierover voor het eerst geklaagd. De werknemer heeft niet betwist dat hij tijdens deze bedrijfssluitingen daadwerkelijk vrij is geweest en heeft geen redenen aangevoerd op grond waarvan van hem in redelijkheid niet mocht worden verwacht dat hij in de door de werkgever vastgestelde perioden vakantiedagen opnam. De kantonrechter oordeelt dan ook dat de werkgever de uren terecht heeft geboekt als vakantie-uren.

Ten aanzien van de vraag of werkgever de plusuren mocht verrekenen met de minuren dan wel of werkgever de plusuren diende uit te betalen als overuren, overweegt de kantonrechter als volgt. Vast staat dat de werknemer op bepaalde dagen minder uren werkte, maar ook op bepaalde dagen meer uren werkte. Met de stelling van werknemer dat het de werkgever niet zou zijn toegestaan om te plussen en te minnen, heeft de werknemer onvoldoende gemotiveerd onderbouwd dat de plusuren als overuren zouden moeten worden uitbetaald, aldus de kantonrechter. De bevoegdheid van de werkgever om te vereffenen volgt volgens de kantonrechter uit de arbeidsovereenkomst waarin is bepaald dat overwerk wordt vergoed in de vorm van extra vrije tijd of in geld. De kantonrechter komt tot de conclusie dat partijen hierover kennelijk onderling afspraken kunnen maken. Daarbij acht de kantonrechter het van belang dat de werknemer niet heeft weersproken dat de plus- en minuren werden bijgehouden door de wekgever. Voorts acht de kantonrechter het van belang dat niet is gebleken dat de werknemer op enig moment tijdens zijn dienstverband bezwaar heeft gemaakt tegen vereffening van deze uren op basis van het tijd voor tijd principe.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland: ECLI:NL:RBNNE:2013:7306

Voor meer informatie over de uitspraken of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek