loading
views
1 reacties
Hendarin Feyli

Wat is de platformeconomie nu werkelijk?

X

Wat is de platformsamenleving of economie nu werkelijk?

Deze column is een vervolg op Online platformen accu’s van de nieuwe economie

Lees naast deze column ook de interviews met Jurriën Koops (ABU) en Kim Tjoa (Floow2 en HeelNederlandDeelt), waarin zij hun visie geven op de platformsamenleving / platformeconomie.

Hoe nieuw is het?
Is de platformsamenleving misschien ‘oude wijn in nieuwe zakken’? Maken we het niet moeilijker en nieuwer dan het werkelijk is?

Wie is er niet naar een tweedehands rommelmarkt geweest in een sportschool om wat mooie spullen tegen een goede prijs aan te schaffen? Of wat dacht u van het regelmatig lenen van spullen aan de buurman als er weer eens een barbecue in de buurt wordt georganiseerd. En wat te denken van openbare boekenkasten waar iedereen vrijelijk boeken kan inzetten en uit kan halen om te lezen. Als de platformsamenleving in dat perspectief wordt geplaatst, dan is het eigenlijk allemaal toch niet zo nieuw en lijkt het veel simpeler dan het nu wordt geschetst. Wat maakt dan dat toch dat u tegenwoordig geen krant meer open kan slaan of het onderwerp wordt aan de kaak gesteld, er worden discussiemiddagen/avonden over georganiseerd of een jurist, zoals ik, klimt in de pen?

Schaalvergroting
Toch is er iets wat de platformsamenleving anders maakt dan de situaties zoals hiervoor geschetst. Het grote verschil tussen de platformsamenleving zoals het thans wordt gezien en de voornoemde situaties is dat het bij platformen gaat om internet en daardoor sprake is van schaalvergroting. De eeuwenoude ruilmethodiek op een rommelmarkt maakt dankzij moderne technologie een enorme schaalsprong. Deze technologieën zorgen ervoor dat transactiekosten voor vraag en aanbod sterk worden verlaagd. Ter illustratie: u hoeft niet af te reizen naar letterlijk een ‘marktplaats’ ergens in een sporthal, maar u kijkt op uw laptop of smartphone, een paar keer swipen en u vindt die topper waar u altijd al naar op zoek was. Iets wat heel ver weg was, is opeens heel dichtbij. Nieuw is dan ook dat mensen op grotere schaal diensten en producten gaan verhandelen, gefaciliteerd door de platformen. Dankzij deze platformen krijgen we niet langer meer mensen die consumeren, maar ook mensen die produceren. De producerende dan wel dienstverlenende consument wordt de concurrent van het bestaande bedrijfsleven en de werknemers.

Wettelijke kaders nodig?
Over alles wat nieuw is, heeft iedereen wel een mening, maar waar hebben we het nu eigenlijk over als we het hebben over de platformsamenleving of de platformeconomie? Het is belangrijk om hierbij stil te staan, om in staat te zijn te bepalen of (wettelijke) kaders nodig zijn om dit in goede banen te leiden.

Als we naar de uitleg van Kim Tjoa kijken, dan ziet hij een verschil tussen de platformeconomie en de deeleconomie. Hij legt uit: “Onder platformen versta ik diensten zoals Uber en Deliveroo die leveren. Onder de deeleconomie schaar ik online deelmarktplaatsen”.

Als we naar uitleg van anderen kijken, wordt ook wel als vertrekpunt de ‘collaborative economy’ genomen, hetgeen bestaat uit decentrale netwerken en markplaatsen die de waarde van onderbenutte goederen en diensten ontsluiten.

Diensten en goederen, lastig onder één noemer te brengen
Als we het hebben over de deeleconomie, dan worden al gauw diensten en goederen daaronder geschaard. Volgens onderzoek van het Ministerie van Economische Zaken is het problematisch als deze twee onder één noemer worden gebracht. Gewoonweg omdat de goederen- en diensteneconomieën van elkaar verschillen. Er dient dus onderscheid te worden gemaakt tussen goederen en diensten. Uit het onderzoek van het Ministerie van Economische zaken blijkt dat als we spreken van de deeleconomie, het gaat om “een economisch systeem waarbij consumenten elkaar gebruik laten maken van hun onderbenutte consumptiegoederen eventueel tegen betaling”. Terwijl als we het hebben over een economisch systeem waarbij banen, klussen en diensten worden verbonden met onafhankelijke aannemers, waardoor er werk en diensten op afroep worden aangeboden, doorgaans tegen betaling, we het hebben over de zogenoemde ‘on-demand economie’. Het maakt dus kennelijk uit waar we het over hebben. De eerste vraag die wij ons moeten stellen bij ieder platform is daarom: wat doet het platform of beter gezegd, wat biedt het aan; diensten of goederen?

Grote diversiteit platformwerkers
Jurriën Koops gaat nog verder en geeft aan dat we moeten waken om platformwerkers over één kam te scheren. Oftewel niet alleen is het ene platform het andere niet, kennelijk is ook de ene platformwerker de andere niet. In het licht van het verschil zoals hiervoor uiteengezet is dat begrijpelijk en logisch. De grens tussen de ondernemer en de privé persoon is niet altijd duidelijk en kan zelfs per platform verschillen. Ik vraag mij dan wel af, hoe gaan we dat regelen? Zeker als we zien dat platformen niet altijd even transparant zijn en de succesvolle platformen juist ook op Europees niveau of internationaal opereren. We kunnen het allemaal wel in Nederland bedenken, maar een paar kilometers buiten onze landsgrenzen kan het er anders aan toegaan. Dat maakt de situatie niet eenvoudiger.

Over landsgrenzen
Zelfregulering is inderdaad altijd fantastisch en bijna een droom. Laat de markt het zelf doen. Eigenlijk zijn Kim Tjoa en Jurriën Koops allebei voorstander van dit uitgangspunt, waarbij Jurriën Koops wel een kanttekening maakt in de vorm van introductie van een wettelijke minimumbescherming voor platformwerkers. Een minimumbescherming op nationaal niveau. Deze wettelijke minimumbescherming op nationaal niveau lijkt makkelijker dan het in werkelijkheid is. Uiteraard afhankelijk van hoe succesvol een platform en de platformwerker zijn. De regulering van minimumbescherming kan naar mijn mening niet slagen zonder dit breder te trekken, voorbij de Nederlandse grenzen. Als we naar het uitzenden kijken, dan zien wij dat ook daar internationale afspraken over zijn gemaakt, juist vanwege de ervaringen over de landsgrenzen heen.

Discussie
Ik denk dat op Europees niveau er wel meer geregeld kan worden voor de platformeconomie. Net zoals we dat nu ook voor uitzenden hebben gedaan. Al realiseer ik mij dat dit niet eenvoudig is.
Er is werk aan de winkel voor de markt. Het vertrekpunt is gezet en de discussies zijn gestart.

Hendarin Feyli, Van Riel & Feyli Advocaten

Lees ook
Interview met Jurriën Koops (ABU): Platformeconomie, raakvlakken met uitzenden?
Interview met Kim Tjoa (Floow2): Deeleconomie, hoe werkt het?
Innoveren in deeleconomie, Ministerie van Economische Zaken, 2015

Debat
Op donderdag 14 september 2017 vindt een discussieavond plaats in Pakhuis De Zwijger, Amsterdam, met stakeholders over de platformsamenleving / platformeconomie.

Reacties op dit artikel

  • Auteur: Hendarin Feyli Datum:

    Op 14 september jl. schreef ik dat regulering op EU niveau het startpunt is als het aankomt op bescherming van platformwerkers / een nieuwe vorm van werken. Vandaag komt de EU Commissie met het bericht naar buiten dat we op EU niveau het nodige zullen moeten regelen voor bescherming van alle vormen van werkers, dus ook voor de platformwerker verwacht ik! De wereld van werken en EU-regels zijn toe aan herziening. De EU Commissie zegt: “… the Commission has launched a consultation of the Social Partners to collect their views on the possible direction of an EU action to ensure that people in all forms of employment have adequate access to social protection and employment services. The Commission will take the next step by launching a second stage consultation shortly this autumn”. Lees er meer over op: https://lnkd.in/g3WKppC

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek