loading
views

Vakantiekrachten

Vakantiekrachten
In de praktijk heeft iedereen het over vakantiekrachten, maar welke scholier of student is nou wel of niet een vakantiekracht? Per CAO gelden nogal verschillende definities. Hét kenmerk van alle vakantiekrachten is dat ze minder rechten hebben dan reguliere uitzendkrachten en daarom een lagere kostprijs hebben.

Binnen de flexbranche bestaan twee definities van vakantiekrachten: een in de CAO’s van ABU en NBBU en een afwijkende voor de payroll CAO’s van Prokx, Payned, Please, Connexie en Persoonality.

ABU en NBBU
Binnen de CAO’s van de ABU (art. 59) en de NBBU (art. 38) worden vakantiekrachten (vakantiewerkers) als volgt gedefinieerd: “Onder vakantiewerkers in de zin van deze CAO worden verstaan scholieren, studenten en andere studerenden (onder wie uitzendkrachten in een BBL-traject), die in aansluiting op het volgen van onderwijs gedurende de (zomer)vakantie van hun onderwijsinstelling tijdelijk werkzaamheden verrichten, en die niet aansluitend werkzaamheden blijven verrichten in dienst van de uitzendonderneming.” De voordelen die bij deze definitie horen, gelden voor de ABU CAO van 1 juni tot 1 september en voor de NBBU CAO in elke officiële schoolvakantie.

Payroll CAO’s
In de CAO van de 5 eerder genoemde payrollers, spreekt men niet van vakantiekrachten, maar van Studenten- en Scholierenregeling: “Onder studenten en scholieren worden in het kader van dit artikel verstaan alle studenten en scholieren die een dagopleiding volgen en die in de periode tussen 1 januari en 31 december van enig jaar werkzaamheden verrichten voor de werkgever. Werknemers jonger dan 18 jaar worden geacht, gezien de Leerplichtwet, scholier of student te zijn. Werknemers vanaf 18 jaar dienen de werkgever enig bewijs te kunnen overleggen waaruit volgt dat zij student of scholier zijn. De werkgever dient een kopie van dit bewijs gedurende de looptijd van de payrollovereenkomst te bewaren.”

Hoewel de definities dus niet zoveel verschillen, is er een cruciaal verschil in de praktijk: binnen de ABU CAO is er alleen tussen 1 juni en 1 september sprake van vakantiekrachten met de bijbehorende (lagere) kostprijs, binnen de NBBU CAO in elke officiële schoolvakantie en binnen de payroll CAO’s kunt u het hele jaar profiteren van deze lagere kostprijs.

Waarom hebben vakantiekrachten een lagere kostprijs?
Vakantiewerkers hebben een lagere kostprijs omdat de reserveringen lager zijn (percentages 2016):
– Minder vakantiedagreservering: 8,30% i.p.v. 10,39% (op jaarbasis 20 i.p.v. 24 dagen)
– Geen feestdagreservering (0% i.p.v. 2,60%)
– Geen reservering kort verzuim (0% i.p.v. 0,6%)

NBBU-leden hebben bovendien als voordeel dat er geen wachtdagcompensatie hoeft te worden gegeven aan vakantiekrachten. Iedereen die valt onder de ABU CAO heeft daar dus wel recht op. Kandidaten die de payroll CAO’s volgen hebben nooit wachtdagcompensatie, omdat binnen deze CAO geen sprake meer kan zijn van het uitzendbeding.

In welke periode mogen vakantiekrachten worden uitgezonden?
Volgens de ABU CAO tussen 1 juni en 1 september. Volgens de NBBU CAO in elke officiële schoolvakantie vakantiekrachten en in de payroll CAO’s mag het het hele jaar.

Vakantiegeld en minimumloon
Vakantiekrachten hebben net als alle andere werknemers minstens recht op het wettelijk minimum(jeugd)loon en vakantiegeld (8% van het brutoloon). Alleen als de vakantiekracht volgens de NBBU-CAO wordt verloond, mag het vakantiegeld direct met het loon worden uitbetaald. Volgens de ABU-CAO is dit niet toegestaan. Uiterlijk 6 weken na het beëindigen van de werkzaamheden moet dit volgens de ABU-CAO alsnog gebeuren.

Studenten- en Scholierenregeling
Om kandidaten netto meer over te laten houden van hun salaris, kunnen zij gebruik maken van de Studenten- en Scholierenregeling. In dat geval mag voor deze kandidaten de kwartaaltabel worden toegepast, wat in de praktijk betekent dat ze netto ongeveer overhouden wat ze bruto verdienen. Er moet dan wel een aparte loonbelastingverklaring worden ondertekend.

Studiefinanciering
Als een vakantiekracht een mbo opleiding volgt en in aanmerking komt voor studiefinanciering, mag hij in 2016 naast zijn studiefinanciering maximaal € 13.989,13 bijverdienen. Als hij meer verdient moet hij zijn studiefinanciering en reisproduct stopzetten. Hiervoor moet de vakantiekracht zelf actie ondernemen.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek