loading
views

Moet werknemer verlofdagen bijhouden?

18 januari 2012

Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, vordert de werknemer een vergoeding van 25.000 euro voor 137 achterstallige vakantiedagen.

De rechtbank wees de vordering toe omdat de werkgever de verlofdagen niet goed had bijgehouden. Maar in hoger beroep oordeelde het Hof anders.

Feiten
De heer A (A) en mevrouw B (B) zijn getrouwd geweest. B heeft een zoon (werknemer) die werkzaam was in het bedrijf van A (werkgever). In verband met de echtscheiding van A en B zijn er diverse afspraken gemaakt, waaronder ook enkele afspraken over de zakelijke banden. Deze afspraken hebben partijen op 31 januari 2011 in een vaststellingsovereenkomst neergelegd.

Finale kwijting
Onderdeel van de afspraken was dat werknemer uit dienst treedt bij werkgever en dat partijen elkaar finale kwijting verlenen. Hierbij is opgenomen dat werknemer geen aanspraak maakt op een afvloeiingsregeling dan wel schadevergoeding als gevolg van beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden.

Procedure bij de rechtbank
Op 9 juni 2011 is bij de rechtbank een kort geding procedure gestart tussen de heer A en werkgever tegen B en werknemer. Naast diverse vorderingen van A en werkgever heeft werknemer (als tegenvordering) gevorderd werkgever te veroordelen tot betaling van een bedrag van ruim € 25.000, zijnde een vergoeding van 137 vakantiedagen die nog openstaan.

Deugdelijke registratie ontbreekt
De rechtbank kan zich vinden in de motivatie van werknemer en heeft deze vordering toegewezen. Als motivering voor deze toewijzing geeft de rechtbank aan dat het de taak is van werkgever om een deugdelijke loonadministratie te voeren van de werk- en verlofdagen van haar werknemers. Nu een deugdelijke registratie van werk- en verlofdagen van werknemer ontbreekt, wordt voorlopig uitgegaan van de juistheid van de stelling van werknemer. Werknemer heeft namelijk gesteld dat hij geen dagen heeft opgenomen en de werkgever kan dit niet gemotiveerd weerleggen.

Procedure bij het Hof
Werkgever gaat in hoger beroep. Werkgever betwist de stelling van werknemer en stelt dat werknemer zijn vakantiedagen wel heeft opgenomen, zodat hem geen vergoeding toekomt. Ook stelt werkgever dat er wel een registratie van vakantiedagen aanwezig is en verwijst naar de door haar bij de rechtbank ingebrachte stukken. Werknemer betwist het overzicht. Het zou gaan om zakelijk reizen naar het buitenland en hieruit volgt niet dat werknemer daadwerkelijk vakantie heeft gehad.

Oordeel van het Hof
Het hof oordeelt dat ten aanzien van bewijs van een tegoed aan vakantiedagen de bewijslast ligt bij werknemer, maar bij betwisting van het door werknemer gestelde tegoed werkgever in beginsel zijn betwisting mede zal moeten motiveren aan de hand van uit de administratie blijkende gegevens.
Het hof is van oordeel dat werkgever met het overleggen van de registratie van vakantiedagen het standpunt van werknemer voldoende heeft betwist. Uit de registratie volgt, anders dan dat werknemer heeft gesteld, dat werknemer wel degelijk vakantiedagen heeft opgenomen.

Vordering vakantiedagen afgewezen
Werknemer heeft nagelaten om concreet aan te geven welke gegevens uit de administratie onjuist zouden zijn. Het hof vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van werkgever toe. Werkgever hoeft de door werknemer geclaimde vakantiedagen niet aan werknemer te voldoen.

Bron: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 27 december 2011, www.rechtspraak.nl, LJN-nr: BV0760

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek