loading
views

Eenzijdige wijziging arbeidsovereenkomst

Eenzijdige wijziging van arbeidsovereenkomst met hasstarrige werkneemster
Werkneemster weigert iedere medewerking aan een wijziging van de arbeidsovereenkomst en neemt zelf geen initiatieven om tot een oplossing te komen. Dit leidt tot een verstoorde arbeidsverhouding, zodat de kantonrechter op verzoek van werkgever de arbeidsovereenkomst ontbindt zonder toekenning van een vergoeding. Werkgever vraagt de kantonrechter echter om werkneemster nog een allerlaatste kans te geven.

Feiten
Werkgever exploiteert verzorgings- en verpleeghuizen. In 1992 is werkneemster (54 jaar oud) bij werkgever in dienst getreden. Werkneemster heeft thans de functie van eerst verantwoordelijke verzorgende in een verpleeghuis.

Werkgever heeft werkneemster in mei 2009 verzocht om avonddiensten ‘te gaan draaien’, zoals ook de andere werknemers doen. Werkneemster heeft zich daartegen verzet. Werkgever heeft vervolgens aan werkneemster voorgesteld om bij wijze van proef eerst gedurende een korte periode avonddiensten te gaan draaien. Ook hiertegen heeft werkneemster zich verzet.

In 2010 heeft werkgever nog enkele voorstellen aan werkneemster gedaan teneinde haar te bewegen tot het werken in avonddiensten. Ook deze voorstellen heeft werkneemster van de hand gewezen.

Begin 2012 heeft er een reorganisatie plaatsgevonden bij werkgever. In dat kader heeft werkgever opnieuw pogingen ondernomen om werkneemster te laten werken in avonddiensten. Ook deze pogingen zijn tevergeefs geweest. In mei 2012 heeft werkgever aangeboden om via mediation tot een oplossing te komen. Dit aanbod heeft werkneemster ook geweigerd.

Verzoek werkgever
Werkgever heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met werkneemster te ontbinden, omdat werkneemster niet instemt met het werken in avonddiensten. Bij het verzoek heeft werkgever nog wel benadrukt dat zij werkneemster ‘graag voor haar organisatie zou willen behouden, maar dat dit niet mogelijk is als werkneemster het werken in avonddiensten weigert.’

Verweer werkneemster
Werkneemster stelt dat van haar niet verlangd kan worden dat zij avonddiensten gaat draaien, omdat in haar arbeidsovereenkomst is bepaald dat zij alleen dient te werken in dagdiensten. Verder vreest werkneemster dat het werken in avonddiensten zal leiden tot (gezondheids)problemen.

Oordeel kantonrechter
Vaststaat dat werkneemster uit hoofde van de arbeidsovereenkomst alleen dagdiensten hoeft te draaien en dat geen eenzijdig wijzigingsbeding is opgenomen in de arbeidsovereenkomst. De door werkgever voorgestelde wijziging, om werkneemster ook in avonddiensten te laten werken, moet dan ook worden beoordeeld aan de hand van de beginselen van goed werkgever- en werknemerschap, aldus de kantonrechter.

Deze beginselen brengen, wat de werkneemster betreft, mee ‘dat zij op redelijke voorstellen van werkgever, verband houdende met gewijzigde omstandigheden op het werk, in het algemeen positief behoort in te gaan en dergelijke voorstellen alleen mag afwijzen wanneer aanvaarding ervan redelijkerwijs niet van haar kan worden gevergd. Zulks wordt niet anders indien die omstandigheden in de risicosfeer van werkgever liggen.’

De kantonrechter is van oordeel dat het belang van werkgever bij de eenzijdige wijziging van de arbeidsrelatie uitvoerig is gemotiveerd, voldoende is onderbouwd en ook voldoende zwaarwegend is. Voorts is de kantonrechter van oordeel dat het belang van werkneemster onvoldoende uit de verf is gekomen. Zo heeft werkneemster op geen enkele manier onderbouwd waarom zij niet kon instemmen met het draaien van avonddiensten. De enkele, niet onderbouwde, stelling dat zij moeilijk in slaap komt als zij in de avonden moet werken is daarvoor onvoldoende. Van haar had verwacht mogen worden dat zij op zijn minst enige tijd bij wijze van proef zou proberen de avonddiensten te vervullen zoals ook door werkgever was voorgesteld. Dat heeft zij echter geweigerd. Ook heeft zij op geen enkele andere wijze getracht tot een werkbare oplossing te komen; zij heeft steeds onverkort vastgehouden aan haar verworven rechten. Kort en goed komt het erop neer dat het belang van werkneemster, dat onvoldoende is geconcretiseerd, niet opweegt tegen het belang van werkgever. Dat betekent dat van werkneemster verwacht had mogen worden dat zij positief zou ingaan op het voorstel van werkgever.

De kantonrechter komt vervolgens tot de conclusie dat door de halsstarrige houding van werkneemster de arbeidsverhouding verstoord is geraakt. De kantonrechter zal daarom de arbeidsovereenkomst ontbinden zonder toekenning van een vergoeding.

Deze ontbinding is echter (nog) niet definitief. Werkgever heeft namelijk ter zitting de kantonrechter verzocht haar de mogelijkheid te geven het ontbindingsverzoek alsnog in te trekken. Daarmee wil werkgever werkneemster de kans geven kenbaar te maken dat zij bij werkgever wil blijven werken en dat zij aanvaardt dat zij ook avonddiensten moet draaien. In dat geval wil werkgever werkneemster graag in dienst houden en met haar zoeken naar de mogelijkheden om haar in te zetten. De kantonrechter heeft aan dit verzoek gehoor geven. De kantonrechter heeft daarbij wel opgemerkt dat dit voor werkneemster echt de laatste kans is haar baan te behouden.

Bron: Rechtbank Arnhem, sector kanton – locatie Nijmegen 11 september 2012, LJN BX7835

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek