loading
views
0 reacties
Cindy Roza

Vakantiedagen opnemen, sparen of uitbetalen

Cindy Roza is gespecialiseerd in het arbeidsrecht. Zij begeleidt (internationale) werkgevers en werknemers in verband met alle aspecten van het arbeidsrecht. Cindy adviseert en procedeert onder andere in collectieve en individuele ontslagkwesties, bij arbeidsconflicten en over de geldigheid van (non-)concurrentie- en relatiebedingen. X

Vakantiedagen: (verplicht) opnemen, sparen of uitbetalen?

De zomer is begonnen. Althans, meteorologisch gezien. Het is dé periode waarin menig Nederlander op vakantie gaat. Maar hoe zit het eigenlijk met vakantiedagen? Mag een werkgever de werknemers verplichten om in de zomer vakantie op te nemen? Of dat juist verbieden? En als een werknemer geen vakantie wil opnemen, moet de werkgever de vakantiedagen dan gewoon uitbetalen?

In dit artikel zal ik antwoord geven op bovenstaande vragen, waarbij ik eerst in zal gaan op de verschillende soorten vakantiedagen, het verval en de verjaring van deze dagen. Vervolgens bespreek ik de regels die gelden bij het opnemen van vakantiedagen en het uitbetalen van de dagen.

Wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen
Het is van belang onderscheid te maken tussen de wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen omdat er verschillende regels zijn voor beide soorten vakantiedagen.

Het aantal wettelijke vakantiedagen bedraagt 4 maal de arbeidsduur per week. Iemand die bijvoorbeeld 40 uur per week werkt heeft dan ook recht op (4 x 40 = 160 uur). Dat is 20 wettelijke vakantiedagen per jaar. Heeft een werknemer recht op meer vakantiedagen dan de wettelijke, dan worden deze vakantiedagen bovenwettelijk genoemd.

Verval en verjaring
Wettelijke vakantiedagen blijven na het jaar van ontstaan maar 6 maanden geldig en bovenwettelijke vakantiedagen 5 jaar, tenzij tussen werkgever en werknemer een langere termijn is afgesproken. Korter is niet mogelijk.

Wettelijke vakantiedagen die in 2017 zijn opgebouwd moeten dus in feite vóór 1 juli 2018 zijn opgenomen. Gebeurt dit niet, dan vervallen deze dagen en kunnen werknemers ze niet meer opnemen. Bovenwettelijke vakantiedagen die in 2017 zijn opgebouwd verjaren op 31 december 2022.

Indien een werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest om zijn vakantie op te nemen, geldt een uitzondering op bovenstaande termijnen.

Wanneer opnemen?
Het uitgangspunt is dat de werknemer bepaalt wanneer hij zijn vakantiedagen opneemt. Hij moet zijn vakantiewensen schriftelijk aan zijn werkgever kenbaar te maken. Vervolgens heeft de werkgever twee weken de tijd om hier schriftelijk bezwaar tegen te maken. Dit bezwaar moet wel bestaan uit een gewichtige reden. Zo’n reden kan bijvoorbeeld liggen in de bedrijfsvoering die met de vakantie van de werknemer in gevaar komt. Daarnaast moet de werkgever aantonen dat in dat geval zijn belang boven dat van de werknemer gaat. Als alle werknemer ineens op hetzelfde moment vakantie willen opnemen, waardoor het bedrijf in feite ongewenst stil komt te liggen, kan dat een reden zijn voor een werkgever om niet akkoord te gaan met de vakantiewensen van een werknemer. Indien de werkgever niet (op tijd) reageert op het voorstel van werknemer, is de vakantie in principe vastgesteld zoals door de werknemer kenbaar is gemaakt.

De werkgever mag ook verplichte vrije dagen aanwijzen, maar deze mogelijkheid moet dan wel in de cao of arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen. In sommige sectoren (bijvoorbeeld de bouw of in het onderwijs) kan dit namelijk van belang zijn omdat de onderneming in bepaalde periodes de deuren sluit.

Uitbetalen vakantiedagen
Zoals ik al had aangegeven mogen wettelijke vakantiedagen in principe niet uitbetaald worden. Een uitzondering hierop is bij het einde van het dienstverband. Als een werknemer bij het einde van zijn dienstverband nog wettelijke vakantiedagen over heeft, moeten deze bij de eindafrekening uitbetaald worden.

Bovenwettelijke vakantiedagen mogen op verzoek van werknemer altijd uitbetaald worden. De werkgever mag een werknemer niet verplichten om zijn bovenwettelijke vakantiedagen op te nemen en hij mag ook niet zelf besluiten om de bovenwettelijke vakantiedagen uit te betalen. Dit moet altijd in overleg met de werknemer gebeuren en alleen als de werknemer akkoord gaat.

Conclusie
U mag als werkgever dus niet uw werknemers verplichten om in de zomer vakantie op te nemen, maar slechts als hierover al afspraken zijn gemaakt in de arbeidsovereenkomst of cao. Als een werknemer zelf wil bepalen wanneer hij vakantie opneemt, kan dat in feite ook, tenzij u als werkgever heel goede redenen hebt om dat te verbieden. Tot slot geldt dat (behalve bij het einde van het dienstverband) de wettelijke vakantiedagen niet en de bovenwettelijke vakantiedag wél op verzoek van de werknemer uitbetaald mogen worden.

Cindy Roza, Van Diepen Van der Kroef Advocaten

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek