loading
views

Herplaatsingsverplichting – rechterlijke beoordeling

Herplaatsingsverplichting – rechterlijke beoordeling

De herplaatsingsverplichting – rechterlijke beoordeling

Wil de werkgever een arbeidsovereenkomst beëindigen – via een procedure bij het UWV of de kantonrechter – dan zal hij onder meer moeten hebben voldaan aan de op hem rustende herplaatsingsverplichting. De werkgever zal moeten onderbouwen dat herplaatsing van de werknemer (binnen zijn onderneming of andere ondernemingen van het concern waarvan hij deel uitmaakt) in een passende functie niet binnen een redelijke termijn mogelijk is of in de rede ligt. Bij beoordeling van herplaatsingsinspanningen van de werkgever beoordeelt de rechter (in eerste aanleg) de (eventuele) herplaatsingsmogelijkheden ten tijde van de beslissing op het ontbindingsverzoek van de werkgever, welk moment ook beslissend is in een eventuele procedure in hoger beroep, aldus het Hof Arnhem-Leeuwarden in het arrest van 14 december 2016 (AR 2016-1470).

Casus
Nadat een verbetertraject niet heeft geleid tot verbetering van het functioneren van de werknemer en een daaropvolgend herplaatsingstraject niet heeft geleid tot diens herplaatsing heeft de werkgever (in eerste aanleg) de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden wegens disfunctioneren. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, zoals verzocht door de werkgever onder toekenning van de transitievergoeding.

De werknemer gaat in beroep tegen de beschikking van de kantonrechter. Het Hof overweegt dat de kantonrechter terecht heeft geoordeeld, dat het disfunctioneren van de werknemer een redelijke grond heeft geboden voor ontbinding. Daarentegen volgt het Hof de kantonrechter niet in de overweging dat de werkgever heeft voldaan aan zijn herplaatsingsverplichting.

Het Hof stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag – of herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn mogelijk is of in de rede ligt – een ex tunc beoordeling dient te plaatsen. Ofwel, de vraag omtrent herplaatsing dient (ook in hoger beroep) te worden beantwoord uitgaande van de situatie, zoals die bestond op de dag waarop door de kantonrechter heeft beslist op het ontbindingsverzoek van de werkgever.

In tegenstelling tot de kantonrechter – onder verwijzing naar onder meer de duur van en de tevredenheid van de werknemer met het herplaatsingstraject – heeft het Hof overwogen, dat de werkgever niet heeft voldaan aan zijn herplaatsingsverplichting. In dit verband wordt overwogen dat de werknemer in hoger beroep heeft aangegeven dat hij (voorafgaande aan beëindiging van zijn dienstverband) bij de werkgever heeft gesolliciteerd op een aantal vacatures. Anders dan van hem wordt verwacht, heeft de werkgever gedurende de procedure in hoger beroep echter niet of onvoldoende gesteld dat ten tijde van de beschikking van de kantonrechter deze vacatures niet voorzienbaar waren of herplaatsing van de werknemer in een van de vacante functies niet mogelijk zou zijn of in de rede zou liggen.

Aangezien de werkgever niet heeft voldaan aan zijn herplaatsingsverplichting oordeelt het Hof dat de arbeidsovereenkomst ten onrechte door de kantonrechter is ontbonden en veroordeelt de werkgever tot herstel daarvan.

Conclusie
De werkgever die een arbeidsovereenkomst met de werknemer – via een procedure bij het UWV of de kantonrechter – wil beëindigen, zal (in beginsel) een wezenlijke inspanning moeten hebben verricht om de werknemer (binnen zijn eigen of een aan diens concern verbonden onderneming) te herplaatsen, althans de mogelijkheden hieromtrent zal de werkgever goed moeten hebben onderzocht en (gemotiveerd) moeten uitsluiten. In dit verband dient de werkgever, maar ook de werknemer (in een eventuele ontbindingsprocedure) bedacht te zijn op bestaande en (binnen een redelijke termijn) voorzienbare herplaatsingsmogelijkheden.

Deze bijdrage is geschreven door mr. Remmelt Suir.

Voor meer informatie over de uitspraak of over Van Diepen van der Kroef Advocaten: stuur een email naar mw. mr. Babs Dubois – Van Kleef Van Diepen Van der Kroef Haarlem, tel. 023 542 42 92.

Gerelateerd nieuws


Meer uit deze rubriek