loading
views
0 reacties
Hendarin Mouselli

Boetenormbedragen Waadi-registratie onvoldoende gedifferentieerd

X

| Waadi | WagwEU | Wav |


Boetenormbedragen Waadi-registratie onvoldoende gedifferentieerd
De registratieplicht op grond van de Waadi is sinds 1 juli 2012 ingevoerd. Op grond van artikel 7a Waadi dient ieder bedrijf een zogenoemde “Waadi-registratie” te hebben, indien het bedrijf arbeidskrachten ter beschikking stelt in Nederland in de zin van de Waadi. In hoeverre hebben de Waadi-registratie en de daarbij behorende boetenormbedragen in de huidige vorm nog een toekomst?

Het doel van de registratieplicht is verhoging van de transparantie van de markt, versterking van het zelfreinigend vermogen van de uitzendbranche en versterking van toezicht en handhaving.

De registratieverplichting lijkt vrij eenvoudig. Met een paar klikken en de Waadi-registratie is een feit. In de praktijk blijkt deze registratieverplichting toch problemen op te leveren. Met name voor buitenlandse bedrijven die in Nederland arbeidskrachten ter beschikking stellen en niet op de hoogte zijn van de registratieverplichting of gewoonweg zich niet hebben geregistreerd.
We weten inmiddels dat de registratieplicht ook mogelijk is voor buitenlandse bedrijven. Zelfs als ze (nog) niet in het Nederlandse handelsregister van de Kamer van Koophandel staan geregistreerd. Dat kan dus geen reden zijn voor buitenlandse bedrijven om dan maar geen Waadi-registratie te hebben. De buitenlandse onderneming kan zonder dat de onderneming zich ook feitelijk en/of juridisch in Nederland vestigt toch voldoen aan deze registratieverplichting.

De vraag is welke risico’s de onderneming loopt, indien men niet beschikt over de Waadi-registratie. Als de onderneming niet beschikt over een Waadi-registratie kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. De bestuurlijke boete kan niet alleen aan de onderneming worden opgelegd die de arbeidskrachten ter beschikking stelt zonder Waadi-registratie, maar ook aan de inlener bij wie de arbeidskrachten arbeid verrichten. De reden dat ook de inlener een bestuurlijke boete riskeert is, omdat men bij de invoering van deze registratieplicht vond dat inleners een grote rol spelen bij het in stand houden van malafide uitzendondernemingen. Om die reden worden ook zij nadrukkelijk aangesproken op hun verantwoordelijkheid bij het tegengaan van malafiditeit in de uitzendbranche.

De boetenormbedragen zijn als volgt:

  • bij minder dat tien ter beschikking gestelde arbeidskrachten is de boete bepaald op € 12.000,-
  • bij tien maar minder dan 30 ter beschikking gestelde arbeidskrachten is de boete bepaald op € 24.000,-
  • bij dertig of meer ter beschikking gestelde arbeidskrachten is de boete bepaald op € 48.000,-

Bij een tweede overtreding (recidive) verdubbelen deze bedragen, bij een derde keer worden de bedragen 3 keer zo hoog.1

Zijn deze boetenormbedragen wel redelijk?
Op 24 januari 2018 oordeelde de Centrale Raad van Beroep net als de rechtbank in eerste aanleg over de redelijkheid van de hoogte van deze boetenormbedragen. Volgens de CRvB is het redelijk dat de hoogte van de boete door middel van een staffel aan een maximum is verbonden en daarbij wordt uitgegaan van drie boetenormbedragen afhankelijk van het aantal ter beschikking gestelde arbeidskrachten.

Desalniettemin oordeelde de CRvB dat de boetenormbedragen bij overtreding van de registratieverplichting uit de Waadi dusdanig hoog zijn dat uit een oogpunt van evenredigheid de boetenormbedragen verder hadden moeten worden gedifferentieerd. Er had namelijk ook een onderscheid moeten worden gemaakt tussen enerzijds malafide ondernemingen en daarmee gelijk te stellen werkgevers en anderzijds ondernemingen die niet tot deze categorie horen. Door het ontbreken van deze differentiatie zijn de beleidsregels waarin de boetenormbedragen zijn opgenomen naar het oordeel van de CRvB onredelijk.

Ook interessant is dat de CRvB net als de rechtbank in eerste aanleg voor de hoogte van een redelijke boete aansluiting heeft gezocht bij de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De CRvB oordeelde dat indien het gaat om minder dan tien arbeidskrachten die ter beschikking worden gesteld, met overeenkomstige toepassing van de Beleidsregels boeteoplegging Wav 2012, de boetenormbedrag van € 8.000,- passend is. De reden hiervan is dat uit de Memorie van Toelichting bij de Waadi blijkt dat de wetgever in de Waadi, voor wat betreft het boetenormbedrag, nadrukkelijk heeft willen aansluiten bij het boetenormbedrag in de Wav.

Het voorgaande heeft tot gevolg dat de wetgever weer aan zet is en de beleidsregels nader moet gaan differentiëren. Het is echter de vraag wat het belang nog is (met name bij buitenlandse bedrijven) van de Waadi-registratie als straks het meldingssysteem op grond van de WagwEU in werking is getreden. Het zijn weliswaar verschillende verplichtingen met ieder een eigen wettelijk kader, maar in hoeverre is het nog redelijk om van buitenlandse ondernemingen te verlangen een aparte Waadi-registratie te hebben. Is ruim vijf jaar na de inwerkingtreding van de Waadi-registratie nu werkelijk gezorgd voor verhoging van de transparantie van de markt, versterking van het zelfreinigend vermogen van de uitzendbranche en versterking van toezicht en handhaving? Daar valt over te twijfelen.

Bovendien zal de overheid via het meldingssysteem van de WagwEU in de toekomst ook over informatie beschikken dat er arbeidskrachten tijdelijk in Nederland arbeid verrichten. Zou de overheid, als hij echt de doelen die ten grondslag liggen aan de Waadi-registratie zou willen bereiken, dan niet automatisch bij bedrijven, die een melding doen op grond van de WagwEU, die bedrijven moeten wijzen op de registratieverplichting op grond van de Waadi? Of bijvoorbeeld ergens in het meldingssysteem een vinkje aanzetten, zodat ook de registratieverplichting op grond van de Waadi wordt voltooid c.q. een automatisch bericht uitgaat naar het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Recent is bekend geworden dat het meldingssysteem ten behoeve van de meldingsplicht op grond van de WagwEU zoals het nu er naar uitziet per 1 januari 2019 klaar is.2 Als het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dan toch bezig is met het aanpassen van de beleidsregels rondom de boetenormbedragen op grond van de Waadi, is het wellicht een idee om gelijk ook even een vinkje of alert in te voeren ten behoeve van de Waadi-registratie. Dat zou prima passen bij de beoogde efficiënte ‘administratieve samenwerking’ tussen verschillende instanties en arbeidswetten.

Hendarin Mouselli, VRF Advocaten

Voetnoten
1] Inspectie SZW / Boetes Waadi
2] L.F. Asscher d.d. 23 oktober 2017, brief aan de Tweede Kamer, Geannoteerde Agenda Raad WSBVC 23 oktober 2017

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek