loading
views

Werkgever komt geen beroep toe op eenzijdig wijzigingsbeding

Werkgever komt geen beroep toe op eenzijdig wijzigingsbeding

Op 26 september 2012 heeft de kantonrechter te Breda zich uitgelaten over de vraag of werkgever een beroep op het eenzijdig wijzigingbeding in de arbeidsovereenkomst toekwam om de arbeidsduur van werkneemster terug te brengen van 26 uur naar 20 uur per week.

Feiten
Op 11 maart 2008 is werkneemster in dienst getreden bij werkgever in de functie van commercieel medewerkster binnendienst voor 32 uur per week.
In artikel 17.2 van de arbeidsovereenkomst is het volgende bepaald: “De werkgever is gerechtigd één of meer uit deze arbeidsovereenkomst voortvloeiende arbeidsvoorwaarde(n) te wijzigen in de gevallen als vermeld in artikel 7:613 BW (dat wil zeggen: indien de werkgever bij deze wijziging een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemer dat door de wijziging zou worden geschaad daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken).”
Op 31 maart 2009 is overeengekomen dat werkneemster per 1 april 2009 werkzaam zal zijn voor 26 uur per week.

Werkgever heeft op 13 december 2011 werkneemster schriftelijk te kennen gegeven dat het mogelijk is om met terugwerkende kracht, vanaf 1 december 2011, terug te gaan naar 20 uur per week onder aanpassing van het salaris. Werkneemster is op 28 december 2011 arbeidsongeschikt geworden. Bij brief van 30 december 2011 heeft werkneemster werkgever bericht dat zij niet akkoord gaat met het voorstel om de arbeidsduur terug te brengen naar 20 uur per week. Werkgever is echter met ingang van 1 januari 2012 bij haar loonuitbetaling aan werkneemster uitgegaan van 20 uur per week.

Vordering werkneemster
Werkneemster heeft gevorderd voor recht te verklaren dat de eenzijdige vermindering van het aantal uren van 26 naar 20 uur per week door werkgever in strijd is met de uitgangspunten van goed werkgeverschap, althans in strijd met de redelijkheid en dat partijen een arbeidsovereenkomst van 26 uur per week zijn overeengekomen. Volgens werkneemster heeft werkgever zonder rechtsgrond, althans zonder zwaarwichtig belang eenzijdig de arbeidsduur teruggebracht van 26 uur naar 20 uur per week. Voorts zou het eenzijdig wijzigingsbeding in strijd met het gesloten stelsel van het ontslagrecht zijn.

Verweer werkgever
Werkgever heeft onder meer aangevoerd dat zij de arbeidsduur heeft teruggebracht naar 20 uur per week omdat er sprake is van disfunctioneren en omdat werkneemster sinds geruime tijd feitelijk geen 26 uur per week voor werkgever heeft gewerkt.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter overwoog als volgt. Voor eenzijdige wijziging van een arbeidsvoorwaarde, zoals de arbeidsduur, is een zwaarwichtig belang van de werkgever vereist. Zelfs indien er sprake zou zijn van disfunctioneren en werkneemster de overeengekomen 26 uren per week niet zou werken is dit niet te beschouwen als een zwaarwichtig belang c.q. rechtvaardigt dit nog geen beroep op het wijzigingsbeding. Als een werknemer daadwerkelijk disfunctioneert of de afgesproken uren niet werkt, dient dat op een andere wijze (inzetten functioneringstraject en bij onvoldoende verbetering beëindiging van de arbeidsovereenkomst bewerkstelligen) te worden opgelost dan via een eenzijdige verlaging van de arbeidsduur. Volgens de kantonrechter valt verder niet in te zien waarom werkneemster bij een werkweek van 20 uur wel zou functioneren.

Daarnaast is het beroep op het eenzijdig wijzigingsbeding in dit geval in strijd met de regels betreffende beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Toepassing van het wijzigingsbeding op de arbeidsduur komt immers feitelijk neer op een gedeeltelijk ontslag. Dit is redelijkerwijs niet te verenigen met de in Nederland aan de werknemer toekomende ontslagbescherming die een werkgever verplicht om bij een voorgenomen (gedeeltelijk) ontslag van een werknemer voorafgaande toestemming te vragen aan het UWV Werkbedrijf of via een ontbindingsprocedure de kantonrechter om (gedeeltelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst te verzoeken.

De kantonrechter concludeerde dan ook dat werkgever ten onrechte de arbeidsduur heeft gewijzigd in 20 uur per week. De vorderingen van werkneemster zijn daarmee toewijsbaar.

Bron: Kantonrechter Breda, 26 september 2012, LJN: BX9849

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek