loading
views

Mondeling overeengekomen proeftijd geldig?


2 juni 2010

Proeftijdbeding
Artikel 7:652 lid 2 BW bepaalt dat de proeftijd schriftelijk moet worden overeengekomen. Het artikel stelt verder geen nadere regels. Daaruit kan worden afgeleid dat – anders dan bij een concurrentiebeding – een proeftijdbeding niet alleen in een arbeidsovereenkomst kan worden opgenomen, maar eveneens in een personeelshandboek of CAO. Het hof Arnhem trok daaruit onlangs een opmerkelijke conclusie.

Mondelinge overeenkomst
Werknemer is op 20 februari 2006 in dienst getreden van werkgever in de functie van allround elektromonteur voor de duur van zes maanden. De arbeidsovereenkomst is mondeling overeengekomen. Daarna heeft werkgever een schriftelijk document opgesteld, dat door werknemer evenwel niet is ondertekend. Op 20 maart 2006 is met een beroep op de overeengekomen proeftijd de arbeidsovereenkomst onmiddellijk opgezegd.

Geen rechtsgeldig proeftijdbeding
De kantonrechter heeft geoordeeld dat geen sprake is van een rechtsgeldig proeftijdbeding. Tegen dit oordeel keert werkgever zich in hoger beroep. Werkgever stelt zich op het standpunt dat voldoende is dat het proeftijdbeding schriftelijk is bevestigd. Het beding hoeft niet ondertekend te zijn. In dat kader verwijst werkgever naar de mogelijkheid van het opnemen van een proeftijdbeding in een cao. Een eenzijdige schriftelijke vastlegging zou derhalve moeten volstaan.

Schriftelijke vastlegging moet wederpartij hebben bereikt
Het hof oordeelt dat werkgever daarbij echter miskent dat in een dergelijk geval partijen dan wel uitdrukkelijk moeten zijn overeengekomen dat de cao van toepassing is op de arbeidsovereenkomst. Daarvan is niet gebleken. Maar afgezien daarvan geldt dat een eenzijdige schriftelijke vastlegging pas werking kan hebben als die de wederpartij heeft bereikt. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat dat niet is komen vast te staan. Uit de getuigenverklaringen blijkt weliswaar dat op enig moment een ‘Contract voor bepaalde tijd’ is opgesteld, maar niet gebleken is dat dit aan werknemer per post is verstuurd of is overhandigd.

Matiging schadevergoeding
De conclusie is dat niet is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste als bedoeld in artikel 7:652 lid 2 BW. Anders dan de kantonrechter is het hof van oordeel dat ook bij onregelmatige opzegging van een tijdelijke arbeidsovereenkomst zonder tussentijds opzegbeding, artikel 7:680 lid 5 BW kan worden toegepast en de gefixeerde schadevergoeding derhalve kan worden gematigd. Het hof doet dat vervolgens ook.

Conclusie

Uit het arrest zou men kunnen afleiden dat een mondeling overeengekomen proeftijdbeding, dat door een eenzijdig schriftelijke verklaring van de werkgever aan werknemer wordt toegezonden bij wijze van bevestiging, voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste ex artikel 7:652 lid 1 BW. In dit geval kon echter niet worden vastgesteld dat werknemer daadwerkelijk de verklaring had ontvangen, waardoor alsnog geoordeeld werd dat geen sprake was van een geldige proeftijd.

Aanbeveling
Uit het oogpunt van rechtsbescherming en rechtszekerheid en gezien de veel voorkomende strikte toepassing van formele geldigheidsvereisten in de rechtspraak, verdient het echter aanbeveling de proeftijd uitsluitend – schriftelijk – overeen te komen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst c.q. bij de feitelijke aanvang van de werkzaamheden.

Wellicht ten overvloede
Een niet schriftelijk overeengekomen proeftijdbeding is op grond van artikel 3:39 BW nietig. De arbeidsovereenkomst geldt in dat geval als aangegaan zonder proeftijd.

Bronnen: Gerechtshof Arnhem, 13 oktober 2009, LJN: BL6920; Rechtbank Haarlem, Sector kanton – locatie Haarlem, 29 oktober 2008, LJN: BG2722

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek