loading
views
0 reacties
Gerald van Workum

De strijd tegen malafiditeit als ambitie en uitdaging

Gerald van Workum is als associate sinds februari 2012 betrokken bij Professionals in Flex en vanuit die rol deelnemer in het Team International. Het team adviseert buitenlandse opdrachtgevers en verzorgt begeleidingstrajecten bij vraagstukken in relatie tot de Nederlandse flex- en arbeidsmarkt, maar adviseert/informeert ook over de flexmarkt en oprichting van flexbranche-ondernemingen elders binnen de Europese Unie (of op de wereld). Gerald heeft expertise op vele werkterreinen gekoppeld aan de NEN 4400-1 (in Nederland gevestigde ondernemingen) of NEN 4400-2 (in het buitenland gevestigde ondernemingen die zich richten op de Nederlandse arbeidsmarkt). X

De strijd tegen malafiditeit als ambitie en uitdaging
Sinds juli 2012 geldt er een wettelijke registratieplicht voor ondernemingen die bedrijfsmatig arbeidskrachten ter beschikking stellen (uitzenden, detacheren, payrollen). Naast de wettelijke registratieplicht is er na jaren ook een akkoord bereikt tussen politiek, ministeries, werkgevers- en werknemersorganisaties en stichtingen zoals SNA en SNCU om te komen tot disculpatie (vrijwaring) van de inlenersaansprakelijkheid van opdrachtgevers die werken met NEN 4400-1 (/-2) gecertificeerde en SNA-geregistreerde uitzendondernemingen. Wat zeggen deze ontwikkelingen over de branche? Wat betekenen de registratieplicht en disculpatie in de praktijk?

Registratieplicht en vrijwaring
De wettelijke registratieplicht is erop gericht om malafide uitzendondernemingen tegen te gaan en beoogt de transparantie van de uitzendbranche te verhogen. De codes die voor de uitzendbranche gehanteerd worden (o.a. 78201 (uitzendbureaus), 78202 (uitleenbedrijven) en 7830 (payrolling – personeelsbeheer) zullen op korte termijn gemeengoed zijn. De uitvoering van de registratie ligt bij de Kamer van Koophandel (KvK) en is door opname van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI-code) openbaar. De uitvoering van de verplichting ligt bij de KvK (registratie) en inspectie SZW (handhaving).
Daarnaast is er tussen de voornoemde partijen ook een akkoord bereikt om tot disculpatie (vrijwaring) van de inlenersaansprakelijkheid van opdrachtgevers die werken met NEN 4400-1 (/-2) gecertificeerde en SNA-geregistreerde uitzendondernemingen te komen. Door de vrijwaring kan een inlener van uitzendkrachten niet meer aansprakelijk worden gesteld voor betaling van achterstallige loonheffingen en omzetbelasting (OB), wanneer aan specifieke voorwaarden wordt voldaan.

Zelfregulering
Inleners, met name in sectoren waarin lager- of ongeschoold personeel actief is, spelen een belangrijke rol bij het in stand houden van malafide uitzendbureaus. Het economisch voordeel lijkt aantrekkelijker dan het nemen van (gezamenlijke) verantwoordelijkheid ter voorkoming van illegale of oneigenlijke praktijken. Het is dan ook jarenlang een doorn in het oog geweest dat eenzijdig werd gekeken naar de uitzendbranche en dat er weinig overheidsinitiatief was om de opdrachtgever, als feitelijke werkgever, te laten kiezen voor onder andere eerbiediging van rechten van ingeleend personeel. Het is daarom ook logisch dat de druk op de opdrachtgever wordt vergroot.

De aanpak via registratieplicht en stimulering van samenwerking met SNA-geregistreerde ondernemingen past binnen het beleid om de naar schatting 6000 malafide en concurrentievervalsende (buitenlandse) uitzendbureaus uit het schemergebied te halen. De verkregen vrijwaring en de versterking van de positie van geregistreerde ondernemingen getuigt van vertrouwen in de zelfregulering. Zo hebben de SNA en SNCU een actieve rol gekregen in de uitwisseling van informatie met de overheid om een sterker onderscheid tussen bonafide en malafide ondernemingen te maken. Hierdoor kunnen deze partijen namens de uitzendbranche (wederom) de ingezette weg op de beleidsagenda tot aanpak van malafiditeit uitbreiden. De inspanningen van de branche moeten leiden tot het vrijmaken van capaciteit bij de overheid voor opsporing van echte “boeven”. De Inspectiedienst SZW heeft de eerste onderzoeken al opgestart.

Ambitieuze uitdaging
Inmiddels is de ‘Waadi-check’ ingericht bij de KvK waarmee opdrachtgevers en in- en doorleners een eerste inzicht kunnen krijgen of een uitlener als zodanig in haar dossiers geregistreerd staat. Ook is er inmiddels een toestroom van ondernemingen die zich, bewust of uit angst voor boetes, laten registreren. Met name de groep die handelt uit angst toont aan dat er toch de nodige onduidelijkheid is over definities en reikwijdte. Zowel door Nederlandse als buitenlandse ondernemingen word ik benaderd over de reikwijdte van hun activiteiten in relatie tot de wettelijke plicht. Geldt de plicht ook voor reiniging in de chemische sector op basis van aanneming van werk, maar waar, vanwege het specifieke veiligheidsrisico, onder leiding en toezicht van een projectleider van de opdrachtgever wordt gewerkt? Kan er sprake zijn van een registratieplicht voor de bemiddelingsorganisatie van ZZP-ers die namens hen, op basis van gesloten overeenkomsten met bemiddelaar en opdrachtgever, de facturatie verzorgd? Geldt de plicht als ik als (buitenlands) bouwbedrijf uitzendkrachten inhuur voor een project op basis van aanneming van werk bij een opdrachtgever?

Ook in relatie tot de vrijwaring liggen er nog de nodige uitdagingen voor SNA-geregistreerde ondernemingen om opdrachtgevers te ‘verleiden’ naar lagere stortingen op de G-rekening. Door de SNA-registratie is er een lager risico voor onjuiste afdrachten waardoor de noodzaak voor het bovenmatig inbouwen van zekerheden (hoge storting op de G-rekening) wordt weggenomen. Verder zal de ketentransparantie vergroot moeten worden ter voorkoming dat, bij het ontbreken van elementen of het werken met een niet meer geregistreerd uitzendbureau, de opdrachtgever en in- en doorlenende uitzendonderneming achteraf met naheffingen en boetes geconfronteerd worden (maximaal € 36.000,00 per overtreding).

Naar mijn mening moet er vooral gekeken worden naar het reguleren van uitbesteding van werk. Voorspelbaar is dat dubieuze inleners een samenwerking met malafide (buitenlandse) ondernemingen blijven prevaleren en daarom een toevlucht zoeken naar nieuwe vormen waaronder uitbesteding van werk. Kortom, er zijn stappen gezet, maar we zijn er nog niet. Bovendien bouwt de overheid evaluatiemomenten in en ziet een vergunningenstelsel voor uitzendondernemingen nog steeds als een optie om malafiditeit te bestrijden. Van iedere werkgever (opdrachtgever en uitzendonderneming) en andere partij in het werkveld moet op dit punt dus een zelfkritische houding worden verwacht. Dat blijft een uitdagende ambitie!

Gerald van Workum, Associate van Professionals in Flex

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek