loading
views
0 reacties
Rein Leyenhorst

Flexicurity en het model van de transitionele arbeidsmarkt

Ir. Rein Leyenhorst heeft zich gespecialiseerd in Flexicurity. Hij is bedrijfskundige, voormalig hogeschooldocent en onderwijsontwikkelaar bij verschillende hogescholen. Vanuit het lectoraat Flexicurity van de Hanzehogeschool Groningen heeft hij onderzoek gedaan naar uitzendbureaus als co-maker voor onderwijsinstellingen in het kader van Leven Lang Leren. Het onderzoek vormt de basis voor een aantal columns over opleiden binnen de flexbranche. Rein is voorzitter van de themagroep Arbeidsmarkt van het Landelijk Netwerk Associate Degree, waarin mbo- en hbo-instellingen samen met sociale partners en overheid op uitvoeringsniveau samenwerken aan de verdere ontwikkeling van deze nieuwe graad bij de hogere beroepsopleidingen in Nederland en Europa. X

Een arbeidsmarktideaal

Flexicurity en het model van de transitionele arbeidsmarkt

Het TAM-model
Eind vorige eeuw werd door Günther Schmid van het Wissenschaftszentrum in Berlijn een model van de arbeidsmarkt ontwikkeld, dat sindsdien door veel onderzoekers en beleidsmakers is gehanteerd. Het wordt het model van de transitionele arbeidsmarkt genoemd, of kortweg het TAM-model.

Kerngedachte achter dit TAM-model is de, misschien idealistische, veronderstelling dat voor iedereen werkgelegenheid gecreëerd kan worden. Die werkgelegenheid heeft dan de vorm van een gemiddeld aantal uren werk over de totale arbeidslevensloop van een mens. Daarvoor moeten mensen regelmatig tijdens hun arbeidzame leven een positieverandering (transitie) maken. Zulke regelmatige transities vergroten de flexibiliteit en mobiliteit van individuen op de arbeidsmarkt. En dat bevordert weer het concurrentievermogen van ondernemingen en economische groei.
Een waar arbeidsmarktideaal!

Een beeld zegt meer dan duizend woorden…
In onderstaande figuur vindt u het TAM-model weergegeven, zoals professor Ton Wilthagen dat in 2003 schetste bij zijn aantreden bij de Universiteit van Tilburg als hoogleraar ‘institutionele en juridische aspecten van de arbeidsmarkt’.

TAM model transitionele arbeidsmarkt, door prof. dr. Ton Wilthagen

Men kan een positie innemen in één van de vijf zogenaamde ‘domeinen’ of in een combinatie van domeinen. Een transitie houdt een verschuiving in van positie.

Flexicurity: combinatie van flexibiliteit en zekerheid
Om regelmatig transities te kunnen maken en dus flexibel en mobiel te blijven, moeten mensen wel hun transitiecapaciteiten op peil houden, onder andere door scholing. Aan de andere kant moeten er ook transitiefaciliteiten worden ontwikkeld om het maken van transities aan te moedigen en te ondersteunen. Bijvoorbeeld door nieuwe vormen van werkzekerheid en sociale zekerheid.
Flexicurity is het begrip dat beide genoemde aspecten, flexibility en security, verenigt.

Voorbeelden gebruik TAM-model
In het onderzoek naar samenwerkingsmogelijkheden tussen onderwijsinstellingen en flexbranche heb ik het TAM-model gebruikt voor een systematische inventarisatie. Wat doen uitzendbureaus, scholen en andere instanties om verschillende goede overgangen op de arbeidsmarkt te faciliteren?
Ik noem heel in het kort enkele voorbeelden. In komende columns zal ik uitgebreider op een aantal voorbeelden ingaan.

Transitie I: Van betaalde arbeid naar betaalde arbeid
Het betreft hier overgangen op de arbeidsmarkt van werk naar werk zoals positieverbetering van werkenden, baan-baanmobiliteit, overgang van werknemer in loondienst naar zelfstandige of omgekeerd, van uitzendbaan naar vaste aanstelling of omgekeerd, van meer naar minder uren werk of andersom.
De rol van uitzendbureaus bij deze transitie is duidelijk. Via uitzendwerk zijn veel mensen aan werk gekomen en vaak leidt uitzendwerk tot het verwerven van een vaste aanstelling. Steeds meer houden uitzendorganisaties zich ook bezig met advisering van klanten over de personeelsvoorziening op langere termijn.


Casus Procesoperators
In verband met een investeringsbeslissing wilde een klant van een uitzendbureau weten of in de komende jaren voorzien kon worden in voldoende gekwalificeerde procesoperators. Het bureau selecteerde 200 uitzendkrachten en liet hen testen. Uitkomst: voldoende te kwalificeren medewerkers te vinden, de klant investeerde in Nederland waardoor werkgelegenheid in de betreffende regio gewaarborgd werd.


Transitie II: Van werkloosheid naar betaalde arbeid of vice versa
Mensen in het domein ‘werkloosheid’ zijn bijvoorbeeld als gevolg van ziekte, arbeidsongeschiktheid of ontslag in economisch slechte tijden voor korte of langere tijd werkloos. Ze hebben recht op een uitkering. Wel vinden veel deskundigen dat het Nederlandse systeem van sociale zekerheid te veel als vangnet functioneert en te weinig als trampoline, terug richting arbeidsmarkt. Vormen van re-integratie en scholing kunnen de aansluiting naar werk helpen verbeteren.
De rol van de flexbranche bij transities van werkloosheid naar werk is belangrijk, blijkt voortdurend in allerlei metingen. Sommige uitzendbureaus richten zich specifiek op het bemiddelen naar werk van deze doelgroep.


Casus Servicepunt Flex
Eind 2010 is het Servicepunt Flex geopend, een vorm van samenwerking tussen UWV Werkbedrijf enerzijds en ABU, NBBU en STOOF anderzijds. Vanuit een gezamenlijk expertisecentrum worden zowel medewerkers uit de flexbranche als van UWV Werkbedrijf ondersteund door specialisten.


Transitie III: Van scholing naar betaalde arbeid of vice versa
Binnen het domein ‘scholing’ ging het vroeger vooral om zogenaamd initieel onderwijs, maar in toenemende mate is ook sprake van om-, her- of bijscholing. Herhaalde deelname aan onderwijs en scholing vergemakkelijkt het maken van transities op de arbeidsmarkt.
De flexbranche werkt al jaren samen met het voorbereidend en middelbaar beroepsonderwijs en schoolt jaarlijks vele duizenden flexkrachten in leer-/werktrajecten in samenwerking met ROC’s. Het O&O-fonds van de branche (STOOF) adviseert uitzendorganisaties bij opleidings- en ontwikkelingsvragen, verstrekt subsidies of bemiddelt bij het verkrijgen van subsidies.


Casus Laurens Simonse Groep
De Laurens Simonse Groep richt zich op detachering, werving & selectie en traineeships voor hoogopgeleide (young) professionals.
Dochterondernemingen als BijBanen.nl en StudentenBureau leggen al in een vroeg stadium via sociale media contact met studenten, stagecoördinatoren en studieverenigingen van alle hogescholen en universiteiten in Nederland. Zo vormt men zich een beeld van ingeschreven studenten en hun ontwikkeling in onderwijs en beroep. De informatie wordt opgeslagen in een gedeeld relatiebeheersysteem.
Na afronding van hun studie kunnen de geselecteerde young professionals vervolgens bemiddeld worden op één van de vakgebieden waarin het bedrijf actief is: ICT, Techniek, Logistiek, Sales, Marketing, HRM en Finance.


Transitie IV: Van zorg/huishoudens naar betaalde arbeid of vice versa
Bij het domein ‘zorg/huishoudens’ neemt men ook niet deel aan betaalde arbeid, maar is er geen sprake van een uitkeringssituatie. Het gaat hier bijvoorbeeld om zorgtaken voor kinderen, partner of ouders of om mensen die hun tijd besteden aan vrijwilligerswerk. Allerlei maatregelen hebben als doel de combinatie van arbeid en zorg te faciliteren.
Deze groep ‘nuggers’ (een afkorting voor niet-uitkeringsgerechtigde) vormt met ongeveer 1,3 miljoen mensen 12% van de potentiële beroepsbevolking. Gelet op de verwachte krapte op de arbeidsmarkt hebben diverse partijen grote interesse in deze groep: overheid, uitzendorganisaties, scholings- en onderzoeksinstituten.


Deeltijdstudenten
Een deel van de deeltijdstudenten in het beroepsonderwijs was voor aanvang van de studie nugger. Vaak gaat het om herintredende vrouwen, die opnieuw aan het werk gaan als hun zorg- en opvoedtaken verminderen. Veel van hen zoeken een deeltijd- of uitzendbaan en starten vervolgens een deeltijdstudie om hun positie op de arbeidsmarkt verder uit te bouwen en te verstevigen.


Transitie V: Van uittreding naar betaalde arbeid of vice versa
In het domein ‘uittreding’ vinden we degenen die, al dan niet vervroegd, met pensioen zijn gegaan of gebruik maken van een levensloopregeling. Op allerlei manieren wordt geprobeerd de arbeidsparticipatie van ouderen te vergroten. Uit onderzoek blijkt dat zulke duurzame arbeidsparticipatie van oudere werknemers wordt bevorderd als bij deze categorie tijdig verandering van werk (transitie I) gestimuleerd wordt.
Het aantal ouderen, dat via uitzendbureaus aan het werk gaat, neemt toe. De uitzendbranche richt zich ook meer op de inzet van 65-plussers en het veranderen van de beeldvorming ten aanzien van oudere werknemers bij werkgevers. De uitzendformule en regelingen in de CAO voor uitzendkrachten maken het voor werkgevers aantrekkelijk om oudere werknemers aan te nemen.


Casus KPN
Het voorbeeld betreft een callcenter van KPN met een redelijk hoog niveau van dienstverlening maar met een hoog verloop onder de vooral jongere medewerkers. Vanuit een pool zijn door het betreffende uitzendbureau vijftigplussers geïntroduceerd en dat heeft meerdere gunstige effecten gehad. Het verloop onder het personeel is gedaald, ook onder de jongeren. En ook op andere terreinen, zoals werkhouding en onderlinge bejegening, heeft de inzet van oudere medewerkers positieve invloed gehad.


Wordt vervolgd – wie volgt?
Het hier gepresenteerde TAM-model biedt volop mogelijkheden om de eigen dienstverlening van uitzendbureaus en andere flexbedrijven op te projecteren. En vaak zullen ook aan die dienstverlening opleidings- en ontwikkelingsaspecten gekoppeld zijn.
In volgende columns zullen bovenstaande en andere voorbeelden van flexwerk in combinatie met opleidings- en ontwikkelingsvragen aandacht krijgen. Om de toenmalig voorzitter van STOOF, Marcel Nuyten, te citeren bij het verschijnen van de eerste opleidingsmonitor in 2010:

Marcel Nuijten: “Uitzendbureaus zijn goed in het bemiddelen van personeel en vervullen op die manier een belangrijke rol als opstap op de arbeidsmarkt. Zij moeten net zo goed worden in opleiden. Een opleiding verbetert iemands kansen op de arbeidsmarkt. Bemiddelen en opleiden horen bij elkaar.”

Wie bij het lezen en doordenken van de voorbeelden in dit TAM-model denkt: “Wij zijn ook succesvol bezig op dat terrein” wordt van harte uitgenodigd daar melding van te maken. Ik ben er zeker van dat we volop van elkaar kunnen leren en dat er veel meer mooie initiatieven zijn op het gebied van flexibiliteit en mobiliteit dan waar wij weet van hebben!

Rein Leyenhorst

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek