loading
views

Asscher beantwoordt vragen Eerste Kamer over hervatting WML/ovo

| Download Wet Minimumloon en minimum vakantiebijslag | WML |

Minister Asscher van Sociale Zaken beantwoordt Kamervragen over de hervatting van het Wetsvoorstel tot wijziging van de Wet minimumloon (WML) in verband met van toepassing verklaren van die wet op nader bepaalde overeenkomsten van opdracht (WML/ovo). De Eerste Kamer hervat de plenaire behandeling van het wetsvoorstel op 7 maart 2017.

De voorgestelde wetswijziging moet regelen dat het wettelijk minimumloon ook gaat gelden voor personen die tegen beloning arbeid verrichten op basis van een overeenkomst van opdracht (ovo), tenzij het gaat om mensen die fiscaal als ondernemer worden beschouwd.

Definitieverschil
De definitie van het begrip dienstbetrekking in de WML is niet gelijk aan die in de Wet op de loonbelasting. Asscher wil de definitie in de WML op 1 januari 2018 aanpassen via de Verzamelwet SZW 2018.

Handhavingsverschil
De handhaving van de WML wijkt af van die in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Volgens Asscher komt dat doordat de WML geen ‘breed werkgeversbegrip’ kent, en doordat de boetehoogte afhankelijk is van de duur en de mate van onderbetaling.

Wet DBA
Ook in de Wet DBA moet het verschil tussen overeenkomst van opdracht en arbeidsovereenkomst worden afgebakend. De Kamer vraagt zich af waarom de regering in voorschot neemt op een herziening van het BW, maar volgens Asscher is daarvan geen sprake. Hij gaat ervan uit dat ook na een mogelijke herijking van de criteria die gelden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst er ook nog steeds sprake zal zijn van het verrichten van arbeid op basis van een overeenkomst van opdracht.

Fictieve dienstbetrekking
De aanpassing van de fictieve dienstbetrekking voor de gelijkgestelden en thuiswerkers hangt volgens Asschier samen met de invoering van de Wet DBA en de bijbehorende modelovereenkomsten. De Belastingdienst hoeft dan alleen te toetsen of er sprake is van een echte dienstbetrekking of van een van de andere fictieve dienstbetrekkingen dan die van gelijkgestelden en thuiswerkers. Daarom is geregeld dat deze fictieve dienstbetrekkingen niet van toepassing zijn als opdrachtnemer en opdrachtgever daar vooraf samen schriftelijk voor kiezen.

Altijd minimumloon in arbeidsrelatie
Volgens Asscher kan er zonder deze wet sprake zijn van misbruik wanneer een eventuele afhankelijke positie van de opdrachtnemer leidt tot betaling onder het minimumloon. De wet regelt dat iedereen die arbeid voor een ander verricht (op basis van een overeenkomst van opdracht) het wettelijk minimumloon verschuldigd is, ongeacht duur en omvang van de verrichte arbeid, en ongeacht of degene die de arbeid verricht zich kan laten vervangen, tenzij de arbeid wordt verricht in de uitoefening van een bedrijf of zelfstandig beroep.

Het zal dus niet langer relevant zijn of de arbeid wordt verricht op basis van een arbeidsovereenkomst of op basis van een overeenkomst van opdracht. Dat onderscheid is alleen nog relevant voor de vraag of de arbeid wordt verricht op basis van een overeenkomst van opdracht in het kader van de uitoefening van een bedrijf of zelfstandig beroep.

Bron: Eerste Kamer, 21 februari 2017, en Kamerbrief over hervatting WML, 30 januari 2017

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek