loading
views

AVV-loze periode CAO uitzendkrachten – wet prevaleert

Logo ABU1 april 2009
Een AVV heeft in beginsel namelijk geen nawerking, wat tot gevolg heeft dat voor ongebonden uitzendorganisaties ineens de wettelijke bepalingen prevaleren. Dit geldt niet voor uitzendorganisaties die zijn aangesloten bij de ABU of NBBU, zij kunnen gewoon hun nieuwe cao volgen.

De algemeen verbindend verklaring (AVV) van de cao voor uitzendkrachten eindigde op 29 maart 2009, waardoor er een AVV-loze periode is ontstaan.

ABU-cao van toepassing in individuele arbeidsovereenkomst?
Heeft een ongebonden uitzendorganisatie er voor gekozen om de ABU-cao in de individuele arbeidsovereenkomst met de uitzendkracht van toepassing te verklaren, dan blijven de verplichtingen uit de cao, die zich qua karakter lenen om opgenomen te worden in de arbeidsovereenkomst, van toepassing. Loontabellen en kostenvergoedingen zijn hier voorbeelden van.

Verloning
In de AVV-loze periode kunnen ongebonden uitzendorganisaties voor problemen op gebied van verloning komen te staan. Uitzendkrachten hebben in principe recht op hetzelfde loon als werknemers die dezelfde arbeid verrichten bij de inlener (artikel 8 WAADI). Wanneer de cao voor uitzendkrachten wordt gevolgd, kan hier echter van worden afgeweken. In de AVV-loze periode mag dat dus niet.

Periode-ketensysteem

Ook het periode-ketensysteem is in deze periode niet geldig voor ongebonden uitzenders. Hierdoor mogen er nog maar drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd gesloten worden (artikel 7688a BW). Dit geldt tevens in fase A (ABU-cao), waar een onbeperkt aantal arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kan worden afgesloten, behalve wanneer de AVV is afgelopen.

Opzegtermijn en het uitzendbeding

In de ABU-CAO wordt tevens afgeweken van de wettelijke bepalingen omtrent de opzegtermijn bij onbepaalde tijd (7:672 BW) en bepaalde tijd (7:667 lid 1 en 3
BW). Bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben werkgever en werknemer als gevolg van de CAO beiden een opzegtermijn van één maand, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen. Wanneer de wet (artikel 7:672 BW) prevaleert, is de opzegtermijn voor de werkgever afhankelijk van de duur van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. Duurt die 5 jaar of langer, dan zal de opzegtermijn van de werkgever langer dan één maand zijn, terwijl die van de werknemer altijd één maand blijft.

Beëindiging arbeidsovereenkomst

Bovendien mag de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (Burgerlijk Wetboek) niet tussentijds beëindigd worden, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen. In de CAO
is nu juist het tegenovergestelde bepaald: een contract voor bepaalde tijd mag in alle gevallen tussentijds beëindigd worden, tenzij uitdrukkelijk is overeengekomen dat dit niet is toegestaan.

Het uitzendbeding

Eenzelfde omkering is in de ABU-CAO gehanteerd met betrekking tot het uitzendbeding. In de uitzendovereenkomst kan schriftelijk worden bedongen dat die overeenkomst van
rechtswege eindigt doordat de inlener daar om verzoekt.

AVV ABU-Cao Uitzendkrachten

De ABU verwacht dat het nog ongeveer twee maanden zal duren voordat de cao voor uitzendkrachten algemeen verbindend wordt verklaard, maar kan dit niet met zekerheid zeggen.

Bron: ABU, 1 april 2009

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek