loading
views

Ontslag wegens redelijk aanbod werkgever redelijk

15 juni 2010

Van een kennelijk onredelijk ontslag is sprake wanneer de gevolgen van de opzegging voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij opzegging. Hierbij wordt gelet op de voor de werknemer getroffen voorzieningen en de voor hem bestaande mogelijkheid om ander passend werk te vinden. De rechter weegt daarbij alle omstandigheden van het geval af. In de zaak die op 22 april 2010 speelde voor de kantonrechter Dordrecht hechtte de rechter veel waarde aan de omstandigheid of werkgever al dan niet een redelijke vergoeding aan werknemer heeft aangeboden.

Casus

Werkneemster is vanaf januari 1994 in dienst bij Stichting kleintheater. Vanaf 2000 is zij in de functie getreden van directeur/zakelijk leidster van het theater. Sinds januari 2009 kwam de stichting niet meer in aanmerking voor een subsidie van de gemeente, waardoor een beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor werkgever noodzakelijk werd. Terzake van de voorgenomen beëindiging heeft werkgever aan werkneemster een vergoeding van € 60.000,– aangeboden. Werkneemster heeft dit aanbod afgewezen en vordert een hogere vergoeding. Vervolgens heeft werkgever van het CWI (nu UWV WERKbedrijf) toestemming gekregen om het dienstverband met werkneemster te beëindigen.

Vordering werkneemster
De werkneemster stelt dat sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag en vordert een schadevergoedingsbedrag dat hoger ligt dan het aanbod dat zij eerder van werkgever heeft gekregen. Er is volgens haar sprake van een kennelijk onredelijk ontslag omdat er voor haar geen mogelijkheid bestaat om ander passend werk te vinden. De gevolgen van de opzegging zouden te erg zijn in vergelijking met die van de stichting. Bovendien heeft zij altijd goed gefunctioneerd en bij haar uittreden is haar geen sociaal plan of outplacement aangeboden, aldus werkneemster. Zij is niet vrijgesteld van werk gedurende de in acht genomen opzegtermijn.

Verweer werkgever
De werkgever geeft aan dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd wegens algehele beëindiging van de bedrijfsactiviteiten op bedrijfseconomische grondslag. Zonder de subsidie kon de stichting niet meer de huur en het personeel betalen. Naast het aanbod tot outplacement, heeft werkgever aan werkneemster een vergoeding van € 60.000,– aangeboden. De stichting had onvoldoende middelen om tegemoet te komen in een hogere vergoeding. Andere werknemers hebben alleen een aanvulling op hun WW gedurende een jaar gekregen.

Kantonrechter
De kantonrechter overweegt dat bij het aangaan van een dienstbetrekking met een in overwegende mate van subsidiegelden afhankelijke werkgever, dat werkneemster had kunnen weten dat bij het stopzetten van die subsidie het voortbestaan van de functie niet meer reëel is. Een gouden handdruk dient men dan niet te verwachten uit de gemeenschapsgeldenpot. De kantonrechter prijst de werkgever, dat zij in deze situatie toch een aanbod heeft gedaan. Volgens de kantonrechter is het niet automatisch kennelijk onredelijk dat het aanbod niet alle schade voor werkneemster wegneemt. Het aanbod dat werkgever heeft gedaan was niet een onredelijk aanbod. De kantonrechter concludeert dat de werkgever met haar twee aanbiedingen voldoende zorgvuldig is geweest. Werkneemster heeft door tweemaal een niet evident onredelijk bedrag af te wijzen, zelf het risico genomen dat er geen nieuw aanbod meer zou komen. De rechter oordeelt dan ook dan hierdoor geen sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag.

Bron: LJN BM2702, Sector kanton Rechtbank Dordrecht , 233211 CV EXPL 09-3376

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek