loading
views

Rumoer bij de VPO – interview met Jeu Claes

4 januari 2012

Rumoer bij de VPO – interview met Jeu Claes

Een kwart van de leden van de VPO heeft het lidmaatschap opgezegd.
Enkele van de vertrokken leden hebben individueel payroll-cao’s afgesloten.
Het FD publiceerde er deze week een artikel over onder de titel “Branchevereniging worstelt met uittocht van payrollbedrijven”. Daarbij werden ook vertrokken leden geïnterviewd.
Tijd voor het commentaar van voorzitter Jeu Claes.

Jeu Claes, voorzitter VPO

Hoe verklaart u de leegloop uit de VPO?
En wat is uw reactie op het artikel in het FD?

“Tja, om te beginnen vind ik de verwoording in het FD nogal tendentieus. De quotes van de geïnterviewden zijn niet genuanceerd weergegeven, zo weet ik uit mijn contacten met betrokkenen. Wij ‘worstelen’ niet met het vertrek van deze leden uit onze branchevereniging. Wij hadden dit voorzien.
De VPO maakt een kwaliteitsslag. We hebben een keurmerk ingevoerd. De eisen die wij aan onze leden stellen worden hoger. Dan is het onvermijdelijk dat een deel van de leden op een bepaald moment niet meer aan die eisen kan voldoen, terwijl een ander deel juist niet meer aan de gestelde eisen wil voldoen. Leden die recent afscheid hebben genomen, behoren bij de ene of de andere categorie. Sommige daarvan hebben het einde van de VPO-cao aangegrepen om eigen collectieve arbeidsvoorwaarden af te kunnen sluiten. Zij zien arbeidsvoorwaarden als een concurrerend marketinginstrument. Het feit dat zij een eigen cao afsluiten is op zich geen belemmering om lid te blijven van de VPO. Als ze desondanks besluiten om te vertrekken, betreuren wij dat uiteraard. Sommige leden wilden ook liever niet weggaan. Ik zie het als een gevolg van de dynamiek op de arbeidsmarkt. Het is niet anders, helaas. Maar het komt het imago van de payrollbranche niet ten goede. Ik vind dat wij de gelederen moeten sluiten, dat hebben we nu nodig.”

Waarom is er eenheid nodig?
“Wat ons parten speelt is dat de vakbonden ten strijde trekken tegen alles wat ‘flex’ is. Onze cao was daar slachtoffer van. De opzegging van onze cao door de bonden past in de trend om alles wat met payroll te maken heeft in een negatief daglicht te stellen. Juist nu is het van belang dat we als payrollbedrijven samenwerken en een sterke lobby neerzetten. We moeten met één mond spreken om de negatieve trend te doorbreken. Veel grote en kleinere payrollorganisaties zien dit in. Zij blijven dan ook lid.”

Welke toegevoegde waarde biedt de VPO?
“We hebben al veel bereikt in ons vijfjarig bestaan. Het VPO-lidmaatschap wordt steeds vaker vereist in tenders en offertes door opdrachtgevers voor zij met een payrollbedrijf zaken doen. We zien dat toenemen bij de overheid maar ook bij andere grote werkgevers. Dat juichen we toe. Ons VPO-keurmerk zetten we ook in als kwaliteitsinstrument. Organisaties die het VPO-keurmerk voeren, onderwerpen zich regelmatig aan externe controles op afgesproken arbeidsvoorwaarden, financiële betrouwbaarheid en kwaliteit van dienstverlening. Wij vinden ook dat VPO-leden zorgplicht hebben en hun werknemers moeten herplaatsen, als ze bij hun eerdere opdrachtgever niet meer aan de slag kunnen.”

Waarom is het de VPO desondanks niet gelukt om het contact met de vakbonden vast te houden?
“We hebben nog altijd contact, er zijn regelmatig besprekingen. Wij willen een breed draagvlak voor onze arbeidsvoorwaarden en kiezen er daarom voor om met de grote vakbonden FNV en CNV zaken te blijven doen. Ik hoop dat de bonden mede door het recente rumoer inzien dat de opzegging van onze cao niet leidt tot verbetering van de situatie. Wanneer de bonden echter bereid zijn de onderhandelingen te hervatten weet ik niet. Onze deur staat elke dag open.”

Op welke punten verschillen de nieuwe payrollcao’s van de VPO-cao?
“Mijns inziens zijn de nieuwe cao’s een verslechtering. Een voorbeeld is de langere termijn van de totale flexduur. Als VPO zijn wij van mening dat de flexduur van de arbeidscontracten niet te lang mag worden. Wij willen een breed draagvlak, waarbij er geen verschil is tussen ‘eigen’ en gepayrollde werknemers of dit minimaal blijft.“

VPO-leden vallen nu – door het einde van de VPO-cao – weer onder de ABU-cao.
Hoe wordt dat opgelost?

“Ja, de ABU-cao is te beperkt om als payroll-cao te fungeren. De arbeidsvoorwaarden die wij nu hanteren, waar ook ons keurmerk aan is gekoppeld, passen bij de voorwaarden voor goed werkgeverschap die wij nastreven, in aansluiting op de voormalige VPO-cao. Ze zijn beduidend beter dan de ABU-cao. Wij bevelen ze aan als voorlopige vervanging van de VPO-cao.”

Jurriën Koops verklaart in het FD dat er sprake is van een kwart verlies in ledental, maar niet van een kwart van de omzet. Hoeveel omzet is er verloren gegaan?
“Het is zoals hij zegt: de omzet van de uittreders is lager dan een kwart van de totale omzet. Het verlies valt in dat opzicht mee.”

Behoudt de VPO haar bestaansrecht? Hoe ziet de toekomst eruit?
“Ik ben van mening dat verstandige opdrachtgevers kiezen voor professionele VPO-leden die regelmatig worden gecontroleerd op kwaliteit. In dat kader zien wij het nog altijd als onze missie dat binnen 3 jaar 75% van de omzet van alle payrollbedrijven wordt behaald door organisaties die zijn aangesloten bij de VPO. Door het vertrek van leden kunnen we die doelstelling in een later stadium realiseren dan gepland was. We blijven echter openstaan voor nieuwe leden. Wij hebben eerst en vooral nog heel veel lobbywerk te doen om payroll als een volwaardige bedrijfstak neer te zetten. We moeten met één stem spreken richting de media en de politiek. Met onze activiteiten, waaronder de VPO-marktmonitor, zijn wij tot slot een belangrijke trendzetter op de arbeidsmarkt waar ook niet-leden van profiteren.”

Interview: Hinke Wever

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek