loading
views

Platformwerk en arbeidsrecht – Hanneke Bennaars, UvA

Platformwerk en arbeidsrecht – Hanneke Bennaars, UvA

Platformwerk en arbeidsrecht

Een gearrangeerd huwelijk of toch LAT-ten?

Interview met Hanneke Bennaars, onderzoeker arbeidsrecht, UvA

Mw. mr. dr. J.H. (Hanneke) Bennaars is universitair docent Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en doet onderzoek naar verschillende aspecten van het arbeidsrecht.

Dit interview is onderdeel van een FlexNieuws-serie over platformwerk.
De Commissie SZW van de Tweede Kamer spreekt experts in een rondetafel over Werk in de platformeconomie op 16 november 2017

Platformwerk en opkomst van flex
“In mijn colleges behandel ik platformwerk als voorbeeld van de wisselwerking tussen de arbeidsmarkt en het arbeidsrecht,” zegt Hanneke Bennaars. “In mijn onderzoek kijk ik onder meer naar de vormen van platformwerk en probeer te beschrijven of, en zo ja, hoe die passen in de bestaande arbeidsrechtelijke systematiek.”

Praktische of principiële benadering
Welke visies hierop circuleren in de wetenschap van het arbeidsrecht?
“Er zijn tot nu toe twee stromingen zichtbaar. De ene stroming hanteert de mal van het arbeidsrecht als uitgangspunt en benadert platformwerk als een zuivere kwalificatievraag: is sprake van een arbeidsovereenkomst of een opdrachtovereenkomst? De andere stroming zit meer op de lijn dat platformwerk niet in het arbeidsrecht past en je het dus anders moet reguleren, als dat al moet.
De discussie speelt wereldwijd en de worsteling is grosso modo hetzelfde: platformwerk past nergens echt in. Je moet overigens oppassen met het transponeren van buitenlandse theorieën naar de Nederlandse situatie. In de Engelse rechtspraak inzake Uber werd recent vastgesteld, dat een taxichauffeur van Uber een worker is. Deze rechtspraak is een voorbeeld van de stroming die platformwerk wil kwalificeren volgens het bestaande recht. In Engeland vormen ‘workers’ een aparte categorie werkenden, tussen zelfstandigen en werknemers in. Die categorie hebben wij in Nederland niet en daarom kunnen wij daar niet één op één mee uit de voeten.”

EC wil bescherming voor alle werkenden
De Europese Commissie kwam onlangs met het bericht naar buiten, dat er meer moet worden geregeld voor platformwerkers, er moet bescherming zijn voor alle werkenden, hoe en op welke manier zij ook werken.
“Ik vind dat heel goed. Het zou bijvoorbeeld niet moeten uitmaken of je via een platform ergens schoonmaakt, als werknemer van een schoonmaakbedrijf of als zelfstandige. Bepaalde minimum normen moeten voor iedereen gelden als er een economische afhankelijkheid bestaat. Zie bijvoorbeeld het internationaal erkende grondrecht op een decent income. Als je een redelijke arbeidsduur in acht neemt, moet je daarmee het minimuminkomen kunnen vergaren. We moeten af van de strikte scheiding tussen een werknemer met alle rechten en een zelfstandige zonder rechten. Mensen die voor het verwerven van hun inkomen uitsluitend afhankelijk zijn van hun eigen arbeidskracht en afhankelijk zijn van één of een zeer beperkt aantal werkverschaffers, moeten een bepaalde minimumbescherming genieten. Voor ons als arbeidsrechtwetenschappers is het de kunst om te duiden hoe dat vorm te geven is.”

Verschillende types ondernemers
“Opdrachtnemers verschillen van elkaar. Je hebt de echte ondernemers, die zelf mensen in dienst hebben, die ondernemersvrijheid en -risico hebben, die failliet kunnen gaan en aan de bedelstaf kunnen raken, maar ook heel veel succes kunnen creëren. En je hebt degenen die alleen voor zichzelf werken. Dat is al ingewikkeld te onderscheiden. En dat gaat dan nog niet eens over platformwerk. Een advocaat die voor zichzelf begint, heeft een andere uitgangspositie dan de timmerman die eerst in loondienst is, vervolgens ontslagen wordt en te horen krijgt dat hij terug kan komen, maar dan als zelfstandige vakman met zijn eigen hamer.

Het criterium werken onder leiding en toezicht en het gezagscriterium heeft ook aan kracht ingeboet. Neem het klassieke voorbeeld van een chirurg: hij bepaalt zelf hoe hij opereert, wanneer en wat hij aan een patiënt adviseert. Toch moet hij zich ook aanpassen en zich aan de algemene regels houden. Is hier dan sprake van ‘onder leiding en toezicht’?

Een van de dingen die ik momenteel onderzoek, is de positie van de franchisenemer. Hij wordt gezien als ondernemer, sommigen zijn dat ook. Ze hebben een eigen supermarkt, maar besluiten dan om zich aan te sluiten bij een grote keten. Wordt die ondernemer dan ineens heel afhankelijk? Ik zou menen van niet.
Je hebt natuurlijk ook kleinere franchisenemers, die in een bepaalde franchiseformule worden gelokt en heel weinig ruimte hebben om hun eigen ondernemersgeest de ruimte te geven omdat ze aan talloze regels zijn gebonden.

Vergelijk dat met een Uberchauffeur die zich aan een hele waslijst van regels moet houden, die ratings krijgt op een manier die Uber voorschrijft, die betaald wordt op een manier die Uber voorschrijft en zich ook moet kleden en presenteren als een Uberchauffeur. Moet je dan zeggen: die Uberchauffeur is in dienst van het platform Uber en die kun je dus eigenlijk kwalificeren als werknemer? Of moet je zeggen: misschien is hij ook wel een franchisenemer? Zou hij dan ineens minder recht hebben op een bepaalde bescherming dan wanneer hij wordt gekwalificeerd als werknemer?

Het is de kunst om te bepalen wanneer wij het als maatschappij nodig vinden dat een bepaalde manier van arbeid verrichten gereguleerd moet worden. Bij die regulering gaat het zowel om bescherming bieden als controle uitvoeren.

Waarom moeten uitzendbureaus bijvoorbeeld aan een hele rij regels voldoen en hoeft een platform dat niet? Terwijl ook een platform vraag en aanbod van arbeid bij elkaar brengt.”

Hanneke Bennaars, onderzoeker arbeidsrecht, UvA

Mw. mr. dr. J.H. (Hanneke) Bennaars, onderzoeker arbeidsrecht, Universiteit van Amsterdam

Hoogte inkomen bepalend voor mate bescherming
“De Europese Commissie wil de mate waarin een werkende moet worden beschermd koppelen aan een bepaald inkomen; iedereen zou een minimuminkomen moeten kunnen verdienen volgens welk systeem hij of zij ook werkt. Naarmate je meer verdient, krijg je minder bepaalde extra bescherming zoals een traditionele werknemer wel heeft.

Dit lijkt een beetje op het voorstel in het regeerakkoord waar op basis van het tarief drie groepen zelfstandigen worden onderscheiden. Ook Prof. dr. Gerrard Boot heeft in 2005 al gepleit voor een inkomensgrens met de achterliggende gedachte dat wie meer verdient dan nodig is om in het levensonderhoud te voorzien, zelf maatregelen kan treffen voor bepaalde risico’s zoals werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. In Nederland is deze inkomensafhankelijke bescherming er al een beetje, maar dan op een andere manier. Werknemers die drie keer het minimumloon verdienen, vallen bijvoorbeeld niet volledig onder de Arbeidstijdenwet.

Het is goed voor ogen te houden dat werknemersbescherming niet alleen gaat over de behandeling van de werknemer tijdens het dienstverband, maar ook over het risico van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid.

Dus ja, ik vind het inkomensniveau een goede start om economische afhankelijkheid te duiden.”

Opdrachtovereenkomst valt ook minimumloon
Volgens de nieuwe richtlijnen van de Wet Minimumloon en vakantiebijslag krijgt iedereen die op basis van een opdrachtovereenkomst werkt ook minimumloon bescherming.
Als we nu kijken naar ontwikkelingen rond Deliveroo en de Riders Union, kun je dan zeggen dat zij ook aanspraak kunnen maken op het wettelijk minimumloon? Ze werken op basis van een opdrachtovereenkomst, zonder direct zzp’er te zijn, hebben ze dan ook recht op het minimumloon volgens de WML?

“Dat denk ik wel,” zegt Bennaars. “Als jij maaltijdbezorger bent en je kwalificeert als opdrachtnemer zoals in de WML omschreven, dan is de regeling WML van toepassing. Ik denk dat het niet zoveel uitmaakt of ze zich dan in een Union verenigen of niet. Natuurlijk mogen ondernemers geen prijsafspraken maken, dus zzp’ers kunnen moeilijk collectieve afspraken over tarieven maken in hun onderhandelingen met het platform. Maar als groep een wettelijk recht op minimumloon afdwingen (gesteld dat ze aan de eisen voldoen) lijkt mij niet problematisch vanuit mededingingsrechtelijk oogpunt. Ze kunnen overigens wel collectieve afspraken maken met het platform over andere zaken, zoals verzekeringen of het onderhoud aan de fietsen en dergelijke. Dat mag allemaal zolang ze maar geen prijsafspraken maken. Dat is de grote lijn.”

Opgeknipte werkgeverstaken en online rating
“Bij driehoeksverhoudingen speelt, ook zonder digitalisering, dat werkgeverstaken verknipt raken. Bij digitalisering gaat dat nog makkelijker en kun je ook kleinere of grote werkgeverstaakjes op een andere manier invullen. Een daarvan is het beoordelen van het functioneren van een werkende. In het geval van platformen wordt die taak bij de derde gelegd.

Er spelen meer vraagstukken over arbeidsomstandigheden bij het digitaal laten beoordelen via een platform of het laten schrijven van een review. Je maakt met zo’n online review je werknemers kwetsbaar. Neem het voorbeeld van een maaltijdbezorger: als het eten je niet bevalt, ben je als klant ook chagrijnig over de koerier, terwijl die er niets aan kan doen. Hoe wil je dat aspect eruit filteren? Bovendien kan iedereen het zien. Het is niet per se een afgewogen oordeel.
Je kunt denken: reviews zijn heel eerlijk, maar dat is natuurlijk niet waar, want iemands functioneren wordt ook bepaald door omgevingsfactoren. Bovendien kan degene die de rating schrijft, dat anoniem doen, het is in feite niet verifieerbaar en niet ingekaderd. Mensen die voor het verwerven van een inkomen afhankelijk zijn van hun eigen arbeidsinzet, zijn wat dit betreft kwetsbaar.”

Loonverhoudingsvoorschrift
Een platform brengt vraag en aanbod van arbeid bij elkaar. Waarin verschilt dit van het traditionele uitzendbureau? Daar kennen we het loonverhoudingsvoorschrift, waarmee gelijke beloning is vast te stellen. Is daar een sobere variant van toe te passen op platformwerk?

“Je kunt niet zo snel vergelijkbare werkers in de omgeving vinden,” legt Bennaars uit. “Stel, een pizzeria heeft een brommerkoerier in dienst en laat daarnaast het uitrijden van de pizza’s doen via Deliveroo. Als je stelt dat Deliveroo in feite aan ter beschikkingstelling doet, dan kun je zeggen dat het loon dat de koerier in dienst krijgt, maatgevend is voor het loon van de Deliveroo-koeriers.
Bij veel platformen is deze redenering niet mogelijk, want je hebt geen referentiekader waarmee je het zou kunnen vergelijken. In situaties waarin een bedrijf werk laat doen door zowel reguliere uitzendkrachten, eigen werknemers als werkers via een platform, kun je wel iets met het loonverhoudingsvoorschrift doen.”

Platform-cao?
Zie jij hierin een rol weggelegd voor de vakbonden?

“Jazeker. Eigenlijk zouden er een soort platform-cao’s moeten komen, waarin je de specifieke uitdagingen waar je als platform voor staat, kunt regelen. Ik denk dat er naast regelgeving door de wetgever ook ruimte moet zijn voor zelfregulering. Daar kunnen de vakbonden een rol spelen.
Dan blijft natuurlijk het probleem van de prijsafspraken bestaan, als je ervan uitgaat dat de meeste mensen opdrachtnemers zijn. Ik wil die conclusie niet meteen trekken, maar daar zit wel een probleem. Het zou een uitkomst kunnen zijn voor de toekomst, dat het mogelijk is te werken voor een platform met een eigen cao. Een andere optie is dat de werkers meer in corporaties gaan werken. Dat is ook een veelgehoorde oplossing, waarmee ze zich wel kunnen verenigen, wel een vuist kunnen maken. Dat is ook niet nieuw. Vroeger verenigden de boeren zich al tegen de grote zuivelfabrikant. Daar is weer enige gelijkenis met het voorbeeld van de franchisenemer en zijn economische afhankelijkheid. Toch zal niemand een land- of akkerbouwer zien als een werknemer.”

Hoe groot wordt het?
“Is het een hype? Wordt het net zo’n groot fenomeen als uitzenden, waarbij op een gegeven moment de arbeidsmarkt op z’n kop stond, waardoor regulering nodig was? Dat is de vraag, dat kan ik nu nog niet overzien. Platformwerkers zie je nu vooral in de grote steden. Daarbuiten zie je het nog nauwelijks.”

Publieke belang waarborgen
“We hebben er als maatschappij belang bij, dat iemand die een normale werkweek draait een acceptabel minimuminkomen kan verwerven. Dat er platformen zijn die het arbeidsrechtelijk gebouw ontwijken, is niet slecht. Je moet wel onderzoeken of het publieke belang in het geding is en zo ja, hoe je die belangen kunt waarborgen in overleg met die platformen,” meent Bennaars.

Interview: Hendarin Feyli, Van Riel & Feyli Advocaten en Hinke Wever, FlexNieuws

 

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek