loading
views

Ontslag op staande voet vanwege seksuele relatie met patiënte

31 januari 2012

Ontslag op staande voet vanwege het onderhouden van een seksuele relatie met patiënte

Werknemer was sinds 1987 in dienst als ambulant verpleegkundige bij GGZ en derhalve verantwoordelijk voor de psychiatrische thuiszorg van cliënten. In mei 2011 had werkgever vernomen dat werknemer al negen jaar een affectieve en seksuele relatie met een patiënte onderhield. Werknemer werd hiermee door werkgever geconfronteerd en ontkende in eerste instantie dat er sprake was van een seksuele relatie. In verband met verder onderzoek werd werknemer dezelfde dag nog geschorst. In een tweede gesprek werd werknemer geconfronteerd met diverse (seksueel) getinte sms-berichten van hem aan de patiënte. Werknemer erkende daarop dat er sprake was van een seksuele relatie en werd op staande voet ontslagen. Nadat werknemer de vernietigbaarheid van het ontslag op staande voet had ingeroepen, verzocht werkgever de rechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden voor zover deze nog steeds zou bestaan.

Werknemer gaf in de procedure aan dat hij de relatie met de patiënte niet vrijwillig was aangegaan. Hij zou door de patiënte zijn gechanteerd en tot seksuele handelingen zijn gedwongen. Er zou aldus een rechtvaardigingsgrond voor het grensoverschrijdende contact aanwezig zijn. Een beëindigingsvergoeding zou hierdoor in de rede liggen.

De kantonrechter overwoog dat de door werkgever aangedragen feiten als voldoende vaststaand konden worden aangemerkt. Op grond van de aanwezige beroepscode is het aangaan van een seksuele relatie met een patiënt verboden. Werknemer had zich niet aan de beroepscode gehouden nu hij negen jaar lang een seksuele relatie met een patiënt had, die aan zijn hulp en zorg was toevertrouwd. Het werd de werknemer zwaar aangerekend. Dit is temeer zo nu het om een patiënte ging die een kwetsbaar verleden met mannen had en psychische problemen had waarvoor zij begeleiding ontving. Werknemer had daarbij niet voldoende aannemelijk gemaakt dat hij gechanteerd en tot seksuele handelingen gedwongen zou zijn. De kantonrechter merkte hierbij op dat de werknemer geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om zijn collega’s en/of zijn leidinggevende hierover te raadplegen. De kantonrechter woog verder mee dat hij de seksuele relatie in eerste instantie had ontkend. Het feit dat werknemer meer dan twintig jaar naar tevredenheid in de gezondheidszorg werkzaam was geweest, kon hem niet baten. De kantonrechter oordeelde dat gelet op de ernst van de overschrijding van de beroepsnormen en van de verwijtbaarheid ervan er sprake was van dringende reden. Het voorwaardelijke ontbindingsverzoek werd toegewezen waarbij geen ontbindingsvergoeding werd toegekend.

Bron: www.rechtspraak.nl, LJN: BU8943, 21 december 2011

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek