loading
views
2 reacties
Hendarin Feyli Sander van Riel

Betaling ADV-dagen en karweivergoeding

Hendarin Feyli is advocate flexibele arbeid en partner bij Van Riel & Feyli Advocaten. Zij is ook promovenda aan de Universiteit van Utrecht; het onderzoek richt zich op de beïnvloeding van de rechtspositie van de werkgever en/of de werknemer door de wettelijke instrumenten aangaande ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Zij is tevens schrijver van columns voor Service Management. Sander van Riel is advocaat flexibele arbeid en partner bij Van Riel & Feyli Advocaten. Hij is tevens docent Arbeidsrecht bij Avans Hogeschool. Van Riel & Feyli Advocaten is een advocatenkantoor gespecialiseerd in Onderneming en Arbeid, met een focus op flexibele arbeid. Het kantoor staat (nationale en internationale) werkgevers bij inzake allerlei vraagstukken op het gebied van (flexibele) arbeid binnen de onderneming. X

| CAO Metaalbewerkingsbedrijf 2015-2017 * | CAO Kleinmetaal |


Kantonrechter geeft duidelijkheid over betaling ADV-dagen en karweivergoeding!

Flexibele arbeid bepaalt een groot deel van het arbeidsmarktlandschap. Sociale partners, die onderhandelen over cao’s in Nederland, lijken dit nogal eens te vergeten. Cao-bepalingen zorgen voor onduidelijkheid en de informatievoorziening is ontoereikend. Dit bewijst maar weer de zaak die zich voordeed bij de Rechtbank Rotterdam van 31 maart 2017.

Waar ging het in deze zaak om?
Roscaff is een uitzendonderneming. Zij stelt hoofdzakelijk arbeidsmigranten ter beschikking aan haar opdrachtgevers. FNV stelde zich op het standpunt dat de inlenersbeloning niet correct door Roscaff werd toegepast, ten aanzien van een tweetal punten:
a) Roscaff kent ten onrechte niet standaard de zogenoemde ‘ karweivergoeding’ toe aan haar uitzendkrachten; en
b) zij past een te laag percentage toe voor de berekening van de compensatie van ADV-dagen.

Brand heeft afspraken gemaakt met FNV over de naleving van wet- en regelgeving door de uitzendondernemingen waarvan zij gebruik maakt. Brand en Roscaff besloten om gezamenlijk vragen te stellen aan de kantonrechter.

Karweiwerkvergoeding
In de Cao Metaal & Techniek staat dat de werknemer recht heeft op het verkrijgen van een karweivergoeding indien de werknemer buiten de plaats waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan werkzaamheden moet verrichten. De vraag is echter wat hieronder moet worden verstaan, zeker ingeval van Roscaff, die arbeidsmigranten inzet om de werkzaamheden voor Brand te verrichten.

FNV is van mening dat onder dit begrip moet worden verstaan de (oorspronkelijke) woonplaats van de arbeidsmigrant in het buitenland. Roscaff stelt daarentegen dat moet worden uitgegaan van de plaats waar de uitzendkracht feitelijk zijn werkzaamheden verricht. Is een uitzendkracht derhalve werkzaam in Groningen (en wordt hij ook aldaar gehuisvest), dan bestaat geen (standaard) recht op de karweivergoeding. Moet hij echter plotseling op verzoek van Brand werkzaamheden verrichten in Maastricht, dan bestaat wel recht op de karweivergoeding.

Percentage ADV-toeslag
Verder speelt het volgende in de zaak. De Cao Metaal & Techniek kent een ADV-regeling. Roscaff moet ook deze regeling toepassen, waarbij zij echter op grond van de Cao voor Uitzendkrachten (die op haar van toepassing is) mag kiezen om in tijd of in geld te compenseren. Roscaff kiest voor dit laatste. De vraag is echter hoe deze compensatie in geld moet worden berekend. Zowel de Cao voor Uitzendkrachten als de Cao Metaal & Techniek geven hierover geen duidelijkheid. FNV gaf aan dat een Roscaff een te laag percentage toepaste. Roscaff was het hiermee oneens.

Uitkomst
In dit geval kreeg Roscaff volledig gelijk. De Kantonrechter Rotterdam oordeelt immers dat de uitleg van Roscaff aan de cao-bepaling met betrekking tot de karweivergoeding, het meest logisch voorkomt. Met andere woorden, de plaats waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan, is de plaats waar de arbeidsmigrant feitelijk zijn werkzaamheden verricht ingeval van een uitzendonderneming die werkt met arbeidsmigranten. Er bestaat dus niet standaard recht op een karweivergoeding. Roscaff mag verder ADV uitkeren in geld. Voor de berekening van het percentage moet het aantal werkbare dagen in enig jaar worden gedeeld door het feitelijk bruto uurloon om tot het juiste percentage te komen.

Les voor de toekomst
Uiteraard is het fijn dat er duidelijkheid is gekomen over de hiervoor genoemde aspecten. Zowel voor de metaalbranche als voor de uitzendbranche is nu duidelijkheid gekomen op deze twee punten. Een veel belangrijkere les is echter dat sociale partners bij het opstellen van de cao meer oog moet hebben voor de rol van uitzend- en payrollonderneming en bovenal moeten voldoen aan hun informatieverplichting, zo meent ook Roscaff:

“Onze onderneming is verplicht om allerlei bepalingen uit cao’s van inleners toe te passen. Deze cao-bepalingen houden echter geen rekening met het feit dat de situatie voor een uitzendonderneming geheel anders is. Uiteraard zijn wij blij met deze uitspraak van de Kantonrechter Rotterdam, maar het is erg genoeg dat we naar de rechter moet stappen om het gelijk te halen, terwijl het aan cao-partijen is om duidelijkheid te geven” (Asia Wolak, DGA Roscaff B.V.)

Zeker nu de flexibele schil op dit moment een groot deel van het arbeidsmarktlandschap bepaalt, is het noodzakelijk dat cao-partijen bij de relevante cao’s hiermee rekening gaan houden. Ook moeten zij informatie verschaffen over de uitleg en toepassing van cao-bepalingen, ook aan niet-leden (zoals Minister Asscher dat ook heeft aangegeven aan ons kantoor). Dat scheelt een hoop discussie.

Sander van Riel
Advocaat bij Van Riel & Feyli Advocaten

Zie Vonnis kantonrechter Rotterdam

Reacties op dit artikel

  • Auteur: Sander van Riel Datum:

    L.S,

    In deze zaak stond inderdaad enkel centraal de vraag welk percentage moet worden gehanteerd voor de berekening van ADV-dagen, ingeval een uitzendonderneming ervoor kiest om in geld uit te keren. Daar speelt deze problematiek uiteraard ook.

    Als ATV in tijd wordt uitgekeerd, dan geldt hetzelfde als voor de werknemers rechtstreeks in dienst bij de inlener. Daar speelt volgens mij de problematiek niet van het berekenen van een percentage. Voorbeeld: indien bij de inlener recht bestaat op 13 ADV dagen, dan heeft de uitzendkracht hetzelfde recht. De berekening van een percentage is dan niet nodig, maar wellicht dat ik dit verkeerd zie?

    U kunt altijd even met mij contact opnemen op sander@vrfadvocaten.nl dan wel 06-46385706 om dit nader te bespreken.

    Ik wacht uw verdere reactie af.

    Met vriendelijke groet,

    Sander van Riel

  • Auteur: Tres Dijkshoorn-Wolterman Datum:

    L.S.,

    in deze zaak is de berekening tot stand gekomen vanuit de gedachte dat de ATV in geld wordt uitgekeerd als ik het goed begrepen heb.

    Kunt u aangeven wat u meent dat het percentage zal moeten zijn als de uitzendonderneming de ATV in tijd wil vergoeden?

    Bij voorbaat dank voor uw reactie!

    vriendelijke groet,
    Tres Dijkshoorn-Wolterman

Reageren:

*

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek