loading
views

Seksuele intimidatie: bedoeling “dader” doorslaggevend

28 oktober 2009

Seksuele intimidatie
De Hoge Raad heeft afgelopen zomer het begrip seksuele intimidatie verduidelijkt. Volgens de wet wordt onder seksuele intimidatie verstaan: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd. In deze uitspraak heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de vraag of de ervaring van de betrokkene voor seksuele intimidatie van belang is. De Hoge Raad oordeelt van niet.

Arbeidsverhouding verstoord
Tijdens een kerstborrel in 2002 heeft de directeur bij het binnentreden van een met kaarslicht verlichte recreatiezaal een mannelijke collega in zijn billen geknepen en het woord “darkroom” gebruikt. De werknemer die vroeger een traumatische jeugdervaring heeft gehad neemt het voorval hoog op. De arbeidsverhouding tussen de werkgever en de werknemer raakte hierna dusdanig verstoord dat de arbeidsovereenkomst anderhalf jaar later wordt ontbonden. Bij het vaststellen van de ontslagvergoeding laat de kantonrechter uitdrukkelijk de eventuele geleden pensioen- en immateriële schade buiten beschouwing.

Handeling directeur niet seksueel bedoeld
De werknemer vordert vervolgens in een separate dagvaardingsprocedure van zowel de werkgever als de desbetreffende directeur (hoofdelijk) een vergoeding van de als gevolg van de seksuele intimidatie geleden schade. De schade bestaat uit twee aspecten: allereerst de materiële schade die de werknemer zou hebben geleden doordat hij door de vroegtijdige beëindiging van het dienstverband zijn prepensioenrechten niet meer zou kunnen uitoefenen. Daarnaast heeft hij ook immateriële schade geleden. De grondslag voor de vorderingen wordt primair gebaseerd op het feit dat de werkgever – in de persoon van de directeur – met zijn seksueel intimiderende handelingen onrechtmatig jegens hem zou hebben gehandeld. Zowel in eerste en tweede aanleg worden de vorderingen van de werknemer afgewezen. Het Hof oordeelde dat er geen sprake was van seksuele intimidatie. Hierbij is van belang dat naar oordeel van het Hof vaststond dat het handelen van de directeur geen enkele seksuele bijbedoeling had en dat het gedrag van de directeur in zekere mate aansloot bij de manier waarop de directeur en de werknemer voor het incident met elkaar omgingen. Het Hof merkt verder nog op dat de handeling in combinatie met het gebruik van het woord “darkroom” weliswaar kan worden aangemerkt als gedrag met seksuele ondertoon, maar dat in dit geval niet gezegd kan worden dat de werknemer hierdoor in zijn waarde is aangetast. Er is geen bedreigende, vernederende of kwetsende situatie gecreëerd.

Grapje niet dusdanig ervaren
De werknemer kan zich niet in het oordeel van het Hof vinden en gaat in cassatie. De werknemer draagt daarbij onder meer aan dat het Hof heeft miskend dat voor de beoordeling of er sprake is van seksuele intimidatie van belang is hoe die aandacht door de werknemer is ervaren. Niet relevant zou zijn dat de directeur het als grapje zou hebben bedoeld. De Hoge Raad volgt de werknemer hierin niet en wijst de vordering van de werknemer af. Na zeven jaar procederen blijft de werknemer met lege handen achter.

Bron: www.rechtspraak.nl, LJN-nr. BI4209, Hoge Raad 10 juli 2009

Gerelateerd nieuws

  • Geen gerelateerde berichten gevonden.

Meer uit deze rubriek