loading
views
0 reacties
Ed van Viegen

Fiscale voordelen werken niet voor alle starters

Ed van Viegen is verbonden aan Greyt, netwerk van branche gespecialiseerde controllers en financieel directeuren. Opgeleid als registeraccountant, richt hij zich op bedrijven in de flexmarkt. Hier kan hij zijn passie voor klantgerichtheid, efficiënte bedrijfsvoering en cijfers kwijt. Van Viegen werkte eerder onder andere bij PwC, Vitae, Manpower en FSGroep. In zijn blogs bekijkt hij cijfers van uitzenders op een andere manier en schrijft hij over het MKB vanuit de actualiteit. X

Fiscale voordelen werken niet voor alle starters
Het aantal ZZP-ers nam in Q3 2013 opnieuw toe met 34.000 (+ 4,5%) tot 794.000 (bron: CBS). Dat zijn 34.000 nieuw gestarte ZZP-ers het afgelopen kwartaal.

PSC platform trekt zowel beginnende als ervaren ondernemers aan die willen starten in de flexmarkt. Vooral de beginnende ondernemers met een verleden in dienstverband staan voor veel uitdagingen en hebben met diverse onzekerheden te maken. Zo is er een ondernemingsplan te schrijven, moet er een administratie opgezet en ingeschreven worden en bovenal ontstaat er inkomensonzekerheid. Dat vraagt van een starter serieuze aandacht. Gelukkig zijn er ook zekerheden. Zo weet elke starter dat er fiscale voordelen zijn, zoals zelfstandigenaftrek en startersaftrek. Daar maken starters gretig gebruik van. Maar zijn deze zekerheden wel zo zeker?

Om voor deze fiscale voordelen in aanmerking te komen stelt de Belastingdienst dat er een bron van inkomen moet zijn, in het bijzonder ‘winst uit onderneming’. Er is sprake van een bron van inkomen als wordt voldaan aan elk van de volgende drie criteria:
– Er dient sprake te zijn van deelname aan het economisch verkeer.
– Er dient voordeel te zijn beoogd.
– Dit voordeel dient redelijkerwijs te verwachten te zijn.

Adder onder het gras
Voor de eerste twee criteria moet ook een en ander worden aangetoond, al zijn die criteria in hun aard heel logisch. Elke starter wil ondernemen en daarmee voordeel behalen. Wie vanuit een dienstverband start, heeft te maken hebben met hypotheek of huur die hij wil kunnen betalen met het voordeel uit de onderneming. De adder onder het gras schuilt in het derde criterium. Iedere starter zal er vanuit gaan dat hij of zij met de nieuw gestarte onderneming voordeel zal realiseren. Maar niet alle starters blijken succesvol, ook al worden zij door instanties zoals het UWV in hun ondernemerschap gestimuleerd. Het huidige economisch klimaat geeft starters niet bepaald de wind in de zeilen.

Desastreus
Ook de fiscale gevolgen kunnen slecht uitpakken als je je startende onderneming niet tot een succes weet te brengen.
Ik schets de volgende casus. Een startende ondernemer is jaren in loondienst geweest in een commerciële functie bij een grote ICT onderneming. Dit bedrijf besloot tot een reorganisatie waarbij de werknemers gebruik konden maken van een vertrekregeling. De vertrekregeling vormde de financiële buffer voor de opstartperiode van het eigen bedrijf. Deze starter koos niet alleen voor een nieuw eigen bedrijf, maar ook voor een nieuw beroep, namelijk trainer/coach. De aanstaande ondernemer besloot zich uit veiligheidsoverwegingen aan te sluiten bij een franchise trainingsorganisatie met ruim 60 aangesloten trainers. Tot hier toe is er geen vuiltje aan de lucht. De eerste paar kwartalen werden gewijd aan voorbereiding, inrichting van de administratie, training in het vak van opleider, maar er werd nog geen omzet gerealiseerd. Zo werd het eerste fiscale jaar afgesloten. In het tweede fiscale jaar kwam het tot een beperkte omzet, maar lang niet genoeg om van te leven. De financiële buffer slonk snel. Toen na bijna 2 jaar ondernemerschap de bodem financieel in zicht kwam en er niet genoeg perspectief op succes bleek, nam de ondernemer een verstandig besluit. Hij besloot zijn onderneming te stoppen en op zoek te gaan naar een baan in loondienst. Een illusie en een droom armer, maar een ervaring rijker.

Belastingdienst corrigeert aangifte Inkomstenbelasting
De inmiddels voormalig ondernemer had in beide fiscale jaren gebruik gemaakt van de starters- en zelfstandigenaftrek, zoals hij daar recht op meende te hebben. Dat was echter buiten de Belastingdienst gerekend. Die legde correcties op de aangiftes inkomstenbelasting op. Bij de mondelinge toelichting op het verwerpen van zijn bezwaarschrift bij de Belastingdienst liet de adder onder het gras zich zien. De Belastingdienst gaf aan dat er nooit sprake geweest kon zijn van ‘redelijkerwijs te verwachten voordeel’. Immers de onderneming had maar weinig omzet gerealiseerd en was binnen twee jaar al weer gestaakt.

Achteraf is alles duidelijk
‘Dank je de koekoek’ lijkt hier een passende uitdrukking. De voormalig ondernemer beoogde natuurlijk voordeel en was er natuurlijk van overtuigd dat hij dit voordeel ook ging realiseren. Niet voor niets zette hij al zijn spaargeld in om van zijn onderneming een succes te maken. Ja, achteraf, na het likken van de wonden was het duidelijk dat de onderneming geen succes was geworden. Achteraf is dat makkelijk oordelen. Voor deze ondernemer had dit alles desastreuze gevolgen. Zo knakte zijn ego, zijn spaarpot raakte leeg, hij kwam zonder inkomen te zitten en last but not least kwam de Belastingdienst nog even langs. Over beide fiscale jaren heeft hij naar het oordeel van de Belastingdienst ten onrechte gebruik gemaakt van de genoemde aftrekken. Dit levert hem een netto nadeel van ruim 10.000 euro op. Te betalen uit een lege spaarpot. De nieuwe baan is nog niet gevonden, de verkregen uitkering alweer stopgezet en het financieel perspectief is zeer slecht.

Heldere intake nodig, rekening houden met de risico’s
Dit leidt voor mij tot de conclusie dat de Belastingdienst veel duidelijker en in een zeer vroegtijdig stadium aan de ondernemer zou moeten communiceren dat er twijfel bestaat over de levensvatbaarheid van een gestarte onderneming. Met een heldere en verplichte intake. Zo mogelijk moet de betreffende ondernemer op voorhand worden uitgesloten van de fiscale (starters)voordelen, om hem te beschermen tegen latere risico’s.
De ondernemer in spé zal zich er van moeten vergewissen dat zijn onderneming levensvatbaar is voordat hij de fiscale (starters)voordelen besteedt. Bij twijfel is het verstandig dit geld achter de hand te houden, want de rekening van de fiscus volgt onverbiddelijk.

Ed van Viegen

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek